De huis-Wysjinkski

Vorige week zaterdag stond in deze krant een bespreking, door Rolf Binner, van Gnadenlos.

Andrei Wyschinski, Mörder im Dienste Stalins, door de Russische auteur Arkadi Waksberg. Blijkbaar is Stalins wereldberuchte openbare aanklager alweer zo lang dood dat in de titel toelichting moet worden gegeven: genadeloos en moordenaar. (In de Engelse vertaling wordt volstaan met 'Het leven van Andrei Vyshinsky'). Ook genadeloos is als toelichting niet voldoende. Bij Wysjinski, zoals we hier tegenwoordig schrijven, gaat het juist om de manier waarop hij genadeloos was; hij is de grondlegger van een genadeloosheid met resultaten die de wereld versteld hebben doen staan en waarop de psychologie nog niet is uitgestudeerd. Hij is de grondlegger van een methode waardoor de beklaagden misdaden bekenden die ze niet op hun geweten konden hebben. Dat deden ze niet met een eenvoudige bevestiging. Tot in de kleinste kleinigheden en met het overtuigendst vertoon van berouw vervalsten ze hun persoonlijke en de algemene geschiedenis. Daarna kregen ze een nekschot. Hebben ze zich op den duur werkelijk schuldig gevoeld? Dat kunnen ze niet navertellen.

Arthur Koestler heeft er de roman over geschreven waarmee hij beroemd is geworden: Darkness at Noon. Na de oorlog zijn in de middeneuropese volksdemocratiën processen gehouden tegen "verraders' à la Boecharin. Die zijn posthuum in ere hersteld: Rajk, Slansky, Petkov, allemaal namen uit de tijd dat men de Koude Oorlog eeuwig waande. In China werden de processen tot aanschouwelijk onderwijs gepaard aan publieke vermakelijkheid verheven. In het Westen verdiepte men zich opnieuw in de raadsels van de methode Wysjinski. Die bestond, wist men toen, niet uit een menu van gewone martelingen. Er lag een langdurige, vernuftige psychologische behandeling aan ten grondslag: de hersenspoeling. Schrijvende psychiaters losten het angstwekkend mysterie op: de Amerikaanse Nederlander Joost A.M. Meerlo met zijn The Rape of the Mind, en zijn Britse concurrent William Sargant met Battle for the Mind. De titels doen al vermoeden in welke sfeer deze bestsellers zijn gepubliceerd. Nog een bewijs dat de Koude Oorlog al voorbij was lang voor het einde officieel werd afgekondigd: het begrip hersenspoeling en de daarmee verbonden raadsels en schrikbeelden zijn al jaren geleden uit de circulatie verdwenen.

Ik wil niet de indruk wekken dat ik me in de volgende dertig regels met de wetenschap ga meten, maar aan de andere kant heeft m'n naïeve intuïtie me altijd gezegd dat het vraagstuk niet definitief is opgelost. Verder denk ik dat je meer kans hebt op een begin van inzicht als je een vraagstuk tot zijn eenvoudigste verschijningsvorm weet terug te brengen. En hoe vaak gebeurt het niet in het dagelijks leven dat men wordt beschuldigd van iets dat men niet heeft gedaan. Ja, die beschuldiging is dusdanig uit de lucht gegrepen dat men over zoveel absurditeit het hoofd schudt. "Slechts het hoofd kan schudden,' heette het toen die uitdrukking nog kracht had.

Al van de lagere school kunnen we ons dat herinneren. Ieder onheil in de klas heeft een schuldige. Daaruit volgt dat die moet worden aangewezen. De wijsvinger van de onderwijskracht treft de verkeerde. Dat hindert niet. Het gaat om de toon van de aanklager. Die moet streng zijn, superieur. Het gaat om het gezag.

De verdachte ontkent, nog meer voor de vorm, want hij voelt zich niet innerlijk verplicht erop te antwoorden. Dan hoort hij de beschuldiging herhalen. "Ja, ventje, dat zeg je nu wel, dat hebben we meer gehoord, je kunt me wel zoveel vertellen! Maar wij samen weten wel beter hè?' Enzovoort. 'Ik heb het ècht niet gedaan, juffrouw!' Dan voltrekt zich iets merkwaardigs: de ten onrechte beschuldigde krijgt een kleur, gaat een beetje hakkelen, klinkt steeds minder overtuigend. Bij iedere ontkenning belast hij zich sterker en gaat zich er ook naar gedragen. Het ontaardt in een vernederend gekronkel. Dat weet hij, en beter dan wie ook kent hij de reinheid van zijn geweten maar dat zal hem niet meer helpen.

Dit is het diepste mysterie van dergelijke processen: de machteloos makende tegenspraak, de uiterlijke schuld en innerlijke onschuld in één persoon verenigd. Daar kan zo'n slachtoffer behoorlijk verscheurd van raken. In Nederland komt het niet veel voor; 't hoort meer tot de Russische ziel zoals door rechtspraak en literatuur bewezen wordt. Maar waar dan ook, in het klein of in het groot, het blijft genadeloos.