Spaghetti in het bad

Cabaret Mechanical Theatre: 33-34 The Market Covent Garden, Londen. Alle dagen geopend. Entree kinderen tot 16 jaar: 1 pond (ƒ 3,40).

Nooit had iemand me verteld dat het Cabaret Mechanical Theatre het leukste museum van Londen is. Maar toen ik een keer in Engeland was en er per toeval terecht kwam wist ik het onmiddellijk zeker. Het stemt me dan ook nog steeds tevreden dat ik zo verstandig was in Londen op een dag de overdekte marktplaats Covent Garden te bezoeken en daar een trap af te gaan. In één van de donkere kelderruimtes ontdekte ik het museum. Als ik in de buurt ben ga ik er altijd even kijken.

Ik kan er bij voorbeeld geen genoeg van krijgen mijn toegangskaartje te laten stempelen door de portier. Hij zit er een beetje stijf bij in zijn glazen hokje, maar hij is dan ook van hout en als je dat bedenkt is het eigenlijk heel knap dat hij automatisch alle kaartjes stempelt die voor zijn neus worden gehouden. Wie daarna door de openspringende klapdeurtjes naar binnen loopt, komt in een ruimte waar ouderwetse carnavalsmuziek klinkt. Wat je dan ziet lijkt wel een miniatuurkermis achter glas.

Overal staan mechanisch bewegende poppetjes en beesten van hout, blik en papiermaché die hun kunstje vertonen als jij dat wil. Want dat is het leuke van dit museum: je kunt ze allemaal zelf in beweging zetten. Door een druk op een knop komen de poppetjes tot leven; met behulp van touwtjes, katrollen, radartjes, springveren en kettingen zijn ze tot de gekste dingen in staat. Opeens blijkt dan dat het konijn bij de ingang niet zomaar suf in de lucht hangt, maar wild met zijn vleugels klapwiekt in de hoop de vliegende wortel in te halen.

Iemand die je vaak tegenkomt als je langs de vitrines loopt is Anoebis: deze Egyptische god van de doden heeft een gewoon lichaam en een jakhalskop als hoofd. In één van de kastjes zit Anoebis op een kameel die hem als een zak aardappelen door elkaar schudt. Daarnaast zie je Anoebis in een groen pak zijn ontbijt eten. Terwijl hij met zijn ene hand in een kop koffie roert, heeft hij in zijn andere hand een handschoen waarmee hij steeds opnieuw een vieze grote vlieg of tafel probeert dood te slaan.

Poezen zijn er ook veel. Waar ik altijd erg om moet lachen is een kat die achter een schrijfmachine zit en niets anders doet dan vis, vis, vis tikken op een vel papier. Na een poosje klapt de bovenkant van zijn schedel open en zie je een goudvis rondzwemmen in zijn kop. Een eindje verder zit nog een poes, deze is bezig de melk van een ander op te drinken. Terwijl hij met zijn tong razendsnel het bakje leeglebbert, bewegen zijn ogen, oren en staart zenuwachtig heen en weer.

Een vitrine die ik ook nooit oversla, is die waarin een mannetje in een bad spaghetti zit. Na een druk op de knop gaat hij met een vork de slierten eten. Toch raakt het bad nooit leeg: uit de ene kraan komt nieuwe spaghetti en uit de andere kraan stroomt tomatenketchup.

Er zijn in het Cabaret Mechanical Theatre niet alleen kleine voorwerpen, maar ook grote, zoals de echte piano die zelf een melodie speelt en luidruchtig begeleid wordt door instrumenten die in de klankkast staan, zoals een trommel, een trekharmonica en een triangel. Verderop staat een levensgrote barman die een glas whisky inschenkt en dat met een harde klap over de toonbank schuift. Vergeet bij het weggaan vooral niet even langs de dokter te lopen die buiten zit. Als je een muntstuk in zijn kastje gooit en je houdt de stethoscoop tegen je borst, knikt hij bedachtzaam en schrijft een recept. Het is een onleesbare krabbel, zoals alleen dokters die kunnen maken.