Teler olievlas oogst EG-subsidie

De vezelvlasindustrie, in Nederland vooral gevestigd in Zeeuws-Vlaanderen en de Flevopolder, kampt met een grote overproduktie. Waar in de jaren tachtig de oppervlakte aan vezelvlasgrond zich mede onder invloed van overheidsplannen gestaag uitbreidde, krimpen dit jaar alle EG-vlasboeren hun areaal aan vlasgrond vrijwillig met 30 procent in. Tegelijkertijd echter blijkt dat de oppervlakte aan olievlas in de EG zich spectaculair uitbreidt.

Vlasvezel, waarvan linnen wordt gemaakt, levert op dit moment een rijksdaalder per kilo op. Dat is een kwart minder dan in 1990. De vraag naar linnen blijft ver achter bij het aanbod. Weliswaar is linnen op dit moment in de mode, maar het linnen van de jurk die in de winkel hangt, stond twee jaar geleden al als vlas op het land, zodat de boeren daar geen vruchten meer van plukken. M. van de Bilt van het Zeeuwsvlaamse vlasbedrijf Van de Bilt zaden: “We kampen met enorme voorraden. We zullen nieuwe afzetmarkten voor die voorraden moeten vinden.”

Van de Bilt heeft zo'n markt in een onverwachte hoek gevonden: hij exporteert naar de Sovjet-Unie, dat bekend staat als de grootste vlasfabrikant ter wereld. De onzekere politieke omstandigheden van dat land leiden tot enorme organisatorische problemen, waardoor de vlasoogst dit jaar niet of nauwelijks kon worden binnengehaald.

Om de arbeidsintensieve vlasverwerkende industrie niet stil te laten vallen, zag het land zich eerder dit jaar al genoodzaakt 1.500 ton vezelvlas uit Frankrijk te importeren. Van de Bilt verkoopt de komende maanden 3.500 ton vezelvlas aan een textielfabriek in Moskou, een hoeveelheid die gelijk staat aan de totale Nederlandse jaarproduktie. Ongeveer de helft van dat vlas is afkomstig uit Nederland. Met de order is een bedrag gemoeid van 10 miljoen gulden. Van de Bilt verwacht in de toekomst nog meer zaken met de Sovjet-Unie te doen.

Dat zou de vlasboeren welkom zijn. In heel West-Europa (vlas wordt voornamelijk aan de Atlantische kust verbouwd) is nog een totale jaarproduktie in voorraad. Toch wil Van de Bilt van geen crisis in de vlasbouw horen. “De hele akkerbouw kent overproduktie en nu is vlas een keer aan de beurt. We hebben een slecht seizoen, maar in de jaren zestig heb ik wel grotere crises meegemaakt. De moeilijkheden moeten niet overdreven worden.”

Het verbouwen van vlas heeft voor boeren een aantal voordelen. Het is makkelijk en milieuvriendelijk te telen; een aantrekkelijk gegeven nu de milieu-voorschriften steeds strenger worden. Bovendien gaat geen enkel onderdeel van het gewas verloren: van vlas wordt natuurlijk linnen gemaakt, maar ook schoenmakersgaren, touw, sigarettepapier en verf en linoleum.

De laatste twee produkten worden verkregen uit lijnolie, een derivaat van het zogenoemde olievlas. Het aantal hectare olievlas is in de EG in één jaar uitgebreid van 42.500 hectare naar 125.000 hectare, waarmee olievlas het traditioneel veel belangrijkere vezelvlas voorbij heeft gestreefd.

Van waar die plotselinge overschakeling op olievlas? A. van de Riet van het hoofdproduktschap Akkerbouwprodukten ziet het als een poging van vlasboeren de slechte tijden te overleven. “Bovendien is de overstap van vezelvlas naar olievlas niet moeilijk te maken: het is een kwestie van in de lente andere zaden inzaaien.” Lijnolie werd voorheen gemporteerd uit Argentinië en Canada. Een misoogst (vlas is bijzonder gevoelig voor weersomstandigheden) kon de prijs behoorlijk opdrijven. De vraag naar olievlas is de laatste jaren wereldwijd niet gestegen, maar de EG is niet graag afhankelijk van buitenlandse markten en moedigt daarom de teelt van olievlas binnen de EG aan. In Nederland is de oppervlakte aan olievlas dit jaar met 200 procent gestegen, maar nog steeds gaat het om niet meer dan een paar proefveldjes. Vooral in Groot-Brittanië is de stijging echter spectaculair.

De Britse vlasboeren hebben goed geteld. De prijs van lijnzaadolie op de wereldmarkt was vorig jaar 45 cent per kilo. De streefprijs die de EG in 1990 voor lijnzaadolie opstelde, was 1,45 gulden, wat inhoudt dat de verwerker van vlas één gulden per kilo door de EG bijgepast kreeg "om concurrerende goederen af te kunnen leveren'. Dat is zo'n 1.500 gulden subsidie per hectare. De subsidie op bepaalde rassen vezelvlas bedraagt 800 gulden per hectare, waarvan de helft naar de verbouwer gaat en de helft naar de verwerker.

Vezelvlasverbouwer Van de Bilt heeft zijn eigen opvatting over de overstap op olievlas: “Een of andere slimmerik kwam op het idee subsidie voor olievlas aan te vragen. De subsidiereglementen zijn indertijd opgesteld voor vezelvlas, want de betekenis van olievlas was in West-Europa gering.” Maar Van de Bilt denkt dat het Europese olievlas geen lang leven beschoren zal zijn. “Olievlas is een extensief gewas, misschien geschikt voor Ontario in Canada, maar minder voor West-Europa.”

Vezelvlas heeft in Nederland echter wel een toekomst. Van de Riet van het hoofdproduktschap: “Op langere termijn voorzie ik de toepassing van vlas als bouwmateriaal en in de auto-industrie. Daar wordt druk onderzoek naar gedaan. De Nederlandse vlasindustrie moet overleven in afwachting van betere tijden.”

Foto: Van de stengels kan 20 tot 54 kilo gebleekt linnen worden gemaakt, afhankelijk van de fijnheid van het garen. De stengels kunnen ook verwerkt worden tot 370 kilo bouwmateriaal. Eén hectare brengt ongeveer 7.000 kilo ongerepeld strovlas voort (vlas waarvan zaadbol en stengel nog niet gescheiden zijn). Duizend kilo ongerepeld vlas levert 220 kilo zaadbollen op, waarvan 32 kilo lijnolie en 82 kilo lijnkoek gemaakt wordt.