Verval West-Indies bezorgt Nederland historische winst

HAARLEM, 16 AUG. De eerste tekenen van verval werden de afgelopen zomermaanden al blootgelegd door het nationale cricketteam van Engeland, dat een historisch gelijkspel behaalde in de testserie tegen de West-Indies. Gisteren bleek in Haarlem dat de rot in het Caraïbische beton al verder is voortgewoekerd dan de Westindiërs zich voor mogelijk hadden gehouden. Nederland behaalde een uiterst degelijke, bijna saaie overwinning op het veld van Rood en Wit, waar de 2.000 toeschouwers zich nauwelijks verbaasden over de loop van de gebeurtenissen.

Toch is het sinds mensenheugenis niet meer voorgekomen dat het Westindische elftal minder dan 130 runs bijeen wist te sprokkelen. Het team was gewaarschuwd: de profcricketers van Australië (1964), Nieuw-Zeeland (1986) en Engeland (1989) gingen in Nederland al eens het schip in. Al tien maanden slepen de cricketers van Antigua, Jamaica, Trinidad, Barbados en Guyana zich van het ene naar het andere veld om aan hun verplichtingen te voldoen. Eerst was er een vermoeiende toernee door Pakistan en de Verenigde Arabische Emiraten, vervolgens streek Australië voor enkele maanden neer in de Caraïbische Zee en aansluitend ging de reis naar Engeland, waar de Westindische ploeg van begin april tot afgelopen woensdag verbleef.

De fysieke en mentale vermoeidheid van de spelers moet ten grondslag hebben gelegen aan de nederlaag tegen Nederland, zegt de scheidende aanvoerder Viv Richards, die zelf overigens niet van de partij was. Hij speelt vandaag wel mee in de tweede wedstrijd, waarin “een en ander zal worden rechtgetrokken”.

Tijdens de ruim vier maanden lange tour in Engeland stonden de West-Indies vrijwel elke dag van elf uur 's ochtends tot een uur of zes 's avonds in het veld. Behalve vijf testmatches tegen Engeland (elke testmatch duurt vijf dagen) trad het team in driedaagse wedstrijden aan tegen de achttien beste county's. De resterende dagen werden opgevuld met eendaagse wedstrijden tegen universiteiten, clubteams en landen als Ierland en deze week Nederland. Morgen vliegt het gros terug naar het Caraïbische gebied, hoewel enkele graag geziene spelers, zoals Richie Richardson, nog hier en daar een invitatiewedstrijd in Engeland op de agenda hebben staan.

Terwijl de meeste spelers de nederlaag afschoven op de vermoeidheid en de vreemde capriolen van de bal op de typisch Nederlandse kokosmat, maken de Westindische cricketbonden zich steeds meer zorgen over de toekomst. Het elftal is nodig aan verjonging toe, maar opvolgers dertigers als Viv Richards, Desmond Haynes, Gordon Greenidge en Malcolm Marshall, die jarenlang de basis van het team vormden, dienen zich nog niet aan. Op de Westindische eilanden winnen de Amerikaanse sporten snel aan populariteit, niet in de laatste plaats omdat er veel meer geld mee is te verdienen. De jonge en uiterst populaire fastbowler Curtly Ambrose (Antigua) verkoos enkele jaren geleden nog een cricketcarrière boven een loopbaan als basketballer. Maar het afnemende aanbod aan goede cricketers wijst erop dat de balans tegenwoordig doorslaat naar de sporten waarbij meer wordt betaald voor minder lange werkdagen, zoals honkbal, basketbal en atletiek.

Van batsman Carl Hooper had het uitstapje naar Nederland niet gehoeven, al geeft hij toe de ontmoeting met een onbekende cricketcultuur als die van Nederland te appreciëren. “De meesten van ons willen alleen maar naar huis, en even stoppen met cricketen.” De Australische fysiotherapeut van de West-Indies, Dennis Waight, erkende dat zijn team vermoeidheidsverschijnselen vertoonde, maar noemde het “kinderachtig” dat de nederlaag daarop werd afgewenteld. “Nederland heeft gewoon beter gespeeld. Geen enkel excuus is geldig.”

Zonder de vedetten Richards, Marshall en Ambrose bleef er nog genoeg talent over om Nederland meer weerstand te kunnen bieden. Maar Richardson, Haynes en Hooper, in Engeland nog goed voor gemiddelden van 60 tot 80 runs per wedstrijd, scoorden tegen Nederland samen 16 runs. Bij Nederland excelleerden vooral André van Troost (3 voor 27 in 11 overs), Roland Lefebvre (1 voor 25 in 8) en aanvoerder Steven Lubbers (2 voor 15 in 8). De 129 runs werden ruimschoots voor tijd gepasseerd voor het verlies van vijf wickets.