Meest verfijnde publikatie

Het ventilatierooster van de subway dat in 1954 diende om de zomerjurk van Marilyn Monroe te laten opwaaien, bestaat niet meer.

Wel zijn in de onmiddellijke nabijheid van Lexington Avenue in New York nog soortgelijke roosters aan te treffen. Daarentegen zijn alle muziekjes die LeRoy Shield ooit voor de films van Laurel & Hardy schreef, opgespoord en geïnventariseerd. Er is bovendien iets meer duidelijkheid ontstaan over de pose in oertijd-bikini die Raquel Welch aannam voor de promotie van de film One million years B.C. De zoektocht naar de schilder J.H. Lynch, wiens zigeunermeisje in honderdduizenden reprodukties over de toonbank is gegaan, heeft nog geen eenduidig spoor opgeleverd. Maar het Londense plein waar de Beatles op 2 juli 1963 poseerden voor een publiciteitsfoto, is gelokaliseerd.

Een kenner van het medialandschap heeft in het bovenstaande wellicht reeds de interessegebieden herkend van de unieke Piet Schreuders, uitgever en enig redacteur van de telkens in een andere gedaante verschijnende Poezenkrant, samensteller van de VPRO-radiorubriek Vrije geluiden, auteur van een standaardwerk over Amerikaanse pocket-omslagen, vormgever van de helaas verdwenen Juinensche Courant, redacteur van het eveneens aan de VPRO gelieerde maandblad De Radiovriend en oprichter van het volstrekt hobbyistische eenmanstijdschrift Furore, waarvan het laatste nummer in januari 1983 is verschenen, bijna drie jaar na het voorlaatste.

Het bloed kroop waar het niet kon gaan, beaamt Schreuders desgevraagd - en daarom zal hij aanstaande zondag, tijdens een boekenmarkt in de Amsterdamse openlucht, opnieuw een nummer van Furore ten doop houden. Het was in 1983 eigenlijk afgelopen met het onregelmatig verschijnende tijdschrift, het was mooi geweest en de maker meende nu tot voldoende andere media toegang te hebben. “Maar ik bleef dingen ontdekken die alleen in een blad als Furore kunnen staan. Dit nummer is in tien dagen tot stand gekomen, van idee tot afgewerkte pagina's. Ik dacht op 2 augustus: zou het lukken om vóór de negentiende een blad op de markt te hebben? Het is gelukt.”

Furore leek, toen in 1975 het eerste nummer verscheen, een ietwat subversief blad te worden. Begeleid door raadselachtige persberichten over “de meest verfijnde publikatie in de wereld”, die zou worden verspreid “naar heel de wereld, tussen belangrijke steden, naar schepen op zee”, wekte de uitgave grote belangstelling op binnen de Amsterdamse grachtengordel. De namen van hen die voor medewerking waren uitgenodigd (onder wie Simon Carmiggelt, W.F. Hermans, Hugo Brandt Corstius, Bob Polak, Wim T. Schippers, Sonja Barend, K. Schippers en Gerrit Komrij) schiepen hooggespannen verwachtingen. Al snel bleken alle draden echter bijeen te komen bij Piet Schreuders, een 24-jarige student Nederlands die al eerder aan Aloha en De Nieuwe Linie had meegewerkt en bovendien menig hart had gestolen met een per Xerox-apparaat gereproduceerd periodiekje over het hoofdstedelijke flatgebouw de Wolkenkrabber. Niettemin deed Hermans zich later van een ongebruikelijk enthousiaste zijde kennen door Furore te omschrijven als "verrukkelijk' en "onnavolgbaar'.

Het blad, dat van de onregelmatige verschijning zijn handelsmerk maakte, blonk uit door de typografische persiflage waarin Schreuders gespecialiseerd bleek te zijn. Hij moest zelfs ontdekken, dat heel wat ontvangers nooit verder kwamen dan de vormgeving - ze keken hun ogen uit op de ongebruikelijke lettercombinaties en de ongebreidelde hoeveelheid kadertjes en vignetten, zonder ooit toe te komen aan het lezen van de gedetailleerde artikelen. Gaandeweg raakte zijn lay-out dan ook in rustiger vaarwater. Furore deed intussen dienst als inspiratiebron voor soortgenoten die elders in het land hun eigen eenmansblaadjes uitgaven. Sinds enkele maanden bestaat in Utrecht het periodiek Magenta, dat eveneens serieus informeert over triviaal geachte kwesties. De belettering van Schreuders' logo werd twee jaar geleden zelfs geplagieerd door de fabrikant van Joetoe-kinderschoenen.

Op het omslag van de herboren Furore staat dat hier sprake is van een speciale brochure. “Een beetje merkwaardig,” geeft Schreuders toe. “Het was aanvankelijk mijn bedoeling eerst een brochure te maken, waarmee mensen het nieuwe nummer konden bestellen. Maar ik vond dat bij nader inzien een beetje ingewikkeld. Ik was nu tòch aan het werk en opeens had ik alle 32 pagina's. Toen heb ik die kreet maar laten staan. Er zit wel een mooi ritme in.” De inhoud, waarvan in de eerste alinea een indruk is gegeven, heeft postgevat in een overwegend tijdloze vormgeving. Desondanks vindt men in de kleinste hoekjes typografische eigenaardigheden, zoals dertien van de ornamentjes die Jean Dulieu in de jaren vijftig op zijn schrijfmachine onderaan de radioscripts voor Paulus de boskabouter typte.

Het is, zegt de redacteur-uitgever, onvoorspelbaar of er ooit een achttiende nummer zal verschijnen. “Als dit nummer niet verkoopt,” vat hij de economische werkelijkheid samen, “heb ik geen geld om het nòg een keer te doen.”