"België wil zaak-Cools liever vergeten'

BRUSSEL, 16 AUG. “Het gebrek aan opleiding én de politisering van de rechterlijke macht in België zullen zich ook weer wreken in het onderzoek naar de moord op de Waalse socialistenleider André Cools. Het zal wel hetzelfde worden als met de Bende van Nijvel en met de zaak Van den Boeynants. Misschien dat er wel een dader zal worden gevonden, maar de vraag wie er uiteindelijk werkelijk achter de affaire zit, zal vermoedelijk ook in dit geval wel nooit worden opgelost.”

Prof. dr. Lode van Outrive, hoogleraar strafrecht aan de universiteit van Leuven, gespecialiseerd in de organisatie van politie en rechterlijke macht, en lid van het Europese Parlement voor de Vlaamse Socialistische Partij, maakt zich met andere Belgische rechtsgeleerden “grote zorgen”. Van Outrive:“We vinden dat ingewikkelde en politiek geladen affaires noch billijk noch efficiënt worden uitgezocht.”

Zowel de rechterlijke macht als de politie, zegt hij, “hebben te lijden onder het gebrek aan vorming en werken met ongelooflijk verouderde middelen, zodat je bij het oplossen van zaken bijna aan het toeval bent overgeleverd. Er is veel tegenstand in de Belgische magistratuur tegen de democratisering, zoals in Frankrijk is gebeurd. Men zegt bang te zijn voor een "Syndicat de Magistrature', maar in Frankrijk is politieke inmenging er wel verleden tijd mee geworden.”

België vier weken na de moord op André Cools in Luik. In de vroege ochtend van 18 juli werd de 64-jarige, invloedrijke Waalse socialist en voormalig vice-premier op een parkeerplaats bij de flat van een vriendin gevonden met onder meer een kogelgat in het strottenhoofd, iets wat later door criminologen "kenmerkend' wordt genoemd voor de afrekening met mensen die op het punt staan uit de school te klappen. De vriendin van Cools was getroffen in de longen, maar zij overleefde de aanslag.

De Luikse regio, die al sinds jaar en dag wordt overheerst door de socialisten, lijkt na een massaal bezochte uitvaart de zaak al te zijn vergeten. Alleen in Flémalle, de gemeente waar Cools burgemeester was, wordt er in het Huis van het Volk nog getreurd over de “lafhartige moord op een man aan wie we alles te danken hebben”, zoals een vrouw zegt. “Hij was bezig Wallonië weer economisch gewicht te geven.”

De Waalse kranten zwijgen nu nagenoeg, nadat ze er dagenlang mee hebben volgestaan. Dat komt hoofdzakelijk doordat het parket van de procureur des konings al vrij kort na de moord een volledige "persstilte' afkondigde. Prof. Van Outrive: “De daders of dader hebben een goed moment gekozen. Heel België is met vakantie zodat straks, als in september de zaak weer serieuzer zal worden aangepakt, de felste emoties er vanaf zijn.”

Pag.5:

"In België is de magistratuur schatplichtig aan de politiek'; Hervormingen stuiten altijd op de weerstand van de partijen

Mr. Hugo Coveliers, advocaat in Antwerpen en parlementslid voor de Volksunie-Vlaamse Vrije Democraten: “Ik heb de indruk dat ook in deze zaak niks essentieels naar buiten komt. Uit inlichtingen van gefrustreerde onderzoekers in het Luikse team weet ik dat men niet één bruikbaar spoor heeft. Tenzij er iemand wordt gevonden die verklaart dat hij de fatale schoten heeft gelost, zal de zaak in de doofpot terechtkomen. Dit land is doodziek. Van ziekte kun je alleen maar genezen als je beseft dat je het bent. Maar zover zijn we nog lang niet, want de diagnose is zelf niets eens gesteld.

“Corruptie kom je overal tegen, maar nergens in de mate zoals in België. Het is daarom dat de zaak-Cools me zo bezighoudt. Als men vaststelt dat hier een aantal moorden kan gebeuren zonder dat er ook maar één echt wordt opgelost, dan is het duidelijk dat men zich zorgen zou moeten maken over de rechtsgang en de democratische waarden in België.”

Coveliers hield zich als lid van de parlementaire commissie bezig met de vraag welke politieke banden de Bende van Nijvel, verantwoordelijk voor 28 moorden, met vooral rechtse groeperingen en met overheidsdienaren als Rijkswachters had.

Verschillende theoriën doen de ronde over de reden waarom Cools is vermoord. De man zou vijf dagen voor zijn dood inlichtingen hebben gekregen over Belgische betrokkenheid bij het "superkanon' dat in onderdelen aan Irak werd geleverd. Hem zou het zwijgen zijn opgelegd voordat hij daarover onfrisse dingen, onder meer over het innen van smeergelden door vooraanstaande Belgische industriëlen, in de openbaarheid kon brengen.

Maar een tweede theorie zou volgens insiders veel meer grond hebben. Het zou, zoals ook Van Outrive en Coveliers menen, om een "politiek-economische moord' gaan. “Voor mij”, zegt Van Outrive, “gaat het om een politieke afrekening. Hetzij preventief omdat de man misschien wel van plan was dingen in de openbaarheid te brengen, hetzij repressief omdat hij te veel macht rond zich had verzameld. Alleen een kleine kring van ingewijden wist van zijn handelen. Er was niemand die controleerde. Daardoor hebben die mensen zich óók kwetsbaar gemaakt.”

Cools, die in Flémalle ook wel de peetvader wordt genoemd, had in het Waalse land met een handvol getrouwen een machtsimperium opgebouwd, waardoor hij zich behalve vrienden ook vele vijanden zou hebben gemaakt. Hij was president van de Onderlinge maatschappij voor openbare diensten (OMOB), een verzekeringsmaatschappij met een kapitaal van meer dan één miljard gulden.

Via de maatschappij zouden hij en zijn medestanders, ook wel de groep van Flémalle genoemd, de vijf belangrijkste sectoren in het Luikse industriebekken in handen hebben: de elektriciteitsvoorziening, de informatica, de onroerend goedmarkt, de afvalmarkt en de waterdistributie. Dit alles om de Luikse regio weer een regio van economisch belang te maken.

Die samenballing van macht vond geen genade in de ogen van enkele leden van de Parti Socialiste (PS). Toen Belgische kranten na de dood van Cools het economische web aan het licht brachten, zeiden tegenstanders binnen de Parti Socialiste van Cools - zoals Jean-Maurice Dehousse en José Happart, de ongekroonde koning van de Voerstreek - "geschokt' te zijn over de onthullingen. Dehousse, kandidaat voor het burgemeesterschap van Luik, was het politieke leven door toedoen van Cools onmogelijk gemaakt. In het Vlaamse blad Humo zei Happart, die een aartsvijand van Cools was: “Het kan niet dat een handjevol mensen de economische macht in handen heeft. Voor mij kan de politiek de economie pas controleren als ze er buiten staat. Cools was voor mij het symbool van de machtshonger van een generatie politici die alle touwtjes in handen hebben”, aldus Happart.

Tegen dat licht moeten vermoedelijk ook de telefoontjes worden gezien, die kort na de moord binnenkwamen bij de redactie van de in Charleroi verschijnende krant La Nouvelle Gazette. Cools, zo liet de anonieme beller weten, zou de eerste zijn in een rij van slachtoffers. Het team dat de moord onderzoekt zou er, aldus de man, goed aan doen na te gaan wie na Cools de politicus was die zich het meest had verrijkt.

Dat de moord op Cools mogelijk een begin is van een massale afrekening, vindt voeding in nog één vastgesteld feit. Enige uren voordat hij werd doodgeschoten, ontplofte elders in de Luikse regio de auto van Lambert Verjus, de president van de Luikse Socialistische Partij en een medestander van Cools. Hoewel het onderzoeksteam zich aanvankelijk merkwaardig snel haastte te verklaren dat de brand in de auto was ontstaan door kortsluiting, werd na een tweede onderzoek verklaard dat er resten van explosieven waren aangetroffen.

Het onderzoeksteam zou bestaan uit tussen de 200 en 300 mensen, maar sommige bronnen menen dat er zich slechts een handjevol personen mee bezighoudt. Erbij betrokken zijn leden van de Brigade de surveillance et de recherche (BSR) en een uit leden van de gerechtelijke politie en de Rijkswacht samengestelde anti-terroristische groep, de GIA (Groupe interforces antiterroriste).

Het team wordt geleid door de procureur des konings (de officier van justitie) Anna Bourguignont en de procureur-generaal voor het Luikse rechtsgebied Léon Giet. Onderzoeksrechter is Veronique Ancia. Allen doen er nu het zwijgen toe. Van Giet en Bourguignont is bekend dat ze leden zijn van de Parti Socialiste, Anna Vancia daarentegen is lid van de Parti Social Crétien. Zij heeft weliswaar de meest vergaande bevoegdheden, onder meer tot huiszoeking, maar zoals Coveliers zegt, “ze is qua tucht onderworpen aan de officier van justitie”.

In België zou de politieke gezindheid van openbare aanklagers of rechters een rol spelen in de mate waarin een onderzoek vordert of stagneert. “Dat de magistratuur in ons land politiek wordt benoemd”, zegt Van Outrive, “is helaas een vaststaand feit. Je kunt zeggen dat er op die manier een vorm van erfdienstbaarheid, van schatplichtigheid ontstaat ten aanzien van de politici, door wier toedoen men is benoemd.”

Coveliers: “Je wordt geen magistraat of je moet de steun hebben van de politieke partij, die op zeker ogenblik aan de macht is. Bij elke benoeming gaat er een kopie van het lijstje van kandidaten naar de voorzitters van de politieke partijen, die vervolgens met de kabinetschef van de minister van justitie om de tafel gaan zitten, waarna dan de benoeming afkomt. Dat is mensen als mij al lang een doorn in het oog, maar hervormingen stuiten altijd op de weerstand van de grootste politieke partijen in het parlement”.

Van Outrive: “Als, zoals in het geval-Cools, de leden van de magistratuur zijn benoemd door toedoen van Cools dan zou men eerder zeggen dat ze er de schouders onder zetten om zo snel mogelijk de dader of daders te pakken, want het gaat immers om een politieke broeder die is vermoord. Maar het zit er eveneens dik in dat men bang is zaken te vinden, die de vermoorde in een kwaad daglicht stellen. In Angelsaksische landen zou zo'n zaak trouwens al lang zijn overgedragen aan de rechtbank van een ander rechtsgebied. Dat is in België weliswaar mogelijk op grond van een beslissing van de vijf procureurs-generaal, maar wie durft dat gezien de verhoudingen aan?”

Coveliers: “Bijna alle onderzoeksrechters, die waren betrokken bij de vervolging van de Bende van Nijvel zijn bevorderd, zodat ze de dossiers niet meer kunnen behandelen. Zo zijn de Nederlandstalige dossiers over de aanslagen van de bende in Temse en Aalst overgeheveld naar Charleroi. Daar zijn ze nog wel een paar jaartjes bezig om ze te vertalen. En zo moddert men maar door tot de tien jaar van de verjaring om zijn.”