Bach Solisten blinken uit in samenspel en stralende orkestklank

Concert: Amsterdamse Bach Solisten onder leiding van Ton Koopman (clavecimbel). Programma: Telemann uit Tafelmusik I: Suite in E, Telemann: Concert in A, Bach: Clavecimbel Concert in A, BWV 1055, Telemann: uit Tafelmusik I: Conclusio. Gehoord 15-8 Grote Zaal Concertgebouw Amsterdam.

Zo beweeglijk dirigeerde Ton Koopman vanachter het clavecimbel de Amsterdamse Bach Solisten, met een knikkend, buigend en rollend hoofd, dat het wel leek alsof zijn hals in een veertje veranderd was. In de Ouverture van Telemann's Tafelmusik I wisten de Amsterdamse Bach Solisten nog even niet zo goed raad met Koopmans muzikale uitbundigheid. Met name de strijkers van het ensemble vertaalden zijn aanstekelijke hoofdbewegingen tijdens dit openingsdeel in een onevenwichtige aaneenschakeling van karikaturale buiktonen, waardoor de melodielijnen in het gezucht en gesteun tenonder gingen.

Maar al met de vrolijk huppelende réjouissance zaten de musici en de dirigent op één lijn, waarna Telemanns suite aan de luisteraar voorbijtrok als een kleurrijke en afwisselende stoet van barokke dansvormen. Fluitisten Rien de Reede en Paul Verhey, eerste violist Henk Rubingh, tweede violist Jan Willem de Vriend en cellist Wim Straeser onderscheidden zich hierbij van de "meute' met sprankelende muzikale onderonsjes, waarin zij om beurten glansrijk het voortouw namen.

Op de Tafelmusik I volgde een spontane en contrastrijke uitvoering van Telemanns Concert in A, waarin bovengenoemde spelers, ditmaal zonder fluitist Rien de Reede, opnieuw met veel flair hun soli vertolkten en waarin het ensemble als geheel uitblonk in geraffineerd samenspel en een warme, stralende orkestklank.

Na de onderhoudende muziek van Telemann klonk Bachs Clavecimbelconcert in A, BWV 1055, vermoedelijk een bewerking van een eerder ontstaan concert voor oboe d'amore, opmerkelijk sereen en verheven. Indrukwekkend was hierin het bezielde solospel van Ton Koopman: maar weinig clavecinisten weten hun instrument zo lyrisch, maar toch tot in de kleinste details genuanceerd te laten klinken. Het concert werd besloten met een wervelende Conclusio uit Telemanns Tafelmusik I, waarbij muzikale speelsheid en hoffelijkheid hand in hand gingen