HERINNERINGEN VAN HELENE CIXOUS; De misdaad van een driejarige

Helene Cixous: L'ange au secret. Uitg. Ed. de Femmes, 257 blz. Prijs f 42,15 -- Tussen talen ontstaan/La Venue will l'ecriture. Vert. Camille Mortagne. Uitg. Holderlin, 107 blz. Prijs F 22,50

Wanneer je, zoals Helene Cixous, in 1940 drie jaar oud bent en joods, en je woont in een Franse kolonie, dan kan een ogenschijnlijk onschuldige kinderruzie onvermoede proporties aannemen. In die tijd worden in de Algerijnse speeltuinen dezelfde tegenstellingen uitgevochten als daarbuiten. In haar nieuwe, sterk autobiografische boek L'ange au secret wil Cixous, zegt zij niet minder dan een misdaad bekennen die zij als driejarige beging, een misdaad die de 'grafsteen' werd die altijd op haar schrijven heeft gedrukt.

Helene Cixous werd in 1937 geboren in de Algerijnse stad Oran. Haar ouders, een Algerijn en een Duitse, beiden van joodse afkomst, hadden elkaar ontmoet in Parijs, waar haar moeder naartoe was gevlucht voor het opkomende nazisme. Haar kinderjaren speelden zich af tegen de achtergrond van twee oorlogen: de Tweede Wereldoorlog en de Algerijnse Oorlog. Haar vader stierf toen zij tien jaar oud was. In 1956 vertrok Cixous naar Frankrijk om te studeren en keerde niet meer terug. Joden waren na de onafhankelijkheid in Algerije niet langer welkom.

Cixous laat zich graag door haar verleden meeslepen. Het is niet alleen de bron waaruit zij haar materiaal put, het is ook de drijfveer achter haar schrijverschap. Ze schrijft, omdat ze als gekolonialiseerde of zwarte, zoals zij zichzelf noemt, als joodse en als vrouw, eigenlijk niet had mogen schrijven. De geschiedenis ontkent haar bestaansrecht, "een deel van mijzelf lag in de concentratiekampen, een deel in de kolonien". Dit citaat, dat in bijna al haar werken zou kunnen staan, is te vinden in La Venue a l'ecriture (1976), een sleuteltekst die Camille Mortagne nu terecht heeft uitgekozen voor een vertaling: Tussen talen ontstaan.

Niet zonder gekoketteer met haar status van slachtoffer, stelt Cixous in dit boek een soms naief vertrouwen in de taal als haar enige toevluchtsoord. Schrijven is voor haar een noodzaak, een continu proces, waarin elk boek slechts een etappe is. Deze houding leverde haar in ieder geval het aardige saldo op van achtendertig titels, geschreven in vijfentwintig jaar.

Misdaad

Hoewel Cixous ook romans en toneelstukken met een meer expliciet politiek karakter geschreven heeft, gaan haar meeste teksten over het schrijven zelf, met haar schrijvend 'ik' als middelpunt. Op indringende wijze betrekt ze de lezer bij de intieme herinneringen, dromen en visioenen, die de schrijfster in een proces van spontane associaties prijsgeeft, zonder chronologie en zonder plot.

De misdaad, waar het in L'ange au secret om gaat, is een motief uit Sneeuwwitje: nadat zij door haar vriendinnetje voor leugenaarster is uitgemaakt, omdat alle joden immers liegen, biedt de kleine Helene haar een afgekloven peer aan. Zij identificeert zich zo met de boze fee. Cixous zoekt het kwaad nu bij zichzelf, en niet bij het meisje dat in haar onnozele wreedheid de samenleving vertegenwoordigt die zij tot nu toe heeft aange

De ontdekking dat zij bij haar gevoelens van haat, wrok en schuld, een lichamelijke spanning ervoer, een 'verboden' genot, brengt Cixous in verwarring en het is deze ervaring die als uitgangspunt dient voor een reis naar haar 'beneden-, wereld', waar 'tumult en razernij is: een brandhaard van geneugten die, ook al liggen ze ten grondslag van het bovengrondse leven, het daglicht schuwen.

L'ange au secret is een gewaagd autobiografisch experiment waarin de auteur de steen oplicht waaronder het leven krioelt. Tegelijkertijd is het een spannend experiment, want hoe geef je gestalte aan de tegenstrijdige gevoelens die besloten liggen in 'het goede van de haat'? Cixous betoont zich bij momenten een kundige anatomist die met een scherp scalpel haar eigen en in de taal besloten geheimen weet bloot te leggen. Soms heeft haar mes echter iets weg van een botte bijl, te oordelen naar het aantal afgebroken zinnen en onderbroken verhaallijnen. Zij maakt dan voelbaar dat haar terugkeer naar haar 'jongste dag' een uiterst precaire en tot op het moment van schrijven pijnlijke onderneming is. "lk ben bang" is dan ook een van de meest krachtige uitspraken van dit boek. Niet voor niets heeft het de titel L'ange au secret, alsof de beschreven boetetocht niet kan worden afgelegd zonder schutsengelen.

De rol van deze ange au secret wordt vervuld door de talrijke auteurs die Cixous in het boek citeert: Clarice Lispector, Thomas Bernhard, Dostojevski, Ingeborg Bachmann en anderen. In hen herkent zij het alles verterende streven naar eerlijkheid, dat hen, zoals zij met het nodige pathos schrijft, tot 'vleeseters van de ziel' maakt. Dat Kafka schreef ten koste van zijn verloofde Milena, Dostojevski zich met zijn gezin voedde en Ingeborg Bachmann haar vrouweliJke personages en uiteindelijk ook zichzelf opofferde, zijn interpretaties die we maar voor rekening van Cixous moeten laten.

Om diezelfde redenen voelt Cixous zich schuldig jegens haar moeder. Over de oorzaken van haar vaders dood laat zij zich in de meest gewaagde beweringen uit. Haar vader zou niet alleen zijn overleden aan tuberculose, maar ook omdat hij joods was. Voor Cixous staat vast dat hij al bezweken was nadat hij had moeten verhuizen naar een nieuwe praktijkruimte ter grootte van een 'rechtopstaande doodskist'. Hij mocht daar niet meer werken als arts, alleen nog maar als pedicuur. Cixous schrijft dat hij zich daarna zelfs voor zijn gezin niet meer heeft willen redden. Hij vond de dood door zich te overtillen aan een kist boeken.

Cixous heeft van de literaire kritiek in Frankrijk het niet eenduidige predikaat 'fenomeen' gekregen. Zij heeft een klein, maar trouw publiek gevonden bij diegenen die zich, met haar, kunnen overgeven aan het uitgraven van de kleinste details van een gevoelswereld. Als we eens wisten op welke vuilnishopen gedichten worden geschreven, laat zij Achmatova zeggen.

Voor wie de innerlijke demarcatielijn niet durft of niet wil overschrijden, is haar werk moeilijk toegankelijk, en zelfs geexalteerd en dweperig. Maar in L'ange au secret lijkt Cixous met zichzelf in het reine te komen. Hier en daar wordt haar tekst, ondanks de ongenegeerde ontboezemingen, van een verstilde eenvoud, waardoor de lezer zich nieuwsgierig afvraagt of, hierna nog wel een boek van haar hand mogelijk is.