PvdA gaat aan middenkader ten onder

Gaat de Partij van de Arbeid aan de WAO ten onder? Het gevaar dreigt. Niet zozeer vanwege de kabinetsplannen waarvoor bovenal de PvdA verantwoordelijk wordt gehouden. Eerder omdat de vernieuwing van de PvdA door de WAO weer van de politieke agenda dreigt te verdwijnen, terwijl juist de WAO-discussie leert hoe nodig die vernieuwing is.

Na enkele opvallende verkiezingsnederlagen en aanhoudend slechte opiniepeilingen werd een commissie onder voorzitterschap van Van Kemenade gevraagd te adviseren over de interne organisatie van de PvdA. Het advies was niet mals. De PvdA lijdt aan oligarchisering: slechts een heel kleine en steeds kleiner wordende inner circle maakt de dienst uit. Open debatten zijn er nauwelijks of gaan vooral over procedures en niet over de grote politieke vraagstukken. Bureaucratisering heeft toegeslagen. De vertegenwoordigers van de partij in Tweede en Eerste Kamer, Provinciale Staten en gemeenteraden worden slechts uit de enge kleine kring gerekruteerd.

Politieke en bestuurlijke talenten van buiten krijgen geen kans als ze weigeren in het saaie afdelingswerk mee te draaien. Gewestelijke bestuurders hebben ten onrechte een machtspositie weten op te bouwen door de beslissende stem die zij hebben bij de kandidaatstelling voor de Tweede Kamer. Zo neemt het aantal actieve leden, dat op dit moment op enkele duizenden wordt geschat. steeds verder af. Ze kijken vooral naar binnen ("verenigings-centrisme') en hebben door hun weinig representatieve samenstelling het zicht op de samenleving grotendeels verloren. De partij, de interne machtsverhoudingen, de procedures bepalen hun denken. Zo worden de vertegenwoordigers van de partij voor parlement, Staten en raden bovenal op grond van hun conformisme en niet om hun politieke en bestuurlijke kwaliteiten (laat staan moed) gerekruteerd. Eenmaal gekozen gaan ze snel op in de wereld van het beleid en worden de grote politieke lijnen al evenzeer vergeten.

Dat is kort samengevat de mening van de commissie-Van Kemenade, waarin het denken van de leden Paul Kalma, Kees Schuyt en Bart Tromp duidelijk is te onderkennen. En wat laat de WAO-affaire ons zien? De politieke top van de PvdA is inderdaad te zeer met het beleid verstrengeld om duidelijk te maken waarom de WAO niet onaangetast kan blijven. Ook partijvoorzitter Sint spreekt al over het WAO-"dossier', waarmee niet een stapel papier wordt bedoeld, maar het onderwerp. Er wordt gegoocheld met miljarden, met jaartallen, met percentages, terwijl men onvoldoende duidelijk maakt om welke politieke keuzen het eigenlijk gaat.

Nog bonter maakt het middenkader (de gewestelijke voorzitters) het. Een "storm van protest' klinkt op. Geheel conform de beschrijvingen van Van Kemenade c.s. spreken de gewestelijke voorziters niet alleen namens zichzelf of namens hun gewest, maar zelfs namens het hele electoraat. Zij weten wat de PvdA-kiezers willen (waarbij ze, naar te vrezen valt, nog steeds uitgaan van een klassenmaatschappij die grotendeels op boeren en arbeiders drijft). Maar namens wie spreken zij nou werkelijk? Het eerste protest klonk op uit het gewest Rotterdam. Toevallig woon ik in die gemeente en, minder toevallig, ben ik lid van die partij. Ons als leden is niets gevraagd, in de tussentijd heeft geen enkele afdeling vergaderd, laat staan over de WAO gediscussieerd. Voor de gewestelijke vergadering, waarvan die betreffende meneer voorzitter is, krijg ik als gewoon lid geen uitnodiging. Bovendien is ze niet bijeen geweest. Namens wie sprak die voorzitter van het gewest dan wel? Namens zichzelf en naar bleek ook namens de PvdA-fractie in de gemeenteraad. Dat zijn degenen die zijn gekozen om Bram Peper te controleren. In ieder geval zijn ze niet gekozen om Kok naar huis te sturen. Ik neem aan dat het in deze vakantietijd in de andere gewesten niet beter is. De storm van protest die uit de PvdA opklonk (hoe terecht of onterecht die mogelijk ook is), was het geblaas van zeventien baasjes (m-v) uit het land.

En weer was er geen politiek debat aan voorafgegaan. En veel erger: weer werd er alleen maar "nee' geroepen. Elke bezuiniging wordt door het middenkader blijkbaar opgevat als een aantasting van de verzorgingsstaat, van de belangen van de arbeiders of van de beperkte eigen kring. En zo wordt er altijd weer een "duidelijk nee' gehoord. Dat heeft weinig te maken met het wennen aan de rol van regeringspartij. Het is de gemakzucht van degene die liever "nee' zegt dan de durf heeft om vanuit een heldere politieke visie over een maatschappelijk probleem te discussiëren. Hoe kan een politieke partij alleen maar "nee' zeggen tegen de WAO-plannen van het kabinet als zelfs door de nieuwe horizontalen in de PvdA ("De PvdA weer sociaal') wordt onderkend dat de helft van de WAO-ers louter werklozen zonder klachten zijn, hoe beroerd hun positie ook is. Hoe kan een partij alleen maar "nee' zeggen als het buitenland een veel geringer aantal arbeidsongeschikten kent (waar een WAO-uitkering veel minder gemakkelijk wordt verkregen en bovendien nogal eens lager is). Niet arbeidsongeschiktheid maar arbeidsparticipatie is toch het ideaal? Hoe kunnen de WAO-voorstellen zonder meer worden verworpen, als dat zou betekenen dat de koppeling tussen lonen en uitkeringen moet worden losgelaten? Los daarvan zou toch juist de PvdA eens goed moeten discussiëren over de rol en taak van de overheid. Zou het inderdaad niet veel beter zijn dat de overheid een gedegen bestaansminimum garandeert en dat iedereen zelf maar moet uitmaken hoe hij zich verder verzekert? Ik zie wel dat daaraan ook nadelen zijn verbonden, maar is het nu zo rechtvaardig dat een overspannen hoogleraar, die besluit maar nooit meer terug te keren naar zijn vakgroep waar hij ooit overspannen is geworden, voortaan zeventig procent van zijn salaris door de samenleving krijgt uitgekeerd? Waarom moet iemand die zodanig gehandicapt is geboren dat hij niet kan werken altijd op een bijstandsniveau leven en krijgt de hoofdinspecteur bij de Belastingdienst die bij het waterskiën gehandicapt is geraakt voortaan zeventig procent van een fraai salaris? Houdt de WAO in bepaalde opzichten maatschappelijke ongelijkheid niet in stand?

Ik beweer niet dat de voorstellen van het kabinet (afgezien van de moed om ook de WAO in de discussie te betrekken) juist zijn en onvermijdelijk waren geweest als binnen de PvdA wel een serieuze discussie was gevoerd. Ik merk alleen op dat een echte politieke partij aan de genoemde vragen niet voorbij mag gaan. De PvdA hoort grondig te discussiëren over de sociale zekerheid voordat Jan Nagel en zijn maten moord en brand schreeuwen. De PvdA hoort ook andere progressief gezinden (van binnen en buiten de partij) uit te nodigen voor zo'n debat. De PvdA hoort een partij te zijn waarin op grond van een bepaalde politieke en maatschappelijke visie openlijk wordt gepraat over politieke vraagstukken. Dat is een kernfunctie van een politieke partij in deze samenleving, waarin niet één gewestvoorzitter meer kan pretenderen te weten wat goed is voor de achterban, laat staan te weten wat die achterban zelf wil. De commissie-Van Kemenade heeft gelijk. De PvdA hoort een partij te zijn die het publieke debat stimuleert, werkelijk met de achterban (en anderen) communiceert en politiek en bestuurlijk talent rekruteert.

Maar daarmee is meteen de paradox genoemd waarmee Van Kemenade c.s. moeten hebben geworsteld. Als het immers waar is wat ze hebben geschreven (en de WAO-affaire bewijst dat het waar is), moeten dan dezelfde gewestvoorzitters die op grond van “interne machtsverhoudingen en conformisme aan de partijlijn” hun zetel hebben verkregen, hun eigen ondergang vormgeven? Dat was zonder WAO al een hele opgave geweest. Na al dit WAO-rumoer zal die opgave alleen maar groter worden. De neuzen lijken alweer de verkeerde kant uit te wijzen, Van Kemenade is al weer bijna vergeten. Hopelijk schudt de dreigende ondergang van de gehele partij voldoende progressieven wakker om haar uit de wurgende handen van het grauwe middenkader te bevrijden.