Pimpernelblauwtjes met succes in Brabant uitgezet

De herintroductie van het Pimpernelblauwtje en het Donker Pimpernelblauwtje, twee vlinders die in ons land waren uitgestorven, is een succes geworden.

Dat meldt de Vlinderstichting in Wageningen. In augustus vorig jaar waren beide vlindersoorten vanuit Polen, waar ze nog talrijk voorkomen, opnieuw uitgezet in "de Moerputten', een natuurreservaat van Staatsbosbeheer bij Den Bosch. Voor het eerst sinds twintig jaar vliegen hier nu weer enkele tientallen exemplaren rond van deze uiterst zeldzame en in vrijwel geheel Europa bedreigde vlinders. De vakgroep Natuurbeheer van de Landbouwuniversiteit heeft het vooronderzoek gedaan en zal de populatieopbouw de komende jaren nauwlettend volgen.

Gehoopt wordt dat de beide vlindersoorten zich vanuit het natuurreservaat via wegbermen verder zullen verspreiden. Het warme zomerweer is gunstig geweest voor hun verspreiding en voortplanting. Of de vlinders zich weer definitief in Brabant zullen vestigen, valt pas over enkele jaren te zeggen.

De Moerputten is een 118 hectare groot moerasgebied waarin wilgenbroekbos wordt afgewisseld met drassig schraalland, graslanden en rietputten. Er zijn (kostbare) plannen om de waterhuishouding van het gebied aan te passen om het natte karakter te versterken. Allerlei bijzondere planten en dieren zijn daarvan afhankelijk.

Pimpernelblauwtjes hebben een ingewikkelde levenswijze. Ze vliegen van half juli tot half augustus, in één generatie. De vrouwtjes zetten de eitjes af op de bloemhoofdjes van de Grote Pimpernel. Als de rupsen uitkomen, leven ze aanvankelijk in het binnenste van de bloembodem, waarmee ze zich voeden. Als ze tweemaal verveld zijn, laten ze zich op de grond vallen, waar ze vervolgens worden opgepikt door de werksters van een bepaalde knoopmierensoort. Zij zijn namelijk verzot op de suikerachtige stof die de rupsen afscheiden.

Het oorspronkelijke vliegterrein van de Pimpernelblauwtjes lag op vochtige, matig voedselrijke rivierdal- en beekdalgraslanden in Midden-Limburg en Noord-Brabant, die in juni of september werden gemaaid. Ook nu nog zijn in Brabant enkele voor de vlinders geschikte terreinen met genoeg pimpernelplanten en genoeg knoopmierennesten te vinden.

Dit is de eerste echte herintroductie van dagvlinders in ons land. Van de 75 soorten dagvlinders die hier in het begin van onze eeuw nog leefden, zijn er 15 uitgestorven door de achteruitgang van hun leefgebieden en versnippering van het landschap. Inmiddels wordt op veel plaatsen in het natuurbeheer meer rekening gehouden met vlinders. Vlinders die op een bepaalde plaats zijn uitgestorven komen meestal niet vanzelf terug, omdat ze zich buiten hun eigen leefgebied moeilijk kunnen oriënteren en doorgaans niet al te grote afstanden kunnen overbruggen. Herintroductie blijft dan als enige mogelijkheid over.