Sociale Verzekeringsraad geïrriteerd over "onjuiste beeldvorming'; SVR wil toezicht op WAO verscherpen

ZOETERMEER, 15 AUG. In de discussie over bestrijding van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid krijgen de uitvoerders van de sociale verzekeringen er stevig van langs. Ze zouden log, bureaucratisch, behoudend en weinig kostenbewust zijn. Mede daardoor zou het beroep op met name de arbeidsongeschiktheidsregelingen bijna onbeheersbare proporties hebben aangenomen.

Drs. R.D. van Kooij had zich een aangenamer entree in het wereldje van de sociale verzekeringen kunnen voorstellen. In april maakte hij de overstap van Volkshuisvesting naar de Sociale verzekeringsraad (SVR), waar hij het directoraat toezicht onder zijn hoede kreeg. Daar sleutelt hij sindsdien aan “een nieuwe systematische toezichtsfilosofie”. Die moet ertoe leiden dat de 'uitvoeringsorganen' - de instanties die met uitvoering van de sociale verzekeringen zijn belast, zoals de Sociale verzekeringsbank (SVB), de bedrijfsverenigingen (inclusief het GAK) en de Gemeenschappelijke medische dienst (GMD) - beter worden gecontroleerd en doelmatiger gaan werken.

Dit apparaat telt ongeveer 30.000 administratuers, keuringsspecialisten en arbeidskundigen. Dit jaar sluizen zij 72,7 miljard gulden aan uitkeringen naar hun cliënten. De "uitvoeringskosten' belopen 2,9 miljard gulden. Voor het toezicht beschikt Van Kooij over 70 medewerkers. “Onze toezicht op de toepassing van de wet is in orde, maar ons toezicht op de uitvoeringsorganen moet worden verbreed”, aldus Van Kooij.

Deze bekentenis doet niet af aan het feit dat de SVR zich mateloos ergert aan “onjuiste beeldvorming” over de uitvoerende instanties. Zo zit het Van Kooij niet lekker dat het kabinet in de Tussenbalans plotseling 250 miljoen gulden aan besparingen op de uitvoering van de sociale verzekeringen inboekte, terwijl net met de sociale partners in het Najaarsoverleg was afgesproken meer energie te steken in verzuimpreventie, de begeleiding van ziekten en arbeidsongeschikten te intensiveren en hun reïntegratie in het arbeidsproces te versterken. Langs die weg zou de "instroom' in Ziektewet en AAW-WAO kunnen worden afgeremd en de "uitstroom' kunnen worden bevorderd. “Maar de kost gaat wel voor de baat uit”, zegt Van Kooij. Hij verwacht dat de financiële terreinwinst, die de uitvoeringsorganen kunnen boeken met doelmatiger werken, de komende jaren volledig wordt opgeslorpt door deze taakverzwaring, zodat het kabinet die kwart miljard gulden uit de Tussenbalans wel kan vergeten.

Een verkeerde voorstelling van zaken zou ook Flip de Kam in zijn column in deze krant van 30 juli hebben gegeven. Daarin schreef hij dat in de loop van de jaren tachtig de koopkracht van veel uitkeringsontvangers iets is gedaald, terwijl de apparaatskosten van de sociale verzekeringen van 3,4 naar 3,8 cent (plus 12 procent) van elke uitgekeerde gulden zijn gestegen. “Dit duidt op ondoelmatigheden bij de instanties die de sociale verzekeringen uitvoeren”, aldus De Kam.

De realiteit is volgens Van Kooij echter complexer. “Stel de uitkeringsbedragen worden verhoogd. Daardoor dalen op dat moment de kosten per uitgekeerde gulkden. Zou de doelmatigheid dan op slag toenemen? Of stel de uitkeringsbedragen gaan naar beneden, zoals in 1986, van 80 naar 70 procent van het laatst verdiende loon. De kosten per uitgekeerde gulkden stijgen dan, maar daalt daarmee de doelmatigheid van de uitvoering? Nee dus. De kosten zijn niet de enige factor die telt in sociaal verzekringsland, je moet ook kijken naar de kwaliteit van de dienstverlening en de mogelijkheden tot beheersing van het uitvoeringsproces.”

Goed inzicht in deze materie is er echter niet. De SVR probeert de lacunes in de kennis hierover op te vullen en tegelijkertijd administratieve instrumenten te ontwikkelen om meer grip op de uitvoering te krijgen. Daarbij speelt de door het kabinet voorgestelde reorganisatie van de uitvoerende instanties een rol. Dit moet uitmonden in een zogenoemd synthese-model, waarin de GMD (die de AAW-WAO uitvoert) opgaat in de bedrijfsverenigingen, die als taak krijgen het hele "uitvoeringsproces' bij ziekte en arbeidsongeschiktheid te verzorgen, met de SVR als toezichthouder "op armlengte'.

Kritici van de uitvoeringsinstanties vragen zich dikwijls af of het wel juist is de sociale partners - die in alle betrokken instanties de lakens uitdelen - de verantwoordelijkheid te geven voor zowel de toegang tot de sociale voorzieningen als de toekenning van de uitkeringen. Maar het kabinet voelt er niets voor hier verandering in aan te brengen. Het kabinet is ervan overtuigt dat de sociale partners “een eigen verantwoordelijkheid hebben voor het gebruik en de inrichting van de sociale verzekeringen en op die verantwoordelijkheid aangesproken moeten kunnen worden”, schreef staatssecretaris Ter Veld nog onlangs aan de Kamer. Voor het welslagen van het op meer op preventie en reïntegratie gerichte beleid acht zij nauwe betrokkenheid van sociale partners juist onontbeerlijk.