Tentoonstelling van Finse architectuur in Rotterdam

De tentoonstelling "Nieuwe Finse Architectuur' is samengesteld door het Museum van Finse Architectuur en laat werk van de volgende zeven architectenbureaus zien: Georg Grotenfelt, Mikko Heikkinen en Markku Komonen; Käpy en Simo Paavilainen; Pekka Helin en Tuomi Siitonen; Kari Järvinen en Timo Airas; Juhu Leiviskä; Kristian Gullichsen, Errki Kairamo en Timo Vormala. Tegelijk met de tentoonstelling van nieuwe Finse architectuur wordt het ontwerp voor het Nederlandse paviljoen voor de Wereldtentoonstelling in Sevilla in 1992 gepresenteerd. Het paviljoen is ontworpen door het architectenteam Zwarts & Jansma en T + T Design. Rotterdam, Nederlands Architectuurmuseum, Westersingel 10. Van 17 augustus tot en met 27 oktober. Di-za 10-17u, zo 11-17u. Inl 010-4361155.

“Ik vertrouw in beginsel geen nieuwigheden.” “Ik vertrouw op de eeuwige waarden van de architectuur en ben helemaal niet geïnteresseerd in het uitdrukken van de geest van de tijd.” “Ik zie geen reden om op zoek te gaan naar iets nieuws.”

Dit zijn geen uitspraken van conservatieve Engelse architecten die, gesteund door Prins Charles, Groot-Brittannië willen volzetten met "eeuwige' classicistische gebouwen. Nee, hier spreken Kristian Gullichsen, Simo Paavilainen en Georg Grotenfelt, architecten uit Finland. Zij vertegenwoordigen drie van de zeven Finse architectenbureaus, waarvan van 17 augustus tot en met 27 oktober recent werk is te zien in het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam.

Hedendaagse Finse architecten zijn dus conservatief. Zij houden vast aan de traditie, maar die is voor hen niet die van het "eeuwige classicisme'. In de recente Finse architectuur is dan ook geen spoor te bekennen van postmodernistische zuilen of tympanen. Na Alvar Aalto (1898-1976) is de Finse architectuurtraditie die van ornamentloze geometrische vormen, ontstaan in de jaren twintig van deze eeuw. “De wereld die werd geschapen door de radicale architecten van het modernisme is een peilloze bron van inspiratie en theoretische verjonging,” vindt Georg Grotenfelt. Hij spreekt niet alleen voor zichzelf, zo blijkt uit de tentoonstelling in Rotterdam. Wat dit betreft lijkt Finland op Nederland, waar onder architecten, jong en oud, ook zo'n consensus bestaat over het modernisme als richtsnoer.

Aalto heeft een onuitwisbaar stempel gedrukt op de Finse architectuur. Net als Aalto besteden de hedendaagse Finse architecten veel aandacht aan de plaatsing van het gebouw in de omgeving en aan de lichtval in het interieur. De hedendaagse Finse architecten hebben zich ontworsteld aan het saaie functionalisme van een paar decennia geleden. Net als hun Nederlandse collega's gaan zij op een vrije manier om met het modernistische verleden.

Aalto is hierbij zeker niet hun enige inspiratiebron. Zo is Georg Grotenfelt, die een Nederlandse moeder heeft, een liefhebber van het werk van Gerrit Rietveld (1888-1964) en dat is duidelijk te zien aan zijn gebouwen. Ook de ontwerpen van Juha Leiviskä verraden de invloed van het Nederlandse neo-plasticisme en doen denken aan de experimenten van De Stijlleden Van Doesburg en Van Eesteren. Het Russische constructivisme is evenmin onbekend bij de Finse architecten. Niet alleen de vormen van de gebouwen, maar ook de vele culturele centra die Finland de laatste jaren hebben overspoeld, herinneren aan de arbeidersclubs uit de Sovjet-Unie van de jaren twintig.

Het meest opzienbarende gebouw uit het recente verleden is het wetenschapsmuseum Heureka uit 1989 in Tikkurala, ontworpen door Markku Komonen en Mikko Heikkinen. Dit gebouw, dat al uitgebreid in de Nederlandse vakpers aan de orde is gekomen, staat ontegenzeglijk in het teken van het deconstructivisme, nog steeds de laatste mode in de architectuur. Het museum is een "collage' van bollen, dozen en cilinders en heeft, zoals het een deconstructivistisch ontwerp betaamt, verschillende ordeningsassen. Heureka is, zo blijkt in Rotterdam, de uitzondering op de regel dat Finse architecten niets moeten hebben van modieuze trends.