Occidentaals

Het genre dat u nu leest, stukjes over woorden, valt uiteen in twee, elkaar vijandige, subgenres.

Het ene subgenre is dat van het achterhoedegevecht. Grootmeesters hiervan zijn William Safire (in de New York Times, in Europa in de Herald Tribune) en Jerôme Heldring (in deze courant), heren die ook politieke overtuigingen delen. Zij noteren elke taalverandering als: verlies, fout, verloedering. Veel lezers zijn het met ze eens, onbewust van hun eigen taalverschuivingen. Enige tijd geleden schreef Heldring het woord "provinciaals' neder. Een lezer merkte op dat Van Dale dat woord niet kent. Zei Heldring toen: “Dan moet Van Dale zich verbeteren”? Nee, hij schreef: “Ik heb gezondigd. Het moet provinciaal zijn.”

Maar provinciaal en provinciaals betekenen iets verschillends (Hans Gruyters is een provinciaal bestuurder maar geen provinciaalse bestuurder)!

Het verschil is hetzelfde bij oriëntaal en oriëntaals: taal is feitelijk-letterlijk, maar taals gedraagt zich slechts zoals van een taal wordt verwacht.

Op twee gevallen is geen theorie te bouwen. Daarom was ik zo blij met het lezen van het woord occidentaals, dat volgens Van Dale niet bestaat. "Taalfout!', donderen de achterhoede-strategen. “Gebruik dat handige nieuwe woord crescendo!” adviseren voorhoedeverslaggevers, zoals uw