Waar blijft Japanse Von Weizsäcker?

Zoals mei de maand is waarin het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa wordt herdacht is augustus dat voor het einde van die oorlog in Azië. Op 15 augustus worden de slachtoffers van die oorlog herdacht en op 6 augustus in Hiroshima en elders het feit dat op die dag in 1945 voor het eerst atoomwapens werden gebruikt om dat einde te bewerkstelligen.

De verwerking van die oorlog en van het leed waarmee hij gepaard ging, heeft alle betrokkenen moeite gekost. Voor sommigen is dat proces nog gaande. Tot de naoorlogse erfenis behoort begrijpelijkerwijs een zekere dosis politiek wantrouwen ten opzichte van de voormalige vijanden. In die zin zijn Japan en Duitsland (hierbij wordt Italië, zoals gebruikelijk, over het hoofd gezien) nog steeds geen "normale' landen en gelden voor hen strengere maatstaven dan voor andere staten, ook al is er in hun feitelijk gedrag sinds 1945 daartoe niet of nauwelijks aanleiding. Tot het verwerken van het oorlogsverleden behoort ook het zich publiekelijk bezinnen op de betekenis daarvan in al zijn facetten.

Wij mogen op dit punt de Duitsers dankbaar zijn. Natuurlijk, er is in de loop der jaren wel eens wat mis gegaan, en er waren incidenten waarbij gevoelens hardhandig werden gekrenkt, maar over het geheel genomen is het onweerlegbaar dat zij steeds weer leiders hebben gevonden die de juiste woorden, de juiste toon en het juiste gebaar wisten te kiezen: zowel de bondskanseliers Konrad Adenauer en Willy Brandt als ook de presidenten Gustav Heinemann en Richard von Weizsäcker.

Hoe anders ligt het op dit gebied met Japan. Zeker, achtereenvolgende Japanse regeringen hebben herhaaldelijk blijk gegeven van besef van het leed dat door of onder verantwoordelijkheid van Japan in de Tweede Wereldoorlog werd aangericht, maar het is altijd mager geweest en maakte een rituele indruk in de slechte zin van dat woord. Nog in 1990 was één van de eerste beslissingen van het nieuwe kortstondige Oostduitse parlement het aannemen van een resolutie waarin vergeving werd gevraagd voor nazi-oorlogsmisdrijven. Geen Japanse politicus heeft ooit zo'n gebaar gemaakt waar het ging om het bloedbad van Nanking in 1936 in de Japans-Chinese oorlog.

De dood van keizer Hirohito heeft in Japan niet geleid tot een nieuwe discussie over diens rol in de oorlog. Een van de weinigen die dit onderwerp wel ter sprake bracht, burgemeester Motoshima van Nagasaki, kreeg emmers kritiek over zich heen en werd later gemolesteerd door een rechts-radicaal. Voor zover dergelijke gebaren wel gemaakt zijn hebben zij hun doel goeddeels gemist en is verzoening uitgebleven. Wat, mogen wij aannemen, oprecht bedoeld was, heeft soms zelfs een averechts effect gehad.

De recente gebeurtenissen in Den Haag zijn daarvan een sprekend voorbeeld. Natuurlijk, evenmin als leed zich in geld laat uitdrukken kan de oprechtheid van het schuld belijden aan de diepte van een buiging worden afgemeten. Bij het hoofdknikje van minister-president Kaifu hebben velen echter ongetwijfeld een vergelijking getrokken met de knieval van Willy Brandt in Auschwitz, terwijl anderen zich herinnerden hoe diep zij destijds als Japanse gevangenen moesten buigen. Waarom is er geen Japanse Von Weizsäcker?

De belangrijkste reden moet worden gezocht in de wijze van verwerking van het Japanse oorlogsverleden in Japan zelf. Voor zover er sprake was van collectieve gevoelens van verantwoordelijkheid en schuld - en daarvan was zeker in de eerste naoorlogse jaren sprake - zijn deze geleidelijk uit het Japanse bewustzijn verdwenen. Na 1945 kreeg Japan een moderne democratische grondwet, waarin het beroemde artikel 9 is opgenomen, waarin Japan afziet van het recht op oorlogvoeren en het hebben van een leger. De breuk met het verleden was radicaal. De steun hiervoor was behalve op de nodige hypocrisie - getuige de manier waarop gaandeweg alle beperkingen die daarmee samen hingen in buitenlands en defensie-beleid over boord zijn gezet - toch ook gebaseerd op een oprechte anti-militaristische reactie op de oorlog. Er was direct na 1945 - anders dan in Duitsland - een periode van intense bezinning gepaard gaande met pogingen Japan te bevrijden van militaristische invloeden. Dat heeft echter geleidelijk plaatsgemaakt voor een soort collectief geheugenverlies. Wat er in Japanse schoolboeken over de oorlogsjaren staat, kan zonder veel overdrijving in één zin worden samengevat: “Japan kwam in de Tweede Wereldoorlog terecht”. Pogingen hierin verbetering te brengen zijn steeds op groot verzet gestrand. Veel Japanners die men hier ontmoet, weten echt van niets en zijn oprecht geschokt als zij met het verleden worden geconfronteerd. Dat is begrijpelijk als men zich herinnert hoe zelfs de scènes met journaalfragmenten over The rape of Nanking werden verwijderd uit de Japanse kopieën van de film The last Emperor.

De oorzaak voor het ontbreken van een Japans verantwoordelijkheidsgevoel is vermoedelijk (aldus de auteur John Lie in Peace and Change, juli 1991 aan wie ik hier veel heb ontleend) dat de democratisering en demilitarisering, neergelegd in wat de Japanse rechterzijde smalend de "MacArthur-constitutie' noemt, Japan van buitenaf zijn opgelegd. Goede bedoelingen hadden, zoals helaas zo vaak, een averechts resultaat. Het Tribunaal van Tokio waarin de Japanse leiders door buitenstaanders werden veroordeeld maakte een eigen en persoonlijke verwerking van het verleden overbodig. Japan werd daardoor collectief van het verleden bevrijd. De uitspraak van de naoorlogse Japanse leiders (minister-president Higashikuni) dat het Japanse volk collectief schuldig was, versterkte dit nog. Waar allen schuldig zijn, is niemand schuldig.

MacArthurs streven Japan te maken tot het "Zwitserland van Azië', vond in Japan enthousiast onthaal. Loyaliteit met de van bezetter tot bevrijder geworden Verenigde Staten en de idealen, waar dit land geacht werd voor te staan stond daarbij centraal. De zwenking naar de Koude Oorlog, waarin Japan een "trouwe bondgenoot' was en bleef, verschafte echter een alibi om nadien de oorlog te vergeten. Het uit de VS geïmporteerde begrip "vrede' kreeg een totaal andere inhoud. Ter rechterzijde konden revanchistische krachten zich nu breed maken, ter linkerzijde werden de Verenigde Staten voor velen van een model van vrede en democratie tot de demon die het kwaad van het kernwapen in de wereld had gebracht.

Dit brengt mij op de twee atoombommen die op Hiroshima en Nagasaki werden geworpen en die bij dit alles een uiterst belangrijke rol spelen. De vraag met welk doel zij werden gebruik: als laatste schot in de Tweede Wereldoorlog of als eerste in de Koude Oorlog - als aanschouwelijk onderwijs aan de Sovjet-Unie met tienduizenden dode Japanners als lesmateriaal - is nog steeds controversieel, evenals de vraag of de duizenden in de Japanse kampen terecht meenden dat zij hun leven eraan te danken hadden. Zeker is echter dat die bommen in ieder geval één fataal effect hadden. Zij maakten in één klap de Japanners collectief van daders tot slachtoffers. Zo werd hun de mogelijkheid zich althans psychologisch aan de verantwoordelijkheid voor de oorlog te onttrekken op een presenteerblaadje aangeboden. Ook de Japanse vredesbeweging - die terecht het levend houden van de herinnering aan de slachtoffers van de bommen op Hiroshima en Nagasaki en het besef van de uitwerking van deze wapens ook op latere generaties als haar centrale taak ziet - werpt zelden de vraag op of die bommen zo maar uit de lucht kwamen vallen, dan wel of daar iets aan vooraf ging.

Zolang in Japan zelf het oorlogsverleden niet echt is verwerkt, zullen ook de relaties met andere volken door dat verleden belast blijven. De onderlinge culturele verschillen die relaties bemoeilijken, zijn daarbij een handicap die niet tot alibi mag worden. Zo gemakkelijk laat het verleden zich niet weg poetsen.