"Kiezen voor Ramadan of voetbal is niet moeilijk'

Aziz Doufikar, middenvelder van Fortuna Sittard, kwam zeventien jaar geleden met zijn ouders, vijf broers en drie zusters van Marokko naar Nederland. “Ik ben tussen de Nederlanders opgegroeid en ben hier ook met voetballen begonnen. Ach, we zijn allemaal hetzelfde. Alleen de kleur is soms wat anders.” Toch, zo moet de 27-jarige Doufikar bekennen, zijn er momenten dat hij zich op de Nederlandse velden een echte buitenlander voelt.

Aziz Doufikar schaamt zich er niet voor dat hij afgelopen seizoen na de wedstrijd tegen Roda JC in de kleedkamer heeft zitten huilen. Hij voelde zich diep gekrenkt door scheidsrechter Luinge die volgens de Fortuna-speler tijdens het spel vuile vieze Ramadan tegen hem had gezegd. De arbiter ontkende dat na afloop. Hij was verkeerd verstaan. In de Panorama van deze week beweert Luinge nog destijds “je moet niet zo rammen, man” te hebben geroepen.

“Maar”, vraagt Doufikar zich af, “waarom heeft hij me dan geen rode kaart gegeven toen ik de rest van de eerste helft achter hem aan ben blijven lopen? Ik heb me daar toch tegen hem lopen schreeuwen. Normaal zou dat rood zijn. Hij deed niets. Dan klopt er iets niet, hè?” Bovendien, weet Doufikar, hebben andere spelers de opmerking van Luinge ook gehoord, onder anderen Boerebach van Roda JC. Manager Opgenoord van Fortuna heeft gezegd dat Doufikar maar eens een kop koffie met Luinge moet gaan drinken. Om een en ander uit te praten. “Maar”, spreekt de middenvelder duidelijke taal, “dat zal ik dus nooit doen. Voor geen prijs.”

Het is de tweede keer dat Doufikar bij een dergelijk voorval was betrokken. Rot op naar Marokko, beet arbiter Van Ettekoven hem in de wedstrijd van PEC, toen Doufikars club, in en tegen Den Haag in december '85 toe. Het werd in tegenstelling tot de kwestie met Luinge een spraakmakende zaak voor de tuchtcommissie. Van Ettekoven bekende schuld en werd voor twee wedstrijden geschorst, evenals Doufikar zelf. De voetballer zou de scheidsrechter voor diens uitspraak voor rotte vis hebben uitgemaakt. Doufikar koestert geen wrok meer tegen Van Ettekoven. De twee praatten destijds de problemen uit. “Ik ben het vergeten. Het gebeurde in het vuur van het spel. Het is altijd moeilijk spelen in het Zuiderpark in Den Haag en fluiten ook.”

Doufikar krijgt ook regelmatig van zijn tegenstanders discriminerende opmerkingen naar zijn hoofd geslingerd; bijna wekelijks, zegt hij. Hij wijst op Marco Boogers. Die is nu zijn ploeggenoot bij Fortuna, maar als speler van RKC maakte hij Doufikar aan het einde van het vorige seizoen nog uit voor vuile tyfus-zwarte. De Marokkaan vertelt het lachend na. Hij vindt het anders als spelers hem uitschelden dan wanneer scheidsrechters dat doen. Die kunnen dat volgens de middenvelder in hun functie niet maken. “Tegenstanders”, geeft Doufikar het verschil aan, “proberen je met opmerkingen uit je spel te halen. Ze hopen dat je iets geks doet en dan een rode kaart krijgt. Dat is te begrijpen. Ik reageer niet. Je schiet er ook niets mee op. Als je zo'n jongen een klap geeft heeft hij misschien een blauw oog, maar hij speelt de volgende wedstrijd wel weer en jij zit dan geschorst op de tribune.”

Afgezien van zijn afkomst verschilt Doufikar ook door zijn godsdienst van de meesten van zijn collega's in de eredivisie. Hij is mohammedaan. Dat betekent onder meer dat hij elk jaar een maand moet vasten. In de Ramadan mag er alleen worden gegeten en gedronken na zonsondergang, s'avonds, 's nachts en 's ochtends vroeg dus. Dat is bepaald geen ideale leefwijze voor een voetballer die op en top fit moet zijn. Doufikar had er echter nooit last van. Tot het afgelopen seizoen toen hij zich in de vastenperiode steeds zwakker ging voelen en slechter ging spelen. Hij kwam op de reservebank terecht. “Dat was ook het beste. Ik begreep er echt niets van.”

Doufikar maakte het in zijn loopbaan in Nederland nog niet mee dat een trainer hem probeerde te bewegen de Ramadan in het belang van het elftal eens een jaartje te vergeten. Dat zou hij ook een belachelijk verzoek vinden. “Als een trainer mij voor het blok zou zetten: Ramadan of vertrekken dan ben ik weg.” Ook spelers hebben tot nu toe begrip voor de vastende Doufikar getoond. Er wordt in zo'n periode wel regelmatig tijdens de maaltijden waar Doufikar dan met een leeg bord bijzit gevraagd of hij geen kroketje of patatje lust. “Maar dat vind ik juist leuk. Het zorgt voor een beetje afleiding.”

Doufikar denkt dat over het algemeen buitenlanders goed worden opgevangen bij de Nederlandse clubs. Hij ziet nu hoe men zich bij Fortuna om de pas aangetrokken Hongaar Szalma bekommert. “René Maassen is altijd bij hem, doet alles voor hem.” Doufikar zelf had bij zijn eerste profclub, Ajax, dat hem als jeugdspeler uit Lelystad haalde, geen kans zich buitenlander te voelen. “De hele achterhoede van het tweede elftal was destijds zwart. Menzo, Haatrecht, Wilson, Small, ik stond rechtsback.” Doufikar kwam gelijktijdig met Marco van Basten naar Ajax, samen werkten ze ook een proeftraining bij PSV af, maar kozen uiteindelijk voor een contract in Amsterdam. Doufikar haalde het eerste elftal niet en vertrok na drie jaar. “Misschien”, zegt hij, “was het anders gelopen als Cruijff langer was gebleven. Die gaf altijd jeugd de kans.”

De buitenlanders in het Nederlandse betaald voetbal voegen naar de mening van Doufikar vaak iets extra's toe aan het niveau van de competitie. Hij is zelf vooral gecharmeerd van aanvaller Scylla van Willem II. “Die heeft geweldige bewegingen in huis. Aan de andere kant is hij ook weer erg lui.” En uiteraard bewondert Doufikar ook dé smaakmaker van de eredivisie, Romario. “Door hem is PSV kampioen geworden.” Maar, vindt hij, soms wordt Romario en andere buitenlanders ook té veel lof toegezwaaid. “Mart Smeets heeft het op tv altijd over Romario, Romario, Romario. Maar de namen van de andere PSV'ers hoor je bijna nooit meer. Die hebben toch ook hun aandeel in het succes gehad.”

Doufikar vindt het helemaal niet vreemd dat Romario af en toe eens te laat komt bij PSV. Hij speelde drie jaar in Portugal bij Espinho en daar bestond de selectie voor meer dan de helft uit Brazilianen. “En die kwamen ook altijd te laat, nooit eens een keer te vroeg. Dan hadden ze ook altijd smoesjes dat ze het vliegtuig hadden gemist of zo.” Doufikar voelde zich in zijn tijd in Portugal nooit een buitenlander. “Het leek net of ik in Marokko was.” Op voetbalgebied betekende dat dat er, net zoals in de straten van Casablanca, veel balverliefde spelers rondliepen die tot in den treure pingelden.

Doufikar had het zowel binnen als buiten het veld buitengewoon naar zijn zin in Portugal: mooi weer, vriendelijke mensen, een huis aan het strand en een heerlijke voetbalsfeer. Wat wil je nog meer? Toch kwam Doufikar ruim een jaar geleden terug naar Nederland. Om, zoals hij het zelf zegt, “een beetje hard te worden”. “Ik werd te dik, vet bijna”, vertelt de speler. “Hier is sprake van een zware voorbereiding op het nieuwe seizoen. In Portugal wordt een beetje vijf tegen vijf in de zaal gespeeld. Een trainingskamp bij een Nederlandse club betekent om acht uur opstaan, om negen uur lopen, enzovoort. Daar komen de spelers om een uur of elf uit bed, alles rustig aan.”