KAYSONE PHOMVIHANE; Een oude pragmaticus

Kaysone Phomvihane, de nieuwe president van Laos, behoort tot de taaiste leiders van Azië - alleen in de Noordkoreaan Kim Il Sung moet hij zijn meerdere erkennen. Gisteren bevorderde het parlement van Laos de zeventigjarige communistische oudgediende, premier vanaf 1975 en sinds 1955 leider van de Phak Pasason Pativat Lao, beter bekend als de Revolutionaire Volkspartij van Laos (LPRP), tot president, als opvolger van zijn oude strijdmakker, de "rode prins' Souphanouvong. De machtige minister van defensie Khamthai Siphandon is de nieuwe premier, maar naar wordt aangenomen blijft Kaysone de sterke man.

De geïsoleerde één-partijstaat Laos, waarover, behalve via de officiële weinigzeggende bulletins, naar de buitenwereld slechts schimmige informatie doorsijpelt, was de laatste jaren begonnen met de uitvoering van een eigen programma van hervormingen, een lijn die deze week door het parlement werd bevestigd.

Uitvloeisel daarvan was de goedkeuring door het Volkscongres van een grondwet - Laos had er geen - waarin de term "socialisme' niet voorkomt. De constitutie spreekt over een streven naar een "democratie van het volk', maar bepaalt wel dat de communistische partij de leidende rol blijft spelen.

In de grondwet is het streven naar een volledige markteconomie via particuliere en buitenlandse investeringen vastgelegd. Laotianen hebben voortaan volgens de wet recht op bezit. Veel waarnemers zien in de opstelling van de grondwet de hand van Kaysone, die, hoewel hij nog gezond van lijf en leden is, zijn politieke belang voor de geschiedenis van Laos onuitwisbaar zou willen vastleggen.

Kaysone Phomvihane werd geboren op 10 december 1920. Zijn moeder was een Laotiaanse boerin en zijn vader een Vietnamees in dienst bij de Franse koloniale overheid. Kaysone was in zijn jeugd sterk georiënteerd op zijn halve vaderland Vietnam en volgde een opleiding aan de universiteit van Hanoi, waar hij zich tijdens de Tweede Wereldoorlog aansloot bij een verzetsgroep van studenten tegen de Fransen.

Kaysone bouwde een persoonlijke band op met de Vietnamese nationalistische communist Ho Chi Minh en kreeg een militaire training van de Vietminh, Ho's guerrillaleger. De student uit Laos, op zoek naar zijn identiteit, sloot zich aan bij de communistische partij van Indo-China. Ho Chi Minh zag in zijn scenario voor het verdrijven van de Fransen een belangrijke rol weggelegd voor zijn Laotiaans-Vietnamese vriend en stuurde hem naar de zuidelijke provincie Savannakhet in Laos. Vanaf die tijd was Kaysone meer Laotiaan dan Vietnamees en liet hij zijn Vietnamese "nom de guerre' Cai Song in het Laotiaanse Kaysone veranderen. Hij stond daarna aan de wieg van de oprichting van de Pathet Lao, de guerrillabeweging.

Kaysone ontmoette de dissidente prins Souphanovong, lid van de Laotiaanse koninklijke familie, die zich had aangesloten bij de anti-koloniale strijd. Na een aanvankelijke twist tussen de twee heren wie de beweging zou moeten leiden, beloofde Kaysone te zullen dienen onder de "rode prins'. Tot gisteren bleef die machtsverhouding formeel in stand, al was Kaysone sinds '75 in feite de sterke man.

Na de Franse nederlaag in Vietnam (Dien Bien Phu, 1954) nam de Pathet Lao tijdens een kortstondig democratisch intermezzo deel aan de regering. Maar begin jaren zestig hervatte de Pathet Lao de guerrillaoorlog, nu tegen het door de Amerikanen gesteunde bewind in Vientiane. Het Amerikaanse leger betrok Laos volledig bij de oorlog tegen Vietnam; Kaysone en zijn Pathet Lao waren trouwer dan ooit aan Noord-Vietnam.

In het kielzog van de communistische overwinning in Vietnam, in april 1975, verkreeg de Pathet Lao in de loop van dat jaar de overhand in de guerrillaoorlog tegen het royalistische leger. In december 1975 moest koning Savang Vatthana afstand doen van de troon en werd de Democratische Volksrepubliek Laos uitgeroepen, met Souphanouvong als president en Kaysone als premier van een LPRP-regering.

Kaysone ontpopte zich de afgelopen 16 jaar gaandeweg als een pragmaticus, die niet aarzelde de weg naar een vrije markt-economie in te slaan toen de marxistische economische modellen voor zijn vier miljoen onderdanen niet bleken te kloppen.