De Arbeiderspers Penguin Kasimir Klimopkrans.

De Arbeiderspers Penguin Kasimir Klimopkrans

De Arbeiderspers

“Contact met Nederland gehad: ik denk maar dat ik 'ns van uitgever ga veranderen. Lullig, zeker na die zestien mooie jaren bij de Arbeiderspers.” Dit schreef Boudewijn Büch afgelopen zondag in zijn column "De achterkant van Büch' in de Krant op Zondag naar aanleiding van de benoeming van R.J. Dietz tot directeur van De Arbeiderspers. Büch, die ergens in Canada verblijft, is een van de bekendere auteurs van uitgeverij De Arbeiderspers. Hij hoort bij de 28 auteurs die in een brief aan de sollicitatiecommissie voor een nieuwe Arbeiderspers-directeur stelden dat naar hun mening de nieuwe directeur binnen het bedrijf te vinden was. Het leek hen dat Emile Brugman directeur zou moeten worden. De brief, die geheel buiten Brugman om was opgesteld, is bekeken en terzijde gelegd en na een razendsnelle sollicitatieprocedure kwam een nieuwe directeur uit de bus.

Op 2 augustus werd bekendgemaakt dat R.J.W. Dietz (45) de opvolger van Sontrop is geworden. Per 1 september treedt hij in dienst van de uitgeverij. De Arbeiderspers maakt deel uit van Singel 262, de uitgeefpoot van de Weekbladpers. Directeur Pieter de Jong van Singel 262 is een voormalige naaste collega van Dietz, toen beiden werkzaam waren bij Wolters-Noordhoff. Het heeft Dietz volgens De Jong, geen voordeel opgeleverd bij de sollicitatieprocedure. “Er was een sollicitatiecommissie van 7 man en die heeft het zeer zorgvuldig bekeken. Zoals u weet zijn wij een coöperatieve werknemersvereniging, wat inhoudt dat het bedrijf van ons is en iedereen beslist dus mee. Voordeel was misschien alleen dat ik de beide kandidaten kende”, aldus De Jong, die niet wil zeggen hoeveel sollicitanten er waren.

Emile Brugman is met vakantie vertrokken en zal bij terugkomst laten weten wat hij doet. De Jong: “Hij zit persoonlijk natuurlijk nu in een situatie waarin hij even over alles na wil denken, ja.” De auteurs die hem steunden hullen zich in een diep stilzwijgen (Jan Brokken: “Ik heb geen enkel commentaar.”) en wachten op de dingen die komen gaan.

Penguin

Uitgeverij Penguin Books heeft met het Centraal Boekhuis afspraken kunnen maken over de distributie van hun boeken. Vanaf 1 januari verzorgt het Centraal Boekhuis (CB) in Culemborg de distributie van alle Penguin Group International en MacDonald-fondsen, waarmee een eind komt aan een jarernlang contact met importeur Nilsson & Lamm. Het gaat niet alleen om de Penguinpockets maar ook om de boeken van onder meer grote uitgeverijen als Viking en Hamish Hamilton. Alles bij elkaar zijn het 15.000 titels die leverbaar zijn. Het voordeel van de nieuwe vorm van distributie is dat de boekhandels veel gemakkelijker kunnen zien welke boeken Penguin kan leveren en bestellingen worden binnen 48 uur door het CB bezorgd.

Directeur van Penguin Nederland, Peter van Gorsel, is zeer in zijn nopjes en spreekt van een wereldprimeur. “Penguin Nederland is door deze stap nu bijna een volwaardig Nederlands bedrijf. Wij hebben nu als buitenlandse uitgever bij het distribueren van onze boeken dezelfde mogelijkheden als Nederlandse uitgeverijen. Een grote boekhandel die met een terminal aangesloten is bij het Centraal Boekhuis krijgt iedere ochtend het hele bijgewerkte vooraadbestand doorgeseind. Dus als die boekhandelaar straks op zijn scherm onder bij voorbeeld de naam George Orwell kijkt, ziet hij niet alleen de paar vertalingen genoemd maar ook alles wat er bij ons van Orwell leverbaar is. Dat betekent nog verdergaande integratie van boekhandelaar, distributeur en uitgever.”

Kasimir

De nieuwe uitgeverij Kasimir kondigt zich aan met de uitgave Rubinsteins veiling van Rafael Seligmann, een vertaling uit het Duits van het boek Rubinsteins Versteigerung uit 1989. Uitgever A.Y. Grunberg (21) besloot een uitgeverij op te richten toen hij vorig jaar oktober op de Buchmesse in Frankfurt toevallig tegen dit boek aan liep. “Een medewerkster van het Eichborn Verlag vroeg me wat ik van het boek vond. Ik was er erg enhousiast over en wilde weten of er al een Nederlandse uitgever voor was. Dat bleek niet het geval en terwijl ik al wegliep vroeg zij me of ik toevallig van een uitgeverij was. Zonder dat het in feite zo was heb ik ja gezegd. Zo is het begonnen.”

Grunberg is van huis uit acteur en toneelschrijver. Hij speelde mee in een produktie en leerde zo Jan Ritsema kennen, wiens uitgeverij Int. Theatre Bookshop de distributie van Kasimir verzorgt. Kasimir gaat zich volgens Grunberg specialiseren in literaire vertalingen uit Midden-Europa. Voor dit jaar en 1992 staan een tiental boeken op stapel en dat moet in de toekomst ook de jaarproduktie worden. Grunberg sluit niet uit dat Kasimir in de toekomst ook oorspronkelijk Nederlands werk zal uitgeven maar zegt erbij dat er nu van actieve werving nog absoluut geen sprake is.

“Het doel is op dit moment om te kunnen blijven bestaan”, zegt Grunberg. Hij kan er als beginnend uitgever op dit moment nog niet van leven. Grunberg heeft een opdracht van het Fonds voor de Kunst om een toneelstuk te schrijven. Het streven is op dit moment niet om een grote uitgeverij te worden: “Ik zou al heel blij zijn als ik over een jaar of vier nog steeds tien boeken per jaar kan produceren.”

Klimopkrans

Zijn roem was hem reeds vooruitgesneld, begin juni had Peter Yvon de Vries van De Lange Afstand mij al een afdruk van een uit linoleum gesneden klimopkrans gestuurd. Het gedicht van T. van Deel en de reactie daarop van Anneke Brassinga, beiden getiteld "Klimopkrans' lieten nog op zich wachten. Van Deel schreef zijn gedicht zonder te weten dat de krans ter ere van Jacques Perk (1859-1881) gesneden was: Koolzwart vlammende hoepel- van klimop. Spring er doorheen- en ga gerust in tegenlicht verloren. Brassinga schreef haar vers onder het motto "tegen Deel': Twee houden zich omhelzend vast,- zijn een: lichtval gestrikt- uit klimoptak. Het loof wil- fladderen maar blijft verknocht-inktzwart bewogen tegen licht.- Languit ontknoopt pas opgelost- doorzichtigheid; niet wat er- achter maar hoe het in elkaar.

Geïnspireerd door zijn liefde voor het Belgische meisje Mathilde Thomas schreef Jacques Perk in 1879 een sonnettenkrans, ook wel bekend als Mathilde-cyclus. Een klimopkrans in verband gebracht met een man die Perk heet kan niet anders dat tot de verbeelding spreken. Een perk is een tuintje maar we hebben ook de uitdrukking paal en perk. De Vries wist van het verband tussen Perk en krans, Brassinga ook maar Van Deel niet. Toch heeft hij de betekenis van de krans als grens wel verwerkt. Het licht komt van de krans zelf dus wie er doorheen springt en achter het licht terechtkomt is onzichtbaar. Wie, zoals Brassinga, mag weten dat de krans aan Perk gewijd is, kan de verstrengeling van de uiteinden gaan duiden en, in reactie "tegen Deel', zich afzetten tegen wat er achter de krans steekt. Haar vers mag tegen Deel gericht zijn, maar hij blijft onverlet. Jacques Perk zou het geheel ongetwijfeld amusant gevonden hebben, al lang blij dat Willem Kloos zich er niet mee heeft bemoeid.

Klimopkrans is met de hand gezet uit de Baskerville en gedrukt op Zerkall-Bütten. De oplage bestaat uit vijftig gesigneerd exemplaren en de prijs is ƒ 55,- per exemplaar, te bestellen door overmaking op giro 2700728 van De Lange Afstand in Amsterdam, o.v.v. titel.