Mens vangt muis

De muizeval behoeft geen nadere introductie. Het traditionele model is zelfs verkrijgbaar als kinderspeelgoed met een muis van drop erin vastgeklemd. Zeker zo bekend is de muizeval als lijdend voorwerp van de verbeteringsdrift van uitvinders. De sketch van Tom Manders als Dorus bij de octrooiambtenaar (met slechts een rechtopstaand scheermesje als val) heeft wat dat betreft de nodige schade berokkend aan het image van zowel de uitvinder als de muis. En wat de uitvinders van muizevallen betreft: hun geesteskinderen zijn nooit zo debiel als Manders' scheermesje (muis hoofdschuddend met kopje over scheermesrand: "Hé, geen stukje kaas'). Soms wel schitterend van eenvoud.

De handige liefhebber van muizevallen kan met behulp van de illustraties bij dit artikel waarschijnlijk meteen zelf aan de slag. Of de beschreven uitvinding in de praktijk ook werkt, is niet gegarandeerd. Als bijvoorbeeld de aanblik van de val de muis verdacht voorkomt, gaat het feest niet door. Wij maken ons daar nu niet druk om, en trouwens ook niet om het lot van de muis in een val die wel werkt. Het gaat om de schoonheid van de vindingen zelf.

In de bekende klemvallen zijn we niet geïnteresseerd. Zijn er geen subtielere manieren om een muisje te verschalken? Ja, die zijn er. Talloze vallen zijn op de een of andere manier gebaseerd op het principe van de wip. Neem bijvoorbeeld de uitvinding van Fritz Hubacher te Bern, zoals beschreven in een van de eerste Nederlandse octrooien: nr. 248 uit 1914.

De wip is in dit geval te vinden op het dak van de val. Aan de ene kant hangt het deurtje dat op het juiste moment de val moet sluiten. Aan de andere kant hangt niets. De wip wordt in evenwicht gehouden door twee touwtjes die tot in de val zelf doorlopen. Om bij het aas te kunnen moet de muis de touwtjes doorknagen... Overigens moet dit een heel oud idee zijn, want de eigenlijke uitvinding van Hubacher is niet de wipconstructie, maar het feit dat de achterwand van glas is gemaakt. "Hierdoor zal de muis in staat zijn vanaf de buitenzijde van de val het lokmiddel te zien, tengevolge waarvan zij meer aangetrokken zal worden.' Hubacher had blijkbaar geen hoge dunk van de reukzin van muizen, of van hun affiniteit voor holletjes.

Een ingenieuze wipvariant is die van Valdemar F. Reich, die er in 1917 een Amerikaans octrooi op aanvroeg (en dat in 1918 kreeg). De ene kant van de wip dient als loopplank en de andere kant heeft de vorm van een beker met de open kant naar de loopplank gericht. In de beker zit aas. Zodra hij de beker betreedt, verstoort de muis het evenwicht en de wip kantelt. Dan blijkt dat de paal waar de wip in het midden op rust een geheel vormt met een plaatje dat tot dusver plat op de loopplank lag. Nu de wip is gekanteld kan de paal omklappen, van onderen tegen de looplank aan. De bodem van de beker moet hierbij kunnen wegglijden en is daartoe op subtiele wijze afgerond. Automatisch klapt het plaatje omhoog zodat het de opening van de beker afsluit. De muis zit vast en zijn eigen gewicht (plus, belangrijker waarschijnlijk, dat van de val zelf) klemt de vroegere paal tegen de onderkant van de loopplank en dus het afsluitende plaatje tegen de opening van de beker.

Schoenendoos

Het grootste vernuft schuilt toch in de eenvoud. Een Amerikaanse uitvinder met een naam die gemaakt lijkt voor de geschiedenisboekjes: Melvin Millard Melton, heeft in 1985 een Nederlands octrooi aangevraagd op een schoenendoos met een knik. De werking is uit de illustratie gemakkelijk op te maken. De beteuterde blik in de ogen van de muis vloeit waarschijnlijk voort uit de mededeling van Melton dat het hier een wegwerpval betreft, "die gemakkelijk kan worden weggedaan na te zijn gebruikt zonder blootstelling van het gevangen knaagdier.' Niet alleen simpel dus, maar ook hygiënisch. Daar moet een kleine prijs voor worden betaald in de vorm van een wat uitvoeriger doodsstrijd van het gevangen dier. (Het feit dat de hiervoor beschreven vallen de muizen om te beginnen in leven laten moet waarschijnlijk niet worden opgevat als een uiting van dierenliefde of zelfs maar mededogen van de kant van de uitvinders. De meeste knutselaars geven als motief voor hun ijver dat mensen zich aan de bekende klemvallen kunnen bezeren.)

Melton laat vanuit San Clemente weten dat hij jaren geleden op het idee kwam toen hij op zijn ranch bezig was met hoekverbindingen voor regenpijpen. Toen er een muis een elleboogstuk binnen rende ging hem een lichtje op. Het eerste prototype maakte ook zijn vrouw enthousiast. Ze gingen naar de pet shop, kochten muizen, kaas en pindakaas en zaten een middagje te spelen. "Jesus, the mice just went right in!' Nu bezit Melton een fabriek in Maleisië die 350.000 vallen per jaar maakt in drie verschillende maten. Hij heeft octrooi in een kleine 50 landen.

Intussen is zijn wegwerpval al weer achterhaald, blijkens een bericht op 13 juni in deze krant. Het allernieuwste is een val waaruit je de muis ook weer kunt vrijlaten. Dat heet, geloof het of niet, een Smart Mouse Trap. De slimme windhandelaar is Jack Cutter, ook al uit Californië.

Het Nederlandse octrooi 531 uit 1915 van Michael Jaeger te Darmstadt beschrijft zo ongeveer het omgekeerde van een wegwerpval. Het is een gecompliceerde machine waarin alweer een wipconstructie een deur achter de muis doet dichtvallen. De muis wordt vervolgens geacht zich door het apparaat omhoog te werken naar een ruimte die door een valluik in de vloer is gescheiden van een goed gevulde waterbak. Als de muis in het water valt zorgt de beweging van het valluik ervoor dat de voordeur van de val, die toegang geeft tot de wip, weer open en "op scherp' komt te staan. De exploitant van de val hoeft alleen maar nu en dan langs te komen om de verzopen muizen uit het water te halen.

Nog veel helser is het apparaat van Fokko Dijksterhuis uit Zijldijk (Gr.). Hij kreeg octrooi in 1948. De muis moet, na te zijn gevangen, een ingewikkelde route door de val afleggen waarbij hij bijkans bewegwijzering nodig heeft. Op het juiste punt aangekomen zet hij met een lichte druk van zijn snuit een indrukwekkend systeem van nokken, veren, assen, scharnieren, plunjers, tuimelaars, afwikkelspoelen, differentiaalveerwerken en conische snaarschijven in werking. Dit leidt ertoe dat de trommel waar hij zich op dat ogenblik in bevindt gaat draaien, zodat het beest in een bak wordt gekiept met water "of een ander verdelgingsmiddel'. Haast onnodig te vermelden dat Dijksterhuis zijn val een motor had toegedacht. Het geheel is heel handig voorzien van een kijkglas en een aftapvoorziening.

Volgens mevrouw A. Bakker-Dijksterhuis, zijn dochter, deden de vallen het nog ook. "Ze stonden door het hele huis heen, tot op zolder toe. Dan hoorde je ze werken en 's morgens lagen die muizen in het water. Nu hebben we ze niet meer nee, we hebben alles weggedaan.' De heer Dijksterhuis, overleden in 1965, blijkt een ras- uitvinder te zijn geweest. Als boer had hij 16 man in dienst. "En een daarvan was aldoor met dat ijzer bezig', weet mevrouw Bakker te vertellen. "Een oogstmachine voor stekbieten, een draineermachine, maar ook kartonnen wegwerpbekers. In een tijd dat niemand daar nog aan deed. In de jaren dertig fokte hij ook nertsen en vossen, en als er jonge vosjes waren geboren kon je 't gepiep bij ons op de radio horen.' Zo te horen heeft de heer Dijksterhuis de babyfoon uitgevonden. "Hij had een hoop octrooien maar hij heeft er nooit geld mee verdiend. Na zijn overlijden hebben we alles verbrand. Al die papieren met formules. En met het betalen van die octrooien zijn we gestopt.'

Verfomfaaid kadaver

Om de een of andere reden blijven muizevallen met klemmen het populairst. Misschien haalt de gebruiker liever een verfomfaaid kadaver uit de klem dan dat hij zelf moet verzinnen wat hij met die gevangen, nog levende muis moet doen. Maar de val moet niet de verkeerde beesten naar de andere wereld helpen. Uit 1968 dateert de octrooiaanvraag van Jan Komduur uit Grouw voor een muizeval, speciaal voor volières en kippenhokken. Het is een val, slechts voor muizen, en in de verte doet hij denken aan de eerste hier besproken val, die van Hubacher. In de lengterichting van een langwerpig blok hout wordt een gang geboord en achterin die gang komt het aas. Om bij het aas te komen moet de muis door een strop heen, die aan een veer bovenop het blok vast zit. Eigenlijk wil de strop met kracht omhoog door een spleet in het plafond. Twee touwtjes houden de veer vast en die touwtjes zitten tussen de muis en het aas. Een vogel krijgt ze niet stuk, als hij er al bij kan.

Muizen "knagen naar hun aard de draden door', aldus de octrooiaanvraag, en worden prompt door de strop tegen het plafond doodgedrukt. Komduur heeft nooit een octrooi gekregen want in Amerika had al eens iemand iets vergelijkbaars bedacht. Ook hij is intussen overleden. Maar plezier heeft hij van zijn idee wel degelijk gehad, aldus zijn zoon G. Komduur. "Mijn vader had zelf vogels, krielkippen vooral. Die pikten van de muizekeutels en daar werden ze ziek van. De vallen deden het prima en hij nam ze mee als hij naar vogeltentoonstellingen in het buitenland ging. Dat leverde heel wat belangstelling op. Toen-ie naar het octrooibureau ging moest ik wel even aan Dorus denken. Ik was bang dat hij uitgelachen zou worden. Maar dat viel gelukkig mee. Hij maakte de vallen met de hand en verkocht ze voor een tientje of zo. De vraag was soms niet bij te houden. Zo heeft-ie er heel wat jaren succes mee gehad. Maar rijk geworden, nee, dat niet.'

Illustraties: Val van Hubacher. "g' is het touwtje dat de muis moet doorknagen. Wegwerpval van Melton Wipval van Reich Val van Jaeger met valluik en waterbak Val met strop van Komduur