Schieten in eigen voet

DE SALARISSTROOKJES rollen dezer dagen weer in de bus bij werkend Nederland en op de afrekening is met enig zoeken te vinden dat twaalf procent van het bruto salaris is ingehouden ten behoeve van de WAO.

Het is een opgelegde heffing en de vakbeweging zou eens een onderzoek onder haar leden kunnen verrichten naar de bereidheid van werknemers om een groter deel van hun salaris af te staan in de vorm van WAO-premie. Het is een lakmoesproef voor de mate van solidariteit in Nederland. Ligt de acceptatiegrens bij de huidige twaalf procent van het bruto loon, bij vijftien, bij twintig of bij vijftig procent?

De WAO is geen volksverzekering, waarvoor iedereen premie betaalt en daardoor rechten verwerft op een toekomstige uitkering, maar een werknemersverzekering op basis van een omslagstelsel. Dit betekent dat de kosten van de WAO jaarlijks worden omgeslagen over alle werknemers. Is er meer geld nodig, doordat het aantal arbeidsongeschikten stijgt, dan moet er meer in de pot worden gestort - die door de bedrijfsverenigingen van werkgevers en werknemers wordt beheerd. Een beroep op "verworven rechten' is in het geval van de WAO dan ook onjuist. Wel geldt dat de verhouding tussen actieven en niet-actieven bepaalt hoe groot het draagvlak voor de WAO is. En dat draagvlak wordt in Nederland aangetast omdat de arbeidsparticipatie in dit land tot de laagste van Europa behoort.

IN 1983, op het dieptepunt van de Hollandse ziekte die onze economie begin jaren tachtig teisterde, bedroeg de WAO-premie voor werknemers en werkgevers samen 21 procent. (Ondanks de toename van het aantal WAO'ers kon de WAO-premie de afgelopen jaren dank zij de toename van het aantal werkenden en als gevolg van de kortingen op de uitkeringen sterk worden verlaagd.) De vakbonden waren in 1983 bereid om hogere sociale lasten te aanvaarden. “We lappen ervoor, verdomme”, zei Wim Kok dat jaar in zijn hoedanigheid van FNV-voorzitter toen de vakbeweging te hoop liep tegen de voorgenomen korting met drie procent op de ambtenarensalarissen. Nederland beleefde een warme winter. Kok, inmiddels minister van financiën en leider van de PvdA, is van inzicht veranderd. “Arbeid adelt”, sprak hij onlangs om aan te geven dat hij zich grote zorgen maakt over de scheefgroei tussen niet-actieven en werkenden in Nederland. De vakbeweging heeft die draai nog steeds niet gemaakt.

HET VAKBONDSFRONT heeft zich de afgelopen weken als belangenorganisatie van WAO'ers opgesteld en belooft met acties voor een hete herfst te zullen zorgen. Daarmee is een keuze gemaakt die voor de werknemersvertegenwoordigers een opmerkelijk aspect heeft: inkomen wordt boven werk gesteld. Ook de vakbonden weten dat verhoging van de WAO-premies zal leiden tot afwenteling van lasten op werkgevers, tot hogere arbeidskosten, tot een groter verschil tussen bruto- en netto-inkomens, tot meer zwart werk, tot meer inflatie en uiteindelijk tot minder werkgelegenheid. Nederland heeft nu al na Italië de grootste "wig' - de afstand tussen bruto en netto - van Europa. De creatieve manier waarop in Italië de economie is georganiseerd om die afstand te overbruggen, is geen aanlokkelijk perspectief, ook niet voor de vakbeweging.

Begin jaren tachtig keerden werknemers in Nederland zich massaal van de vakbeweging af. Die trend is de afgelopen paar jaar met de sterke groei van de werkgelegenheid gekeerd. Maar met haar onbeweeglijkheid ten opzichte van het financiële en maatschappelijke probleem dat de WAO inmiddels is geworden schiet de vakbeweging zich in haar eigen voet.