Verwijderen van tikken en ruis uit oude opnamen; Werther weer jong

De anti-CD-lobby draait nog steeds op volle toeren. Nog niet zo lang geleden sprak BBC-discjockey John Peel zijn voorkeur uit voor de spetterende en krakende singletjes uit de jaren zestig, die hij liever hoorde dan de klinische compact disc.

Toch kunnen de tekortkomingen van sommige CD-opnamen de geluidsdrager zelf moeilijk worden aangewreven. Veel van de muziek op CD komt namelijk van banden die voor de grammofoonplaat zijn gemaakt. Al bij het opnemen daarvan werd rekening gehouden met bijvoorbeeld de slechte kanaalscheiding van de platenspeler. Het is pas sinds kort dat er CD's met een homogeen klankbeeld verschijnen. Een probleem dat zich met name bij oude opnamen voordoet, is de slechte kwaliteit van het oorspronkelijke geluidsmateriaal. De grootste boosdoener is bandruis, die over het algemeen maar moeilijk te elimineren is. Die ruis zal op een CD eerder opvallen dan op een elpee.

Voor de uitvinding van de bandrecorder graveerde een mechanische groefsnijder het studiogeluid zelfs direct in het oppervlak van een lakplaat. In de jaren twintig gebeurde dat nog akoestisch (via een reusachtige toeter). Van dergelijke opnamen bestaan dus geen moederbanden (met de originele opnamen) en is men op de oorspronkelijke platen aangewezen. De meeste exemplaren zitten na al die jaren vol krassen en tikken.

Het verwijderen van oneffenheden op geluidsbanden wordt meestal aan specialisten overgelaten, aan het Transcriptie Centrum van PolyGram Record Service in Baarn bijvoorbeeld, waar de moederbanden worden verwerkt tot halffabrikaat (ten behoeve van CD, LP en muziekcassette). "Tot nu toe hebben we steeds gebruik kunnen maken van moederbanden die van goede kwaliteit zijn,' zegt afdelingshoofd Erik van Doorne. Voor het opschonen van minder goede opnamen worden verschillende middelen gebruikt. Ruis kan worden bestreden met dynamische compressors en filters. Een netbrom van 50 herz kan makkelijk uit het geluidsbeeld worden verwijderd. "Tikken knippen we er uit', zegt Van Doorne. "Vroeger zouden we dat met schaar en lijm hebben gedaan, tegenwoordig zijn daar digitale editors voor. Je haalt gewoon een stukje muziek weg. Aangezien het meestal om microseconden gaat, valt dat totaal niet op. Lange tikken zijn lastiger te verwijderen. Opnameruis blijft een probleem omdat het zich over grote frequentiegebieden uitstrekt. Je kunt het met filters wel camoufleren, maar dat gaat meestal wel ten koste van de helderheid van het geluid.'

Waar komen al die bijgeluiden vandaan? Tijdens live-registraties kunnen door instraling op kabels en microfoons of door losse kabels en aardlussen makkelijk bromgeluiden ontstaan. Digitale registraties hebben zo hun eigen tekortkomingen, met name "overbemonstering'. Bij CD-opnamen wordt het analoge geluid met kleine tussenpauzes gemeten of "bemonsterd'. De meetwaarden worden door een analoog-digitaal-omvormer in binaire getallen (nullen en enen) vertaald. De reeks van opeenvolgende binaire getallen is de gecodeerde registratie van de oorspronkelijke geluidsgolf, die door de CD-speler weer in hoorbaar geluid wordt omgezet. Per meting of sample zijn maximaal 16 bemonsteringscodes of bits beschikbaar. Met 16 bits is de signaal- ruisverhouding ideaal en kan in principe alle informatie worden gecodeerd. Toch wil het wel eens voorkomen dat men een paar bits tekort komt. Muziek met flink veel dynamiek (grote verschillen tussen harde en zachte passages) pleegt bijvoorbeeld een forse aanslag op de digitale coderingscapaciteit. Van Doorne (PolyGram): "In tegenstelling tot wat iedereen denkt, produceren popgroepen een geringe dynamiek vergeleken met symfonie-orkesten. Hardrockgroepen komen niet verder dan 10 decibel verschil, maar een orkest zit al gauw tegen de 120 dB aan.'

De opnametechnicus moet er dan ook voor zorgen dat de dynamiek niet over een bepaalde limiet heengaat. Meestal kijkt hij naar het aantal decibels van de slotpassage van een orkestraal stuk. Toch komt het nog wel eens voor dat de limiet wordt overschreden. In dat geval wordt er gewoon te veel informatie aangeboden. Van Doorne: "Je kunt geen vijfhonderd pingpongballen stoppen in doos waar er maar vierhonderd in kunnen. De gevolgen laten zich moeilijk voorspellen: soms hoor je een vervorming, soms een klik. De beschadiging is onherstelbaar. Je moet het hele stuk opnieuw opnemen.'

Er zijn verschillende apparaten in de handel waarmee zowel analoge als digitale vervorming kan worden gecamoufleerd. Een van die systemen weet krassen van grammofoonplaten te ontlopen door beurtelings het linker- en rechterkanaal uit te schakelen. Een kras zit meestal op de linker- of rechterkant van de stereogroef, niet op beide. Het digitale CEDAR-systeem, dat eerder dit jaar op de muziekbeurs MIDEM in Cannes werd gepresenteerd, vormt zich razendsnel een beeld van de structuur van de muziek, waardoor het afwijkingen - van krassen tot tikken - snel kan traceren en verwijderen. Dat alles gebeurt in real time, dus terwijl de opname wordt afgespeeld. Krassen worden niet verwijderd, maar vervangen door een ander geluid. CEDAR's Keith Miller: "Het systeem raadt welk geluid er komt, waarbij de bestaande situatie als referentie wordt gebruikt. Theoretisch is het mogelijk dat CEDAR fout gokt, maar aangezien het om correcties van enkele microseconden gaat, zul je dat niet zo gauw horen.' CEDAR verwijdert 2500 tikken per seconde. Het elimineren van ruis is mogelijk, maar aangezien daar meer rekenwerk bij komt kijken, gaat dat niet rechtstreeks.

Geluidsarchief

Aanvankelijk zou CEDAR worden ontwikkeld voor het Britse Nationale Geluidsarchief, dat al zijn archiefmateriaal ruis- en kraakvrij op compact disc wilde zetten. Inmiddels werkt het in Cambridge gevestigde bedrijfje voor een groot aantal opdrachtgevers in de geluidsindustrie. Regelmatige gebruikers kunnen het systeem - software met aangepaste MS- DOS-computer (IBM of IBM-compatible) - desgewenst voor enkele tienduizenden guldens in huis halen. In de toekomst wil men CEDAR installeren in standaard hifi-apparatuur.

Ondanks concurrentie van het (duurdere) No Noise-systeem, is de belangstelling voor CEDAR opvallend groot. Het systeem wordt al gebruikt door de geluidsstudio's van platenmaatschappij BMG in New York, de Britse televisiezender Channel 4 (voor het corrigeren van filmgeluid) en het platenlabel Charly Records, dat zich heeft gespecialiseerd in oude rock & roll. Platenfirma EMI heeft een serie CD's uitgebracht met door CEDAR bewerkte opnamen van Carroll Gibbons, Ivor Novello, Joe Loss en Gracie Fields. Een opname uit 1931 van Jules Massenet's opera "Werther' klinkt weer als nieuw.