De Indische Zaak

Dat in vergelijking met de joodse nabestaanden en -oorlogsslachtoffers, de Indische oorlogsslachtoffers en nabestaanden gediscrimineerd worden, is reeds lang duidelijk.

Getuige immers de inzet waarmee de Nederlandse politici de joodse zaak hebben vertegenwoordigd en verdedigd, danwel de immateriële en materiële schadevergoedingen die voor hen zijn afgedwongen. Generaal-bd Huyser durft Kaifu's woorden een aanzet te noemen, terwijl het in werkelijkheid een beledigend toegeworpen aalmoes is. Zelfs een hond niet waardig.

Indien Kaifu's woorden inderdaad een aanzet zijn, dan kan “de kous nooit af zijn”. Want hiermee is het ultieme doel nog steeds niet bereikt. Uit niets heb ik kunnen opmaken dat Huyser het met de woorden van Lubbers oneens is. Wat ik wel uit de mond van Huyser heb gehoord, is dat het krans-incident de Indische zaak geen goed heeft gedaan.

Ik vraag me af wat de Indische zaak tot nu toe wel goed heeft gedaan. Zesenveertig jaar na dato! Maar het is ook aan deze Indische onderdanigheid en het likken naar boven en trappen naar je eigen soort te danken, dat de Indische zaak is verworden tot wat het nu is.

Zich quasi waardig gedragen uit een comfortable positie is allesbehalve waardig. Je nek durven uitsteken op een eindelijk eens on-Indische wijze, doet meer eer aan de Indische zaak en staat dichter bij de geest van hen die hun leven gaven. Want uiteindelijk hebben zij tegen fascisten en verraders geprotesteerd en gevochten niet alleen door eerst hun stem te verheffen, maar ook naar wapens te grijpen en tenslotte hun leven te geven.