Nederlandse hofhouding beter aan toe dan Deense

ROTTERDAM, 15 AUG. In tegenstelling tot zijn Deense collega's heeft het personeel der koninklijke hofhouding in Nederland geen reden om zijn werkgever aan te klagen.

Gisteren werd bekend dat de hofhouding van de Deense koningin Margarethe bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens een klacht heeft ingediend tegen de koningin wegens het ontbreken van een formele arbeidsovereenkomst.

Leden van de hofhouding krijgen na een proeftijd van maximaal twee jaar een vaste aanstelling. Daarbij treden zij in dienst van het Koninklijk Huis. Zij staan onder leiding van de verschillende hoofden van departementen. Zo is de hofmaarschalk verantwoordelijk voor de serveerders en het personeel in de keukens.

De rechtspositie van de Nederlandse hofhouding, zo'n 300 werknemers, vloeit voort uit het Algemeen Rijksambtenaren Reglement, zo deelde een woordvoerster van de Rijksvoorlichtingsdienst mee. Leden van de hofhouding zijn echter geen ambtenaren maar zogenoemde trendvolgers. Hun pensioenrechten worden wel geregeld via het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, maar zij hebben bijvoorbeeld een eigen beroepscommissie.

Er geen bijzondere regelingen omtrent de geheimhoudingsplicht, aldus de woordvoerster van de RVD. Volgens artikel 59 van het ambtenarenreglement zijn ambtenaren geheimhouding verplicht ten aanzien van vertrouwelijke zaken die zij in hun functie te weten komen. Na afloop van het dienstverband geldt die plicht tot geheimhouding onverminderd.