TNO: gen-therapie bij mens

ROTTERDAM, 15 AUG. Onderzoekers bij TNO willen een dodelijke, zeer zeldzame ziekte van het menselijke afweersysteem bestrijden met gen-therapie. Daarbij wordt een goed functionerend gen toegevoegd aan cellen die een defect gen bevatten. Het TNO-instituut voor Toegepaste Radiobiologie en Immunologie (ITRI) in Rijswijk heeft voor het project een vergunning aangevraagd bij het ministerie van VROM.

De onderzoeksleider van de gentherapiegroep van het ITRI, dr. D. Valerio, wil kinderen die door een defect en daardoor niet werkzaam gen lijden aan een zeer zeldzame ziekte van het afweersysteem voorzien van de goede versie van het gen. De kinderen zijn niet in staat het eiwit adenosine deaminase (ADA) te maken. Daardoor produceren ze geen witte bloedcellen (T-lymfocyten) die nodig zijn voor de afweer tegen infectieziekten. Ze lijden aan de ziekte ADA-SCID (severe combined immune deficiency). De patiënten kunnen zonder behandeling alleen overleven als ze volledig van alle ziektekiemen worden afgesloten. Ze staan wel bekend als ballonkinderen.

De ziekte komt bij 1 op de 100.000 kinderen voor en wordt bestreden met een beenmergtransplantatie. In het beenmerg worden de lymfocyten gemaakt. Slaagt men bij een transplantatie er niet in lymfocyten te introduceren die ADA maken, dan resteert gen-therapie als enige mogelijkheid. De behandeling gebeurt altijd in de kinderkliniek van het Leids Academisch Ziekenhuis. Leidse onderzoekers doen daarom mee aan het onderzoek.

De Stichting Natuur en Milieu, een organisatie die vaak bezwaren indient tegen vergunningsaanvragen voor genetische manipulatie, laat weten waarschijnlijk geen bezwaar te zullen maken. Prof.dr. L. Reijnders van Natuur en Milieu: “Bij mij bestaan geen bezwaren tegen genetische manipulatie die, zoals in dit geval, niet in de kiemcel gebeurt.” Bij genetische verandering van de kiemcellen wordt ook het nageslacht van de patiënten veranderd. Internationaal bestaat consensus over het idee dat gen-therapie bij mensen het nageslacht niet mag beïnvloeden.

De Voorlopige Commissie Genetische Modificatie (VCOGEM), die over de vergunningsaanvraag moet adviseren, stelt vanmiddag het advies aan de minister van VROM vast. Valerio: “Met de goedkeuring voor onze voorbereidende experimenten met het menselijke ADA-gen bij muizen en apen heeft de VCOGEM geen moeite gehad. Nu het gaat om genetisch veranderde organismen die buiten het lab komen moet de VCOGEM advies geven aan de betrokken ministers die vervolgens over de vergunning beslissen”.

Gen-therapie bij mensen is voor het eerst uitgevoerd in 1990 in de VS, ook bij een patiëntje dat aan ADA-SCID lijdt. Dit 4-jarige meisje heeft in zoverre baat bij de therapie dat haar aantallen T-lymfocyten voor het eerst van haar leven op een normaal niveau zijn gekomen. Het nadeel is dat ze bijna iedere maand opnieuw een behandeling moet ondergaan. Valerio omzeilt dat probleem met een nieuwe methode. Hij verandert niet de lymfocyten, zoals de Amerikanen doen, maar de voorlopers ervan, de stamcellen waaruit alle soorten bloedcellen worden gemaakt. Die zijn wel in staat zich door deling te vermenigvuldigen.

Volgens Valerio is deze zeldzame ziekte de eerste waarvoor gen-therapie wordt toegepast omdat de kans op succes het grootst is. Bij het ITRI wordt ook onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van gen-therapie bij cystische fibrose, de ziekte van Parkinson en aids.