Een vale spreeuw op Motel Arnhem

Aan de hand van welke gebouwtjes in Madurodam wordt het voortvarende en nieuwlichtende karakter van Nederland voorgesteld? Wie de reeks kopieën van moderne kantoren ziet, vreest het ergste. Max van Rooy wandelde rond en miste vooral veel van wat tussen de wereldoorlogen in Nederland is neergezet. En waar is Berlage? En Rietveld?

Madurodam, Haringkade 175, Den Haag. Tot 1 sept. dagelijks 9-24 u. In sept. 9-21.30 u., daarna 9-18u. Toegang ƒ 11,-.

In de krant stond een foto van de voorzitter van de Sociaal Economische Raad. De foto was genomen in Madurodam en de voorzitter stond naast een schaalmodel (1 : 25) van het SER-gebouw in Den Haag. De maquette van het gedeeltelijk zeven verdiepingen tellende gebouw was net niet hoog genoeg voor een volwassen man om een elleboog op het dak te kunnen leggen, als een spreker die even naast een katheder staat en op het bovenblad leunt. Het is een van de drie geliefde poses van de directeur die zich bij een maquette van zijn bedrijfsgebouw laat fotograferen. Bij een klein model zit de baas triomfantelijk als een voetballer op zijn hurken, een middelmatig gebouw nodigt bij een schaal van 1 op 25 uit om je arm op het dak te leggen en bij een manshoge maquette hangt de baas achteloos met de gekromde vingers van een hand in de dakgoot. De houdingen hebben met elkaar gemeen dat ze op een kinderachtige manier laten zien dat de baas reusachtig de baas is. Daarom voelt hij zich ongemakkelijk als hij zo wordt gefotografeerd en om dezelfde reden is zo'n foto altijd leuk om naar te kijken.

De foto van de voorzitter van de Sociaal Economische Raad bij het schaalmodel van de Raadsvestiging, bracht bij mij verwondering teweeg over de aanwezigheid van het SER-gebouw in Madurodam.

Wat doet dit gebouw daar? Het is een toonbeeld van onbestemde architectuur (1971, architectenbureau Westerhout, Smid en Cramer met een uitbreiding van R. Roskam) waarvan niemand, laat staan een Japanner of Peruaan warm of koud wordt, zoals dat wel het geval is bij het zien van de Westertoren, Schiphol, het Binnenhof, of de Zwolse Sassenpoort. Weliswaar is de SER in ons vaderlands bestel niet meer weg te denken, maar als dat een criterium is, komen meer regerings-adviescolleges in aanmerking voor een miniatuur-onderkomen in Madurodam. Voor de aanwezigheid van het SER-gebouw in dit schattige stadje kan maar één verklaring zijn: de Sociaal Economische Raad heeft de maquette zelf bekostigd en het miniatuur lapje grond voor eigen promotioneel gebruik gepacht.

Tegen deze achtergrond is de vraag gerechtvaardigd naar de samenhang van het Madurodamse architectuurbeleid. Krijgen de Franse, Amerikaanse, Japanse en Deense bezoekers ook maar enigszins de indruk dat onze architectuurgeschiedenis buiten de zeventiende eeuw nog meer hoogtepunten heeft gekend? En verder: aan de hand van welke gebouwen wordt het voortvarende en nieuwlichtende karakter van Nederland voorgesteld buiten het Hollands Glorie Geweld van Schiphol, de Rotterdamse haven, de olieraffinaderijen in Pernis en de Prinses Beatrix Sluis in Vreeswijk?

Grotemensen-wereld

Wie met het oog op deze kwestie Madurodam bezoekt, moet tegen een stootje kunnen. Nog veel meer dan in de grotemensen-wereld, is in deze miniatuurstad moderne bouwkunst van enige culturele waarde, van enige architectonische kwaliteit beangstigend schaars. Het Hilversumse Raadhuis van Dudok (1930) is de grote, monumentale uitzondering - ook als modelbouw - en de AVRO-studio (1936, Karsten en Merkelbach) komt op de tweede plaats.

Zoals in de volwassen stad zijn ook in Madurodam kennelijk economische overwegingen en niet motieven van schoonheid of geestkracht het fundament van de getoonde architectuur. Wat is er van deze tijd te zien buiten het SER-gebouw? Het hoofdkantoor van de Nationale Nederlanden in Den Haag, kraak noch smaak aan de Utrechtse Baan. Het gebouw van de Postbank in Leeuwarden, ontworpen door ir. A. Bonnema en model staand voor vele Postbank-filialen in het land. Het fantasieloze hoofdkantoor van Unilever in Rotterdam (1959, ontwerp A.J.B. van der Graaf) - helaas niet het vooroorlogse hoofdkantoor, het prachtige bakstenen gebouw aan de Rotterdamse Rochussenstraat in, 1931 ontworpen door ir. H.F. Mertens en uitkijkend op het driehoekige terrein waar het Architectuurmuseum van Jo Coenen moet verrijzen en almaar niet verrijst.

Zo kunnen we doorgaan met het opsommen van een lamentabele reeks nondescripte, eigentijdse bouwwerken waarop overigens bij voorkeur opvallend veel morsige vogels neerstrijken. Een monstermus op een schamel toefje van drie treurig ogende paalwoningen van Piet Blom. Een vale spreeuw op Motel Arnhem dat even ellendig modern oogt als het orgineel. Een zelfverzekerde kraai met mottige verentooi, bovenop het archetype van een, door zijn noodgebouw-stilisme aandoenlijk Spar-supermarktwinkeltje.

Zo is het gesteld met de naoorlogse architectuur in Madurodam. Het deprimerende station Eindhoven wordt opvallend gepresenteerd als ware het een meesterwerk. Waterhoofd-woningen die hun energie ontlenen aan zonnepanelen in Zoetermeer. Een winkelcentrum dat in het begeleidend drukwerk "gezellig' wordt genoemd en een hoogtepunt vindt in een afstotend provinciaals verhuurkantoor van Hertz Automobielen.

Mondiale faam

Het is geen vrolijke inspectie. Waardevolle moderne architectuur blijkt geen enkele rol te spelen in de stadsontwikkeling van Madurodam. Van het Nieuwe Bouwen, de legendarische stroming tussen de twee wereldoorlogen die ons land mondiale architectonische faam heeft bezorgd, is er in Madurodam vrijwel niets te zien. De Cineac in Amsterdam van de architect Jan Duiker heeft een plaatsje gekregen. Maar de modeluitvoering is zo grof en liefdeloos, dat het te hopen is dat Cees Dam, samen met de aan hem toevertrouwde restauratie van het origineel, ook het model in de miniatuurstad zal opvijzelen tot de zorgvuldige sierlijkheid van het witte bioscoopgebouwtje van weleer. De Van Nelle-fabriek van Brinkman en Van der Vlugt staat niet in Madurodam, noch Zonnestraal van Duiker en Bijvoet, noch het Rietveld-Schröderhuis van Gerrit Rietveld, noch de Beurs van Berlage, noch enige creatie van de Amsterdamse School. Niets van al deze moderne schoonheden.

Raadsel

Komt men Madurodam binnen dan is een van de eerste, halfmanshoge bouwwerken die in het oog vallen, een Congresgebouw ontworpen door S.J. Bouma. Zelfs voor redelijke kenners van gebouwd Nederland, is het een raadsel waar dit gebouw te vinden valt. Dat klopt. Het valt niet te vinden, want het is nooit uitgevoerd. S.J. Bouma was, naast stadsarchitect van Groningen, de bouwmeester van Madurodam en hij heeft zijn stempel op het architectonisch palet van de miniatuurstad gedrukt met een gebouw dat wat ontwerpstijl betreft, behoort tot de Delftse School. Lelijk dus, maar karakteristiek voor ons land en een beetje voor Noord-Europa. Het is het enige gebouw in Madurodam dat geen kopie van de werkelijkheid is, maar een illustratie van een stijl. Stel je voor dat deze aspiratie alsnog wordt doorgezet. Een maquette van nooit gebouwd Nederland, schaal 1 op 25. Een verzameling van helaas - dat woord moet er nadrukkelijk bij - onuitgevoerd gebleven ontwerpen, bijvoorbeeld van Lauweriks (Weltkriegdenkmal, 1915), Berlage (Pantheon der Menschheid. 1915), Duiker en Bijvoet (Rijksacademie voor Beeldende Kunsten, Amsterdam, 1917), H.Th. Wijdeveld (Groot Volkstheater, 1919), J.F. Staal (Wagneropera, 1925) en verder een reeks interessante, stijlkenmerkende visioenen van levende Nederlandse architecten, bijeengebracht in een duinpan. Wat zou het brave Hollandse stadje daarvan opkikkeren.