De Verenigde Staten van het hiernamaals; Het bizarre Winchester House in Californië

Sarah Winchester, de weduwe van de wapenfabrikant Winchester, was bang voor de geesten van de mensen die waren gedood door kogels uit de Winchestergeweren. Ze dacht dat ze de wraak van de slachtoffers alleen kon ontlopen als ze in het uiterste westen van de Verenigde Staten tot haar dood in 1922 zou blijven bouwen aan een huis. Het resultaat is het bizarre Winchester House, het enige monument van spiritistische architectuur. “Het is een bezweringsmachine waarin overleefd kon worden door te bouwen, te slopen, te kopen, te verspillen.”

In de tijd dat ik door het wilde westen even buiten Alkmaar zwierf, beschikten we over een wigwam van geel katoen en drie bamboe poten. De meesten van ons hadden een hoed, sommigen een khaki-broek met suède franje, en een enkeling trok ten strijde in een vest waarop een glimmende sheriff-ster gespeld was. Geen paarden, hooguit het geluid van paarden dat uit onze monden kwam. Holsters droeg bijna niemand. Dat was ook niet nodig, want in ons wilde westen was het maar beter om permanent met getrokken pistool te lopen.

Een beetje bink had wel een Colt 45, die hard kon knallen, dank zij patronen van rode plastic klappertjes. Alleen Michiel, een stil kereltje met donkere krullen, had een geweer. Daar was de rest, ik incluis, goed jaloers op. Het was een bijna echte Winchester 1873, tenminste dat stond op de kolf met zilveren krulletters. Het gebaar waarmee Michiel tussen twee schoten de beugel rond de trekker heen en weer moest halen was onverdraaglijk stoer. Weliswaar sprong er dan geen lege patroonhuls uit de zijkant, maar toch. Zo hadden we dat alleen op de televisie gezien, bij Rawhide en Bonanza, en hij was de enige die het overtuigend na kon doen vanwege zijn Winchester. Bij het verdelen van de partijen wilde iedereen graag in de bende bij Michiel zitten.

Net als in het Alkmaarse wilde westen werd er in het historische wilde westen niet op een mensenleven gekeken. En ook toen was het bezit van het Winchester geweer beslissend. Een Winchester was het hi-tech wapen van die dagen. De schutter was namelijk in staat om een kleine twintig keer achter elkaar te schieten zonder te herladen. Iedere seconde een schot terwijl de concurrent hooguit twee keer kon schieten, dank zij een dubbele loop.

Het Winchester 1873 repeteer-geweer staat bekend als "the gun that won the West', een triomfantelijk eufemisme voor de vaststelling dat het een erg populair wapen was, dat uitzonderlijk goed zijn werk deed. Het werk bestond uit het doodschieten van mensen, bij voorkeur Indianen.

Het geweer met de innovatieve transport-hevel was het geesteskind van Oliver Fisher Winchester, en hij produceerde de eerste types al in 1866. Het grote succes kwam met het 1873-model en het was zijn zoon William Wirt Winchester, onder wie hun bedrijf zijn spectaculaire groei beleefde. William stierf in 1881 in Hartford, Connecticut aan tbc. Kinderen had hij niet, zijn enige nazaat, Annie, had maar een maand geleefd. Het fortuin van zo'n twintig miljoen dollar, plus de aandelen in de Winchester Arms Co. vielen daarom geheel in handen van zijn vrouw, Sarah Pardee Winchester.

De weduwe was een goed opgeleide vrouw van welgestelde familie, nu rond de veertig, en schatrijk. Wat moest ze doen? Hertrouwen, de wereld rondreizen, zich met het bedrijf bemoeien? Niets van dat alles. Sarah was meer het ernstige en beschouwelijke type en zoals veel goed-burgerlijke dames in de laatste decennia van de vorige eeuw buitensporig geïnteresseerd in het occulte en paranormale.

Dat de Winchester-familie door kindersterfte en tuberculose getroffen was, kon geen toeval zijn in Sarahs ogen. Hier waren hogere machten in het spel. Bezoeken aan een medium in Boston bevestigden haar vermoedens. De berichten uit het hiernamaals gaven aan dat het voortijdige overlijden van haar man en dochter een wraakoefening was van de geesten van al de mensen die met wapens van de Winchester Arms Co. waren vermoord. Dat waren er nogal wat, honderdduizenden, en een groot aantal ervan viel in de categorie kwade geesten, te weten die van misdadigers, rabauwen en Indianen.

De weduwe, een frêle vrouw van 1 meter 37, stond opeens moederziel alleen tegenover een legioen van ongrijpbare en gewelddadige vijanden. Kon ze misschien iets doen om het onheil af te wenden dat zij voor haar in petto hadden?

Het medium zocht weer contact met de partij aan gene zijde. Het antwoord zou de resterende veertig jaar van Sarahs leven volledig bepalen. De geesten droegen haar namelijk op naar het uiterste westen van de Verenigde Staten te reizen, en daar een huis te bouwen van de allerbeste en kostbaarste materialen. De weduwe zou zich bij de bouw en inrichting helemaal moeten laten leiden door de instructies van de geesten, en alle dagen van het jaar, dag en nacht, de bouwwerkzaamheden gaande houden. Zo lang er getimmerd werd was Sarah een vredig en veilig leven beschoren. Zodra het werk stopte, zou de wraak van de Winchester-slachtoffers over haar neerdalen.

Buitenissig

Sarah Winchester nam de waarschuwing uit het geestenrijk serieus en vertrok naar Californië. In een vruchtbare vallei, aan de weg van het toen nog kleine stadje San José naar Los Gatos kocht ze een boerderij met acht kamers en de omringende 161 acres land. Ze ontwikkelde het landgoed tot een winstgevend bedrijf dat fruit en noten verbouwde, droogde en verpakte. Een van de eerste dingen waartoe ze opdracht gaf was het aanplanten van een hoge, dichte haag rondom haar land. Wat zich daarbinnen zou gaan afspelen was een zaak tussen haar en gene zijde. Van de wereld der levenden keerde ze zich voorgoed af.

Ze bewoonde het huis met Margaret Marriott, haar nicht, gezelschapsdame en secretaresse, die zorg droeg voor de noodzakelijke contacten met de buitenwereld. Zelf sprak ze alleen met haar aannemer en enkele bedienden, en dan nog vanachter een sluier. Alleen haar nicht en de Chinese butler die de dames hun maaltijden serveerde, zagen haar gezicht. Fotocamera's waren uit den boze op het landgoed. Er is maar een foto van haar bekend, genomen door een in de struiken verstopte tuinman. Daarop toont ze een treffende gelijkenis met koningin Victoria.

Sarah Winchester betaalde de mensen in haar dienst tweemaal zoveel als ze in de wijde omtrek konden verdienen. Zo kon ze hoge eisen stellen en zich verzekeren van het beste en gehoorzaamste personeel. Dat was voor de uitvoering van haar bouwplannen van groot belang, aangezien die strijdig waren met iedere vorm van gezond verstand.

Meteen vanaf het moment dat ze haar intrek in het huis genomen had begon de uitbreiding. Achtendertig jaar lang werd er dag en nacht getimmerd, waren er loodgieters en stukadoors in de weer, werkten er behangers, parketleggers, schrijnwerkers en schilders. Toen ze in 1922 in haar slaap overleed telde het huis 160 kamers, maar men schat dat er minstens driehonderd volledig voltooide en ingerichte kamers zijn afgebroken. Met zijn nooit gebruikte balzalen, 13 badkamers, en eindeloze rijen van slaapkamers en zitkamers, allemaal ingericht met kostbare en exotische houtsoorten, tegels en glas-in-loodramen, werd het een Amerikaans Neuschwanstein.

De spiritistische weduwe had weinig benul van de bouwkunde en maakte aanvankelijk gebruik van de adviezen van een vakman. Maar de architect gaf er al snel de brui aan. Sarah Winchesters plannen waren hem te buitenissig, haar redenen te occult. Vertrouwend op de vakkundigheid van haar aannemer en geholpen door zelfstudie ontwikkelde ze zich tot een flamboyant amateur-architect.

Sarah Winchester noemde haar creatie Llanda Villa, wat in een lokale Indiaanse taal "de volmaakte' betekent. Voor buitenstaanders mag het er uit zien alsof er maar wat op los gebouwd is door iemand die er plezier in had tegen alle regels van de bouwkunst te zondigen, maar in de gedachtengang van de weduwe was er van willekeurigheid geen sprake. Het huis moest niet alleen maar voortdurend onvoltooid zijn om de geesten tevreden te stellen.

Sarah Winchester streefde er naar van het huis een ideale omgeving voor goede geesten te maken en het zo te bouwen dat ze veilig was voor kwade geesten. De vraag was natuurlijk hoe zo'n huis er uit moest zien. Wie kon de weduwe dat beter vragen dan de geesten zelf? In het centrum van het huis bevindt zich een kleine, sober ingerichte kamer, waar mevrouw Winchester de seances hield waarin ze de geesten raadpleegde over de uitbreiding en renovatie van het huis. De seancekamer is alleen te bereiken via een verwarrend trappenstelsel en een route die leidt langs verborgen klapdeuren en ramen en gesplitste balkons, zelfs dwars door de achterwand van een kast.

Het idee was om eventueel kwade geesten te misleiden en ongestoord met de haar goed gezinde geesten te kunnen communiceren. Dat deed ze met behulp van de techniek van de "écriture automatique' en een zogenaamd ouija-bord, waarop haar ijle gesprekspartners losse letters en getallen konden aanwijzen.

De kamer zelf is een voorbeeld van haar verwonderlijke bouwkundige vernuft. Gesitueerd op de vierde verdieping, heeft het vertrek geen ramen, maar is omringd door "kijkputten' die zicht geven op lager gelegen sky-lights. Omdat veel delen van het huis glazen plafonds hebben, was de seancekamer een ideale uitkijkpost om het personeel in de gaten te houden.

In de seancekamer zat Sarah Winchester als een spin in het web dat ze spon. Zo sober als de seancekamer was, zo luxueus was de rest van het huis. Vanuit alle windstreken en werelddelen werden de materialen aangesleept. Uit Europa kwamen kant, kristal, zilveren en gouden voorwerpen, uit China porselein en tapijten, en van over de hele wereld de kostbare houtsoorten. Geld speelde geen rol, want behalve de twintig miljoen dollar die ze geërfd had ontving de weduwe een inkomen van duizend dollar per dag; de verkoop van Winchester-geweren ging gewoon door. Toen zij overleed en het werk aan het huis stilviel, waren er drie opslagplaatsen vol ongebruikte kostbaarheden.

Het huis mag er van buitenaf hier en daar als een sprookjeskasteel uitzien, met zijn ronde torens en betraliede balkons, Sarah Winchester had beslist geen vooroordeel tegen de vooruitgang. Van de ongebruikte slaapkamers tot de personeelsvertrekken was het huis uitgerust met de modernste gemakken. Warmwaterleidingen, centrale verwarming, waterclosets en drie liften. Wie dacht dat spiritisme het best gedijt in het halfduister vergist zich. Dit met spiritistische expertise gebouwde huis baadde in een zee van licht, daarvoor zorgde een overdaad aan elektrische en gaslampen. Met haar personeel communiceerde de weduwe via een systeem van bellen en spreekbuizen. In een van de badkamers liet ze een op maat gemaakte douche aanbrengen naar eigen ontwerp, die de bader van alle kanten besproeide. De eerste douche aan de Amerikaanse Westkust.

Ondanks het enthousiasme voor de nieuwste snufjes waren er in het huis maar twee kleine spiegels, in de slaapkamer en badkamer van mevrouw Sarah, want geesten zijn, zoals bekend, allergisch voor spiegels.

Dertien

Het huis staat er nog steeds, in de inmiddels volgebouwde Sante Clara Valley, aan de Winchester Avenue. Men heeft geprobeerd het zoveel mogelijk in zijn oorspronkelijke staat terug te brengen, na tientallen jaren van verval. Het is een California Registered Historical Landmark (no. 868) en bij mijn weten het enige monument voor de spiritistische architectuur.

Ik bezocht het en liep achter een gids aan die me de wonderen van dit doolhof zou laten zien. Terwijl we in marstempo een zigzaggende trap opliepen, maakte de gids me erop attent dat alles in het huis was opgebouwd uit reeksen van 13. En verdomd, vrijwel alle trappen hadden dertien treden, de plafonds bestonden uit dertien panelen, de afvoerputjes in de gootstenen hadden dertien gaatjes, de kandelaars dertien armen, zelfs het parket in de balzaal bleek uit dertien verschillend gekleurde vlakken te bestaan. Er waren dertien badkamers, waarvan de dertiende dertien ramen had.

Het gebruik van het beruchte getal had volgens de gids een goede reden. Dertien was oorspronkelijk het getal dat gebruikt werd om slechte mensen onheil te berokkenen. Wezens met een zuivere ziel waren onkwetsbaar voor het ongeluk dat het getal kon oproepen. Met de opeenstapeling van dertienen hoopte de weduwe een schild tegen kwade geesten te hebben opgetrokken.

We hielden halt bij het begin van een ondiepe gang. Links aan het einde ervan begon een trap. De gids nodigde me uit die op te lopen. Maar ik had mijn voet nog niet op de eerste trede of ik zag dat de trap van dertien treden helemaal nergens naar toe ging. De laatste trede sloot keurig aan op het plafond.

De slechte geesten die mevrouw Winchester onschadelijk had geprobeerd te maken met deze verwarringstactiek konden niet erg snugger zijn geweest, maar wie weet zijn domme geesten wel de allergevaarlijkste.

Soms leek het alsof we op de set van een Buster Keaton-film terecht waren gekomen en de geesten een oer-Amerikaanse voorkeur voor slapstick bleken te hebben. We stonden in een kleine kamer die nergens anders voor leek te dienen dan het herbergen van twee keukenkastjes. Wie in het midden van de kamer stond had de ene kastdeur voor zich, de andere achter zich op ooghoogte. De gids opende de eerste kast, die ongeveer twee centimeter diep bleek te zijn. Toen de andere kastdeur open ging gaapte er een eindeloos gat, dertig onvoltooide kamers diep.

Hoe verder we kwamen hoe onberekenbaarder het huis werd. Het wemelde van de hardhandige valkuilen voor ongewenste gasten uit het hiernamaals. Er waren buitendeuren op de derde verdieping zonder dat er een balkon of trap aan vastzat. Openslaande ramen in de vloer. Deuren die toegang gaven tot een blinde muur of het glazen dak van een keuken twee verdiepingen lager. Er was een lange trap, die niets anders deed dan ons via een overloop zonder deuren weer terugbrengen naar de verdieping waar we begonnen waren. Het had wel iets van een kermisattractie, maar het was zonneklaar dat hier geen sprake was van amusement. De oude, bijgelovige mevrouw Winchester had het huis niet ontworpen bij wijze van pretpark voor haar buurkinderen. Dit was het gevolg van bloedige ernst en een zeer verfijnde vorm van angst.

Het huis leek nog het meest op een reusachtig mechaniek, dat functioneerde als een talisman. Waar minder gefortuneerden een hanger met magische inscripties, of een konijnepoot voor gebruikten, daarvoor diende het spinneweb aan zinloze vertrekken in het geval van Sarah Winchester: het moest "good luck' produceren.

Raffinaderij

De gids ging onvermoeibaar door met het reciteren van indrukwekkende getallen (47 open haarden, tienduizend ramen, glas-in-lood voor zoveel duizend dollar, geïmporteerd uit Duitsland, exclusief behang van zoveel dollar per vierkante voet) en ik stelde me het huis voor als een door de bewoonster ontworpen machine, een voortdurend groeiend en veranderend stelsel van met zorg ingerichte en versierde holtes, die zo op elkaar waren aangesloten dat ze als een paranormale raffinaderij werkten: het huis kraakte de kwade geesten en destilleerde de goede.

Hoe deed het huis dat? Voor zover ik het kon zien met behulp van twee technieken: door zichzelf zinloos te compliceren en door pure verspilling.

De zinloze complexiteit school in de nep-deuren, de overbodige trappen, en paradoxen als het feit dat alle zuilen ondersteboven stonden en er een enorme schoorsteen was gebouwd die vier open haarden bediende en zich door alle verdiepingen omhoog boorde, om dan vijf centimeter onder het dak te stoppen, zodat al die open haarden onbruikbaar waren.

De verspilling bestond uit de kostbaarheid van de vloeren, de zilveren deurknoppen, de tegels, de meubels en ramen waarmee al die ongebruikte kamers waren ingericht.

Alsof dat nog niet genoeg was waren er ook plekken aan te wijzen, waar de twee technieken gecombineerd waren. Het mooiste voorbeeld hiervan was een met knotsen van halfedelstenen gekleurd glas-in-lood raam, op instructie van mevrouw Winchester versierd met haar embleem, het spinneweb, en voorzien van een prisma, dat wanneer de zon erdoor viel de hele kamer zou vullen met een regenboog. Dit raam werd aangebracht op de noordkant van het huis, en afgedekt door een blinde muur.

De absurditeiten in de bouw en het steeds terugkerende getal 13 moesten de kwade geesten uitfilteren, de kapitalen die aan kostbaarheden en handwerk werden besteed golden als zoenoffer aan de goede geesten.

Toen Sarah Winchester in 1922 vredig in haar slaap overleed was er van de twintig miljoen dollar nog vier miljoen over.

Nationalistisch

In de tuin van het Winchester House staan picknicktafels om de uit de cafetaria gehaalde spullen aan te consumeren. Ik zat er met mijn broodje en koffie en probeerde in het struikgewas verstopte luidsprekers te vinden waaruit Mozarts greatest hits kwamen. Tegenover mij aan de tafel zat een verdwaasd kijkende man van middelbare leeftijd. Hij slurpte via een rietje uit een literbeker cola. Hij keek me een fractie van een seconde verlegen aan, boorde toen zijn blik in de tafel en vroeg of ik voor het eerst geweest was, en hoe ik het gevonden had.

Zelf woonde hij hier in de buurt, zijn vrouw en dochter werkten hier allebei en hij was een enorme fan van het Winchester House. Hij bezocht het maandelijks en had pas nog de voorgevel nageschilderd. Met dat schilderij dong hij nu mee naar een prijs op de braderie. Vanavond was de uitslag.

Maar wat vond hij nu zo bijzonder aan het huis? Daarop rolde hij geheimzinnig glimlachend met zijn hoofd.

“Je weet nooit wat je te wachten staat. Er gebeurt hier altijd iets onverwachts, ik zie altijd weer wat nieuws”, zei hij. En daar kwamen de verhalen over de schoonmaker die in het huis een oud vrouwtje zag staan koken aan een van de antieke fornuizen, over de zware branddeur van de cafetaria die zomaar openwaaide, terwijl er niemand doorheen kwam en er geen zuchtje wind was. Het was me wat. De man zou graag eens een nacht in het huis willen doorbrengen, maar niet alleen. Ooit zou hij over al die geheimzinnige dingen die er rond en in het huis gebeurden een boek schrijven en rijk worden.

Voorlopig moest hij wachten of hij een prijs won met zijn schilderij van het Winchester House en de foto van de geestverschijning in zijn shampoofles. Ja, dat zat zo, van de winter stond hij in de douche en pakte een halflege fles shampoo. Opeens viel zijn oog op de condens die zich aan de fles had gehecht: ontegenzeggelijk was er in het patroon van de fijne druppeltjes een menselijk gezicht te zien. Hij rende de douche uit, haalde zijn camera en legde het bijzondere moment vast.

Zelfs als hij niet het huis in ging kwam hij hier graag, om wat in de tuin te zitten en na zijn vermoeiende werkdag als machinebankwerker naar de muziek te luisteren. Dit was het goede leven, een beste plek, dat huis was een bijzonder ding.

Ik keek hem aan en nam zijn naïeve, verlegen geknik in me op. Een fan, iemand die geen hond van het bestaan van spoken en geesten overtuigen wilde, maar voortdurend viste naar vreemde, mysterieuze gebeurtenissen. Een man die tevreden was met het vermaak dat hem geboden werd, die geen vragen stelde, en met enige schroom zijn duit in het zakje van het Huis deed.

Ik had nog nooit met iemand gepraat over het Winchester House en toch bekroop me het gevoel alsof ik dit eerder gehoord had. Ik bladerde in een foldertje dat me was uitgereikt. Daar las ik dat als eerbetoon aan mevrouw Winchesters voorliefde voor het getal dertien iedere vrijdag de dertiende om dertien uur de klok in de vrijstaande klokketoren dertien keer geluid werd.

En op 4 juli, Independence Day. Toen viel het muntje. De aanhankelijkheid aan het Winchester House die de man uitdroeg klonk verbazend veel als de nationalistische sentimenten die ik op en rond de Fourth of July had gehoord, op radio, televisie, braderieën en buurtfeesten. Een land van fans, die zoals alle fans denken dat hun team het beste is, de sympathiekste spelers bezit en de meest visionaire coach heeft, wiens opvatting van het spel de enig juiste is.

Maar een natie is geen team, en wat zich dagelijks afspeelt tussen Long Island en The Golden Gate is niet bepaald sportief. Op slag was het reusachtige huis behalve de nalatenschap van een excentrieke weduwe een allegorisch "thema-park', gewijd aan de spookachtige kanten van the American Spirit.

Sarah Winchester trok naar het Westen, naar de uiterste rand van een nog nauwelijks verkend continent om er een utopische dwergstaat te stichten: de Verenigde Staten van het Hiernamaals, waarvan de inwoners bestonden uit de geesten van overledenen. Maar meer nog dan een utopie, was het een bezweringsmachine, waarin overleefd kon worden door te bouwen, te slopen, te kopen, te verspillen.

En wat waren de gevaren die het overleven bedreigden? De woeste leegte die het huis omringde en de geesten van de slechte mensen en vermoorde Indianen.

Ja, het Winchester House is de Verenigde Staten. Het is er allemaal in miniatuur vertegenwoordigd: het koppig denken te bouwen aan een Volmaakt Land, de raadselachtige obsessie met getallen en prijzen, de vreemde mengeling van Eftelingachtige ideeën over schoonheid en een verering van technologische snufjes: de van ieder zelfbewustzijn gespeend lijkende expansie, bouwend en slopend als bezeten, en de sluimerene dreiging die hoort bij het vermoeden dat de genoten rijkdom de vrucht is van geweld.

Sarah Winchesters fortuin was het gevolg van de gewapende kolonisatie van het nieuwe land, en het nooit te voltooien en toch volmaakte huis dat ze bouwde was een bezwering van de angst voor de gevolgen daarvan.

Misschien dat de kwade Indianengeesten uit Sarah Winchesters tijd, de gettobewoners en daklozen van vandaag zijn. Zij spoken wanhopig en wraakzuchtig rond het felverlichte, vernuftig en genoeglijk ingerichte huis. Maar het is zo ingericht dat ze binnen geen poot hebben om op te staan. De enkeling van hen die binnen weet te komen, wacht de Door to Nowhere.