Nationaal debat in VS over homovervolging in het leger

WASHINGTON, 15 AUG. Het homo-blad The Advocate onthulde vorige week wat in Washington allang bekend is maar werd verzwegen: de tijdens de Golfoorlog beroemd geworden woordvoerder van het Pentagon, Pete Williams, is homoseksueel. De publikatie vormde de opening van een nationaal debat over de vervolging van homoseksuele militaren door het Pentagon en over de vraag of het geoorloofd is de seksuele geaardheid van “een hoge functionaris in het Pentagon” te openbaren.

In het algemeen vindt The Advocate iemands homoseksualiteit geen feit voor openbare consumptie, maar in dit geval zou het zijn geboden, omdat het Pentagon jaarlijks duizenden homoseksuelen oneervol na een kruisverhoor of eervol met opgave van redenen uit de krijgsmacht ontslaat. “We voelen onszelf verplicht tot deze enkele daad van openbaring in de naam van de 12.966 lesbische en homoseksuele soldaten die er door het militaire apparaat sinds 1982 uit zijn gegooid”, was het hoofdredactionele commentaar van The Advocate. “Door zijn stilzwijgende medeplichtigheid aan deze nare samenzwering tegen homoseksuele en lesbische soldaten staat hij zijn meerderen impliciet toe om door te gaan met het ruïneren van levens.”

Volgens de Amerikaanse wet mogen burgerambtenaren homoseksueel zijn maar militairen niet. De activisten voor burgerrechten hebben geen vat op deze discriminatie, omdat de krijgsmacht van de grondwet is uitgezonderd. De slachtoffers kunnen hun leven lang achtervolgd worden door de gevolgen. Gedecoreerde militairen kunnen na een voortijdig ontslag niet meer aan een goede baan komen. Een militair chirurg kan in het burgerleven geen vergunning meer krijgen. Een baan bij de overheid wordt ook moeilijk. Bij ontdekking worden homoseksuele militairen onderworpen aan een kruisverhoor. Zij worden bedreigd met aangifte aan hun ouders of (in het geval van lesbiennes) eventueel met verlies van het voogdijschap over hun kinderen. Of ze krijgen van militaire onderzoekers een voorstel: als ze vrijwillig de namen van andere homoseksuelen in de krijgsmacht noemen, worden ze niet vervolgd en kunnen ze eervol worden ontslagen. Zo laten jonge, schuchtere homoseksuelen zich dwingen hun vrienden aan te geven. Soms leidt dergelijk verraad tot zelfmoord.

Pag.5:

Homo-verbod gold niet tijdens Golfoorlog

Luchtmachtkapitein Gregg Greeley liep op de laatste dag van zijn militaire diensttijd aan het hoofd van een Washingtonse optocht voor "Gay Pride Day' in juni. Tijdens een vraaggesprek met The Washington Post gaf hij zijn naam. De volgende dag belden de onderzoekers van de luchtmacht. Ze dreigden hem met een maandenlang onderzoek, waarbij zijn afzwaaien voor de duur daarvan zou worden uitgesteld. Ook werd hem gevraagd welke andere homoseksuelen hij kende. Advocaat en activist Frank Kameny wist te bereiken dat zijn eervolle ontslag toch door ging. Het militaire verhoor had de aandacht van de nationale media getrokken en de behandeling van Greeley bereikte wereldwijd de voorpagina's en dat bracht de vereiste druk op het Pentagon. Volgens Kameny is deze goede afloop een uitzondering. Normaal worden volgens Kameny “in de barakken de eigendommen van homoseksuele militairen doorzocht, hun foto's bekeken en hun brieven gelezen”.

Williams hoeft door zijn aanwezigheid als zegsman nog niet medeplichtig te zijn aan dergelijk wangedrag, net zomin als de homoseksuele militairen. In het artikel in The Advocate wordt Williams zelfs als buitengewoon vriendelijk omschreven. “Als woordvoerder voor de overheid sta ik hier om over overheidsbeleid te spreken”, zei hij afgelopen week naar aanleiding van een vraag over het beleid ten opzichte van homoseksuelen. “Ik ga hier niet mijn persoonlijke mening bespreken over dat beleid en ik ga ook niet over mijn persoonlijke leven praten.”

Veel militairen zijn verlicht, storen zich niet aan het verbod op homoseksualiteit en gaan niet meteen naar de militaire politie als ze erachter komen dat een collega homoseksueel is. Rondom het marinierskamp Lejeune in North Carolina worden cafés met topless danseressen afgewisseld door homobars voor militairen.

Mary Ann Humphrey, een homoseksuele reserve-officier, werd ontslagen en stuurde haar boek My country, my right to serve naar generaal Calvin Waller, de adjunct-opperbevelhebber van de strijdkrachten in de Golf. Waller schreef terug dat hij erop vertrouwde “dat u en alle andere individuen die zulke discriminatie hebben ervaren, hun dag in de rechtzaal zullen hebben. Houdt moed!”.

Het verbod op homoseksualiteit gold niet tijdens de Golfoorlog. Volgens een richtlijn van het Pentagon moesten soldaten die toen opgaven dat ze homoseksueel waren, toch naar het front worden gestuurd. Na de oorlog kon dan eventueel oneervol ontslag volgen.

Sinds de publikatie in The Advocate hebben de Amerikaanse media het antihomoseksuele beleid van het Pentagon aan de kaak gesteld. Ook minister van defensie Cheney, die Williams al heel lang kent, is heel luchtig over de dubbele standaard op het Pentagon, een beleid dat hij “geërfd” heeft. Hij wil het beleid niet veranderen, zei hij tegenover een commissie van het Huis van Afgevaardigden. “Je kunt bij militairen niet de zelfde scheiding aanbrengen tussen privé- en beroepsleven als bij burgers. Het verbod op homoseksuelen is gebaseerd op het feit dat de homoseksuele levensstijl onverenigbaar is met de militaire dienst”, zei hij voor de televisie. Ten aanzien van burgerambtenaren ligt het volgens hem anders: “Ik vraag mijn directe persoonlijke staf niet over hun privéleven, zolang ze zich op verantwoordelijke manier kwijten van hun professionele verantwoordelijkheden.”

Bij het volgen van het debat durfden de meeste Amerikaanse media de naam van Williams niet te noemen, maar hielden ze het bij “een hoge functionaris van het Pentagon”. Volgen de redactiestaven van de meest vooraanstaande kranten van Amerika blijft de seksuele geaardheid van iemand geen nieuws, in wat voor instantie een dergelijke persoon ook werkt en hoe bekend zijn geaardheid ook is. The Washington Post schrapte de column van Jack Anderson over Pete Williams, terwijl die wel verscheen in bijna alle andere 700 lokale kranten, die erop zijn geabonneerd. Dergelijke voorzichtigheid vormt ook een weerslag van de overmatige publiciteit over de seksuele gedragingen van presidentskandidaten en de uitvoerige portrettering door The New York Times van het slachtoffer van de van verkrachting verdachte Kennedy-erfgenaam, William Smith. Volgens Time stelt de lezer geen prijs op dergelijke openheid. “Er zijn bijna altijd mensen die vinden dat de pers te ver is gegaan”, schreef het miljoenenweekblad deze week.

Voor Amerikaanse homoseksuele actiegroepen is het bekendmaken van iemands seksuele geaardheid een pressiemiddel, "outing' genoemd. In de straten van New York worden affiches opgehangen met de gezichten van acteurs of andere beroemdheden met het onderschrift "absolutely queer'. Kameny is het daar niet mee eens. Hij heeft drie maatstaven voor "outing'. “Het moet absoluut zeker zijn dat iemand homoseksueel is. Zo iemand moet dan ook vijandig staan tegenover homoseksuelen en dat geldt zeker niet voor Williams. En dan moet er ook een duidelijke waarschuwing van tevoren worden gegeven”, vindt hij. "Outing' is dan een vorm van chantage van hen die voor de homobeweging onwelgevallige dingen doet.

The Advocate en andere homobladen, zoals het inmiddels teloor gegane New Yorkse "Outweek' gaan veel verder dan Kameny die tot de voorzichtige Washingtonse vleugel behoort. Maar een nieuwe, meer militante beweging, die zich niet meer alleen met AIDS bezig wil houden, eist verandering met hardere middelen.