Roekeloze Wespentemmer Muk en zijn Braziliaanse wesp Rosita

Bij de post was een buitenlandse brief. Toen ik hem openmaakte, las ik: “Wij willen weer bij je komen logeren maar wij doen het niet.

Want Dinkie, Muk en ik hebben een Nieuw Circus opgericht. Het heet: het Dwergen-Circus: Mensen, Dieren, Sensaties. Wij zijn wereldberoemd. Vandaag hebben we al drie kaartjes verkocht. Komt allen Meteen naar Ons kijken. Kinderen en Huisdieren Half Geld. Vlooien Gratis Toegang. Dinkie, Muk en ik zijn nu met het Dwergen-Circus in Spanje en daarna trekken we naar Zuid-Frankrijk. Als we daar zijn, halen we je van de trein. Vanuit Holland ben je er zo. De treinreis duurt maar tien uur. Nou tot overmorgen dan, hartelijke groeten van Circus-directeur Stompie de Dwerg, van Circus-directeur Mukkie de Lilliputter en van Circus-directeur Dinkie de Lilliputter.

P.S. Zet een zonnehoed op anders krijg je weer een zonnesteek net als vorig jaar.''

De volgende dag ging ik op weg naar het zuiden. In de trein schoof ik mijn zonnehoed over mijn ogen waarna ik meteen in slaap viel. Toen ik op de plaats van bestemming was aangekomen, zocht ik op het perron naar Stompie, Dinkie en Muk, maar het drietal was nergens te bekennen.

Voor het station stond een boom waarop een papier was geplakt. Op het papier was een dikke wesp getekend die boven drie hoge hoeden vloog. Onder de hoge hoeden staken drie kleine mannetjes uit. “Heden treedt Muk, de Roekeloze Wespentemmer op in het Dwergen-Circus. Als onze Circus-tent niet hier is, is hij ergens anders. Zoek Overal naar onze Rode Tent, Ook in de Bergen”, was er in het Frans op de tekening geschreven.

Na een paar dagen zoeken, vond ik Stompie, Dinkie en Muk in een dorpje in de Pyreneeën. Ze stonden bij de ingang van een rode kampeertent, die op een grasveld stond. Toen ze mij zagen, namen ze alledrie tegelijk bij wijze van groet hun hoge hoed af. “Fijn dat je er eindelijk bent”, zei Stompie. “Wil jij vanmiddag kaartjes voor ons verkopen? Dinkie, Muk en ik hebben daar als circus-directeuren geen tijd meer voor.” “Hoeveel mensen werken er eigenlijk in het Dwergen-Circus?”, vroeg ik. “Dinkie, Muk en ik”, antwoordde Stompie. “We treden ook alledrie als circusartiest op. We hebben dus drie artiesten en drie directeuren. Er werken dus zes mensen in ons circus.”

Het was niet erg druk bij de kassa van het circus. Toen ik zeven kaartjes verkocht had, zei Stompie. “Onze circustent is te klein voor zo'n groot publiek. We moeten maar een openluchtvoorstelling geven.” Dinkie en Muk gingen midden op het grasveld staan. “Hoog-geëerd publiek”, hoorde ik Dinkie zeggen. “Door de verrekijker van Stompie mag u om de beurt naar de levensgevaarlijke Braziliaanse wesp Rosita kijken. Zij heeft een dodelijke steek en zij eet alleen maar ster-appels. Onze Wespentemmer Muk steekt nu een appel in zijn mond. Het is een ster-appel. Rosita valt al op de ster-appel aan. Zij zoemt dreigend. Daar landt zij op de appel. De Roekeloze Wespentemmer eet rustig door. Hij draait nu de appel rond om voor de wesp uit te eten.”

Toen Muk uitgegeten was, stak hij zijn hand in de lucht en toonde vol trots een appelsteeltje waaraan een klokhuis bungelde. Daarna pakte hij de Braziaanse wesp, die op zijn schouder aan het uitpuffen was en stopte haar in een lucifersdoosje.

“Hoog-geëerd publiek, dit is het einde van de middagvoorstelling. De verrekijker moet ingeleverd worden bij Stompie. Koopt allen kaartjes voor de avond-voorstelling dan ziet u nieuwe dieren, mensen en sensaties.”

Toen de zeven bezoekers het Dwergen-Circus verlaten hadden, vroeg Muk: “Vind je me een goede wespentemmer?” “Nou en of”, antwoordde ik. “Ik was zelf heel bang toen ik die gemene wesp rond zag vliegen.” “Rosita is eigenlijk helemaal niet gemeen. Ze is nogal verlegen. Dinkie zegt tegen het publiek dat Rosita een gevaarlijke steekwesp is om het een beetje enger te maken”, legde Muk uit.

“Is er in Holland wel eens een circus te zien?” vroeg Stompie. “Er is nu een Russisch circus met een beroemde clown in Holland. Hij heet Popov”, antwoordde ik. “Als we met het Dwergen-Circus naar Holland gaan, kunnen wij meteen naar Popov kijken”, zei Muk. “We hebben geen geld voor treinkaartjes” zei Dinkie. “Maar we hebben wel een oude kinderwagen. Daar kunnen we met zijn drieën in. Als jij ons in de kinderwagen mee naar Holland neemt, hoeven we geen treinkaartjes te kopen.”

Een kwartiertje later was de rode kampeertent afgebroken. Daarna gingen we met de kinderwagen en de tent op weg naar het station. In de trein gingen Stompie, Muk en Dinkie gezamenlijk in de kinderwagen zitten. Vervolgens staken ze een sigaar op. “Ik heb nog nooit sigaren rokende kleuters gezien. Zijn dat uw kinderen?”, vroeg de conducteur. “Het zijn weeskinderen. Toen ik ze adopteerde, rookten ze al”, zei ik tegen de conducteur.

Stompie, Dinkie en Muk barstten meteen in lachen uit. Aan het eind van de reis riep Muk ineens. “We zijn al in Holland en Rosita zit nog steeds in het lucifersdoosje. Ze heeft het vast erg benauwd.” Muk pakte het lucifersdoosje uit zijn zak en opende het behoedzaam. Het volgende moment was de Braziliaanse wesp verdwenen. Rosita was door het geopende treinraampje naar buiten gevlogen.