Rustige onrust in het CDA

Daar was dan toch eindelijk ook het eerste dissidente geluid uit het CDA. Zoetermeer was om in de WAO-kwestie, zo werd afgelopen dinsdag gemeld. De rekening voor het WAO-probleem mocht niet eenzijdig bij de arbeidsongeschikten worden gelegd, schreef voorzitter Van den Burg van de CDA-afdeling Zoetermeer (groeistad!) in een open brief aan zijn landelijke partijbestuur. En hij riep de bestuurders op stelling te nemen tegen de kabinetsplannen. Opgewekte gezichten bij de PvdA: zie je wel, ook het CDA.

Helaas. Zoetermeer had slechts een dissidente CDA-afdelingsvoorzitter zo bleek nog geen vierentwintig uur later toen de rest van het afdelingsbestuur zich van de brief distantieerde. Open brieven tegen de eigen bewindslieden, nog wel geschreven op papier met het partijvignet er op, zo doet men dat toch niet in het CDA. Althans, niet meer.

Ze worden er bij de PvdA compleet wanhopig van. Waarom blijft het toch zo stil in het CDA? Het protestants-christelijke dagblad Trouw heeft weliswaar al zevenentwintig ingezonden brieven - waarvan het leeuwedeel afwijzend van toon - over de WAO-plannen gepubliceerd maar geen van de ondertekenaars kon tot nu toe echt worden gerekend tot de categorie invloedrijke CDA-er.

Zelfs oud CNV-voorzitter Harm van der Meulen houdt zich stil. In de jaren tachtig was hij de "kwelgeest' van de toenmalige CDA-staatssecretaris van sociale zaken De Graaf. Hoe vaak herinnerde hij het CDA niet aan zijn sociale gezicht? Maar Van der Meulen is van baan en van toonhoogte veranderd. Hij zit nu voor het CDA in de Eerste Kamer en zegt diplomatiek over de WAO-voorstellen: “Ik zal eerst mijn opvattingen eind augustus in de fractie bespreken. Dan kijken we wel hoe het balletje rolt. Nu zeg ik er niets over”.

Het is terug te voeren op het verschil tussen de strijdcultuur van de PvdA en de ritselcultuur van het CDA. Waar de PvdA-er zegt "onaanvaardbaar', zegt de CDA-er: "dat moeten we met elkaar nog eens goed doordenken'. De loyaliteit staat bij het CDA voorop. Vandaar ook dat iemand als Van der Meulen ondanks alles het CDA altijd trouw is gebleven. Vandaar dat zijn opvolger Hofstede dat ook zal doen. Want wordt elk conflictpunt tussen CDA en CNV uiteindelijk niet afgedaan met de woorden: christenen zijn gewend elkaar de waarheid te zeggen. De relatie tussen CNV en CDA is zo nu en dan een masochistische, maar het blijft een relatie. Zoals premier Lubbers in 1986 bij het afscheid van Van der Meulen als CNV-voorzitter zei: “De ongemeen harde en felle uitlatingen zijn ons in het vlees gaan zitten. Je hebt er messen in gestoken. Maar we hebben het graag genomen vanuit ons gemeenschappelijk ideaal: opkomen voor de mensen”.

In het huidige CDA worden geen zaken meer uitgevochten. Die tijd is na het vertrek uit de Tweede Kamerfractie van het illustere duo Scholten en Dijkman, eind 1983, definitief voorbij. Sindsdien is het CDA naar buiten toe een steeds massiever blok gaan vormen. Onderlinge meningsverschillen waren en zijn er genoeg (De Vries en Ruding moeten elkaar bijvoorbeeld niet te lang zien), maar ze blijven - op een enkele ontsporing na (Lubbers en Van den Broek) - intern. De partij moet vooral rust uitstralen. Zo wist begin deze week de voorlichtingsafdeling van het CDA niet hoe snel het bericht over een extra partijbestuursvergadering naar aanleiding van de WAO-voorstellen moest worden weersproken. Het was “slechts” een bijeenkomst van het dagelijks bestuur, met “misschien” wat ministers, die altijd wel “een keer” wordt gehouden als de zomervakanties er zo'n beetje opzitten en waar natuurlijk ook wel over de WAO zou worden gesproken omdat er nu eenmaal altijd het agendapunt actuele onderwerpen is. De boodschap was duidelijk: in het CDA geen paniek, alles onder controle.

De PvdA, nog steeds verzot op strategieën, wil maar niet begrijpen dat het CDA is veranderd en dat de ARP echt niet meer bestaat. De WAO mag geen PvdA-probleem zijn, maar moet een coalitieprobleem worden, riep vice-voorzitter Castricum van de PvdA terwijl zijn partij reeds in lichterlaaie stond. Volgens traditie werd de oplossing voor de eigen perikelen eerst buiten de PvdA gezocht. Waar staat het CDA voor, is de steeds terugkerende vraag van PvdA-ers. Het CDA staat voor rust en zegt: eind deze maand praten we er in de fractie over.

Intussen draait het informele CDA-circuit vanzelfsprekend op volle toeren. Want ook de christen-democraten zitten met een probleem, alleen is men zo slim dat niet te ventileren. Dat probleem begon al toen CDA-fractieleider èn kroonprins Brinkman het kabinet dit voorjaar tot daadkracht maande en vroeg het SER-advies over de WAO niet af te wachten, maar zelf snel besluiten te nemen. Het debat dat erop volgde was ronduit pijnlijk voor Brinkman, want het resulteerde erin dat het kabinet zich gewoon aan het reeds afgesproken tijdschema kon houden.

In zijn beruchte Volkskrant-interview kwam Brinkman al met de suggestie de duur van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen te beperken. Maar in een resolutie die de partijraad van het CDA twee maanden later, in juni van dit jaar, aannam is deze gedachte niet meer terug te vinden. Volgens de uitspraak van het CDA moest de oplossing van het WAO-probleem vooral worden gezocht in het verbeteren van de integratie van arbeidsongeschikten en het bemoeilijken van de uitstroom. Een achterban die zichzelf een beetje serieus neemt, laat dus iets van zich horen als weer een maand later de voor arbeidsongeschikten zo ingrijpende duurbeperking alsnog in het voorstellenpakket van het kabinet is opgenomen. En zo'n achterban moet ook niet echt blij zijn met de steun (“verstandig, moedig, onontkoombaar, haalbaar”) die de fractieleider vervolgens aan de kabinetsplannen geeft. Maar liever niet openlijk.

De CDA-top heeft inmiddels al te kennen gegeven dat aan de plannen gesleuteld mag worden, al zegt iemand als Bert de Vries er wel direct bij dat de marges buitengewoon smal zijn. Niet gehinderd door afkeurende verklaringen van verontruste leden of partijafdelingen zoekt het CDA naar een formule waarmee men als het even kan straks zowel CNV-voorzitter Hofstede als NCW-voorzitter Ruding onder ogen kan komen. En een oplossing die niet leidt tot een in een kabinetscrisis uitmondende ruzie met de PvdA. Het CDA heeft grootste plannen met de sociale zekerheid waarin christen-democratische begrippen als subsidiariteit en verantwoordelijkheid tot volle wasdom komen. De overheid voor de bodemvoorziening en de sociale partners voor bovenminimale aanvullingen, zoiets moet het uiteindelijk worden. Een systeem waar het "Haagse deel' van de PvdA na de telkens terugkerende confrontatie met de vakbeweging (“het is ons geld waarover ze in Den Haag beslissen”) ook steeds meer voor te porren is. Maar het CDA weet dat een dergelijke slag alleen kan worden geslagen als de PvdA in de regering zit.

Ten slotte heeft het CDA nog een puur opportunistisch argument om nu niet te breken met de PvdA. Op louter programmatische gronden was de kans op de alternatieve coalitie zonder het CDA nog nooit zo groot als nu. De breuken tussen CDA en VVD zijn nog niet geheeld. Tussen D66 en het CDA heeft het nooit geboterd. Dus ook politiek is de kans op de "goddeloze coalitie' levensgroot aanwezig als er straks drie door het CDA gefrustreerde partijen zijn.

Vandaar dat het CDA "in alle rust' onrustig is.