DE ZOEKENDEN VAN J.M.G. LE CLEZIO; Zwartwaterkoorts

J.M.G. Le Clezio: Onitsha. Uitg Gallimard, 253 blz. Prijs f 429,55

Le Clezio geldt als een Zondagskind in de Franse letteren. Zijn debuutroman Le proces-verbal, die hij schreef op 23jarige leeftijd, verscheen in 1963 en werd meteen bekroond met de Prix Renaudot, en ook zijn volgende romans oogstten veel waardering. Zijn entree in de literatuur verliep dus niet moeizaam, maar toch heeft hij de omgang met collegaschrijvers en de gezelligheid van het wereldje altijd gemeden. Liever maakt hij grote reizen naar bijvoorbeeld de Indianen van Midden-Amerika of doceert hij literatuur aan de Universiteit van New Mexico in Albuquerque. Een gevolg daarvan is dat hij ook weinig interviews geeft, waardoor informatie over zijn persoonlijke leven schaars is. Wel is bekend dat zijn moeder een Francaise is en zijn vader een Engelsman, afkomstig van Mauritius. Hijzelf werd in 1940 in Nice geboren en is nu dus vijftig jaar.

Zijn nieuwste roman, Onitsha, betekent misschien een ommekeer in de zin dat het verhaal voor een groot deel berust op eigen ervaringen. Fintan, een jongen van twaalf, is in maart 1948 met zijn moeder Maou, een Italiaanse, aan boord van de Surabaya, een Hollands schip, op weg naar Afrika, waar Geoffroy, de vader en echtgenoot hen wacht. Maou en Geoffroy zijn halverwege de jaren dertig in Italie met elkaar getrouwd. Als Maou zwanger is verlaat Geoffroy haar omdat hij een baan heeft gekregen bij de United Africa Company in Onitsha, een plaats aan de Niger in Nigeria. Dan komt de oorlog en pas in 1948 is de mogelijkheid aanwezig voor de hereniging. Fintan zal een man ontmoeten die weliswaar zijn vader is, maar in feite een volstrekte vreemde. De lange zeereis kan daarbij dienen als een overgang, een voorbereiding op het nieuwe leven dat voor hem ligt, en de kapitein Heylings, met wie zij goed kunnen opschieten en die hem steeds 'Junge' noemt 'in zijn taal'(!), als een voorproefje van zijn vader.

In Onitsha ontstaat slechts heel geleidelijk een vorm van verstandhouding tussen Fintan en zijn vader. Maou voelt zich misplaatst in het koloniale wereldje en 'misdraagt' zich op de club als zij aanmerkingen maakt op het feit dat terwijl zij heerlijk zitten te eten en te drinken een groep dwangarbeiders in de felle zon bezig is met het graven van een zwembad. Deze scene maakt dat zij niet langer welkom is op de club, maar dat deert haar niet omdat zij zich toch al prettiger voelde in en om haar huis, waar zij een goed contact heeft met de zwarte buurtbewoners. Fintan heeft een vriendje met wie hij de hele dag buiten is en die hem de 'wetten' van het leven leert in de natuur en langs de rlvler.

Legende

Geoffroy zelf neemt, behalve waar het zijn werk betreft, ook nauwelijks deel aan het sociale leven van de kolonisten. Hij is gefascineerd door een oude legende die wil dat in vroeger jaren Arsinoe, een koningin van Meroei, met haar hele volk uit Egypte is weggetrokken om in het Westen een nieuwe vestigingsplaats te zoeken, en deze zou zich volgeris de overlevering moeten bevinden op een eiland in de Niger. Het zoeken naar deze plaats neemt Geoffroy steeds meer In beslag en in zijn dromen ziet hij zelfs Oya, een plaatselijk doofstom meisje en een van de intrigerendste figuren uit het boek, aan voor een afstammelinge van de oude koningin. Maar als hij tijdens een expeditie ernstig ziek wordt met zwartwaterkoorts, beseft hij dat hij nooit zal vinden wat hij zoekt.

Hij is dan al ontslagen door de maatschappij en keert met Maou en Fintan aan boord van de Amstelkerk terug naar Europa. Twee maal een Nederlandse boot en het is aardig om te zien, hoewel waarschijnlijk onbedoeld door Le Clezio, dat zelfs de namen ervan verwiJzen naar vaderland en koloniaal verleden. Het laatste deel van het boek speelt in 1968. Fintan is dan leraar aan een Engelse grammarschool en reist naar Zuid-Frankrijk om aanwezig te zijn bij het sterven van zijn vader.

Uit een recent interview in Lire - Le Clezio is na dit eerste 'autobiografische' werk zelfs toeschieteIiJk geworden in het verstrekken van persoonlijke informatie - blijkt hoe hij eigenlijk al sinds de oorlog van Biafra in 1967 rondliep met het idee om het boek te schrijven, omdat hij besefte dat het land dat hij gekend had en waaraan hij een gevoel van grote vrijheid had overgehouden, op het punt stond te verdwijnen. Nu het er eenmaal Is voelt hij zich "opgelucht en helder. Dit boek was in mij aanwezig, ik heb het eindelijk geschreven: de boot is op zijn plaats van bestemming aangekomen".

Een lange reis

Uit het interview valt verder af te leiden hoe werkelijkheid en de fictie van de roman zich tot elkaar verhouden. Le Clezio's vader was geen ingenieur zoals de vader van Fintan, maar arts, en zijn moeder geen Italiaanse maar een Francaise. Dat Fintan vijf jaar ouder was dan hijzelf tijdens zijn Afrikaanse jaar heeft er ongetwijfeld mee te maken dat Le Clezio Fintan niet alleen vertrouwd wilde maken met de natuur maar ook in contact wilde brengen met de seksualiteit. En dan, een zevenjarige was te jong om in aanraking te komen met het meisje Oya, dat zo'n belangrijke rol speelt in het boek. De fascinatie voor de betrekkingen tussen het oude Egypte en West-Afrika ten slotte was geen preoccupatie van de vader maar van diens vriend, de districtsofficier en archeoloog M.D.W Jeffreys, aan wie de roman ook is opgedragen.

Tijdens de bootreis naar Afrika in 1948 schreef de kleine Le Clezio zijn eerste verhalen, en dit is dus ook het moment geweest waarop hij "als schrijver geboren werd". Een van de verhalen was getiteld Un long voyage. Het is verloren gegaan, maar het is veelbetekenend dat het eerste deel van Onitsha, waarin de reis beschreven wordt, dezelfde naam behouden heeft. Bij de mogelijke literaire invloeden die Le Clezio zou hebben ondergaan bij het schrijven van dit boek wordt in het interview de naam genoemd van Joseph Conrad en daar zit veel in. Het personage van Sabine Rodes, de Engelsman die gemeden wordt door de blanke gemeenschap, kennelijk een geheim met zich meedraagt, en alles van iedereen weet zodat hij onwelkome en insinuerende verhalen kan vertellen, deed mij in beschrijving en sfeer erg denken aan An outcast of the islands. Maar interessanter nog is de mededeling van Le Clezio dat Onitsha eigenlijk deel uitmaakt van een tweeluik, en dat het eerste deel hiervan, dat al geschreven is maar nog niet uitgegeven, de periode uit zijn jeugd behandelt die voorafging aan de reis naar Afrika en die zich dus afspeelt tijdens de Duitse bezetting van Frankrijk. Er is werkelijk sprake van een andere Le Clezio en ik zie dan ook met enige spanning uit naar dit nieuwe boek waarvan de uitgave naar het zich laat aanzien niet al te lang op zich zal laten wachten.