KEVIN COSTNER DANST OPNIEUW MET WOLVEN IN DE WILDERNIS; De gevolgen van een vadercomplex

Robin Hood: Prince of Thieves. Regie: Kevin Reynolds. Met: Kevin Costner, Mary Elizabeth Mastrantonio, Morgan Freeman, Alan Rickman. In 55 theaters.

In de nasleep van een wrede oorlog, ver van huis, is een gedesillusioneerde jonge held aan het eind van zijn krachten. Net als de amputatie van een van zijn ledematen de onomkeerbaarheid van het noodlot lijkt te gaan bezegelen, ontleent de officier zonder decorum, in wie wij ternauwernood Kevin Costner herkennen, aan zijn doodsangst het elan voor een laatste, geslaagde uitbraak. Na dit herwonnen zelfrespect in de proloog komt het niet meer goed tussen de oorlogsveteraan en de autoriteiten die voor het opleggen van hun geloof aan de tegenstander bijna zijn jonge leven geofferd hadden. De absurditeit van hun machtswellust wordt gesymboliseerd door de meedogenloze confrontatie met de bizarre dood van een vaderfiguur. Onze held neemt direct daarna afscheid van de beschaving en voegt zich in de wildernis bij een voor primitief versleten natuurvolk. Hij leert er met pijl en boog schieten, een te worden met de natuur en verwerft een erenaam. Samen met zijn nieuwe vrienden voert hij de guerrilla tegen zijn voormalige soortgenoten en ontpopt zich tot een vereerde charismatische leidersfiguur die geschiedenis maakt.

De overeenkomsten tussen Robin Hood: Prince of Thieves en de film die onlangs van Kevin Costner een superster maakte, zijn zo groot dat de titel ook Dances with Wolves 2 had kunnen luiden. Costner liet de regie dit keer over aan zijn maatje Kevin Reynolds, die een groot deel van de actiescènes in Dances with Wolves voor zijn rekening nam en wiens beide eerste films (waarvan een - Fandango - met Costner in de hoofdrol) de Nederlandse bioscoop niet haalden. Natuurlijk zijn de "merry men' van Sherwood Forest geen Sioux-indianen, en kun je de Derde Kruistocht moeilijk vergelijken met de Amerikaanse Burgeroorlog. In Robin Hood wordt pas goed duidelijk dat beide aanleidingen voor Costners breuk met de westerse beschaving in feite geïnspireerd zijn op de Vietnamoorlog. Voordat Robin of Locksley, later bijgenaamd Hood, naar het Heilige Land vertrok, had hij flink ruzie gemaakt met zijn vader, die bij zijn terugkeer aan de hanebalken bungelt, opgeknoopt door de sheriff van Nottingham (Alan Rickman). Belangrijker nog is dat deze veteraan een veranderde wereld aantreft bij zijn thuiskomst. De jonge edelman ontleent niet alleen een frisse blik op het establishment aan de terreur van de achtergebleven machthebbers en aan de ongecompliceerde levensvreugde van de struikrovers in het woud, maar ook aan de cynische visie van een in de oorlog opgeduikelde zwarte "buddie', de Moor Azeem (Morgan Freeman).

Als The Doors hun sjamanenmuziek ten gehore hadden gebracht in deze versie van het oude Robin Hood-verhaal, zou niemand vreemd opkijken. De film, mede geschreven door de Engelse scenarist Pen Densham (regisseur van de vampierenfilm The Kiss), bevat immers wel andere popmuziek en ook een forse dosis mystiek. Handig speelt het scenario verschillende vormen van geloof tegen elkaar uit. Voordat Robin Costner de slechte sheriff (charmant gespeeld door de Engelse toneelacteur Rickman, met enigszins detonerende humor) in het slotduel doodt, zijn er twee "shoot-outs' in het voorprogramma: tussen een goede (Friar Tuck) en een slechte geestelijke (een verweekte bisschop), en tussen de onchristelijke goeroes van de held en de slechterik, respectievelijk de over een beetje toverkracht beschikkende Moor en de huisheks (een schmierende Geraldine McEwan) van de sheriff. Dat de eindstand 3-0 bedraagt zal ook al niemand verbazen.

Net als Dances with Wolves is Robin Hood: Prince of Thieves een verrassend ouderwetse en voorspelbare spektakelfilm met een vleugje intelligentie. Zoals gebruikelijk zal het vervolg zeker minder Oscars winnen. De boodschap van Costner is dit keer minder expliciet en kleurrijker, maar weinig subtiel verpakt. Solidariteit met de indianen ligt nu eenmaal wat gemakkelijker dan de oplossing van een nogal bot afgewikkeld vadercomplex, dat Robin Hood halverwege Hamlet en Freud situeert. De romantische noot overtuigt wel weer meer in de figuur van de middeleeuwse squaw Marian (Mary Elizabeth Mastrantonio) dan in de pijnlijke relatie met de Sioux-prinses.

Maar dit sprookje loopt dan ook goed af, met de zegen van een als deus ex machina verschijnende koning Richard, gespeeld door een legendarische verrassingsster, die in het verleden al eens Robin Hood èn de vaderfiguur van Costner speelde.

De virtuositeit van de camerabewegingen in Reynolds' regie doet een beetje gratuit aan, al zal het grootste deel van het publiek weinig last hebben van zulke overwegingen, als Reynolds in het gevecht het camerastandpunt van een pijlpunt kiest. Zoevend, buitelend en epaterend tracteert de film de kijker op een ritje in een middeleeuwse achtbaan; ik voorspel open doekjes wanneer een blijde Robin en Azeem over de slotmuur katapulteren. Van die enkele weken eerder in de bioscopen verschenen, kleurloze en houterige andere Robin Hood-film, waarin Jeroen Krabbé de kwaaie pier speelt, hoeft Prince of Thieves weinig concurrentie te verwachten.

Deze zomer kende de Amerikaanse bioscoop twee superhits, Robin Hood: Prince of Thieves en Terminator 2: Judgment Day, beide genietend van een enorm budget en een navenant Efteling-gehalte. De sterren van die twee films zijn de grootste Hollywoodattracties van dit moment, en volstrekt aan elkaar tegengesteld: de als dommekracht poserende, maar intelligente en ironische mannetjesputter Arnold Schwarzenegger en de voor slimmerik doorgaande, maar bloedserieuze en halfzachte post-hippie Costner. Schwarzenegger doet alsof hij niets te melden heeft en Costner schreeuwt zo hard dat hij het beste voorheeft met de mensheid, dat niemand hem meer gelooft. In dat opzicht schort er weinig aan Robin Hood, de Indiana Jones-versie van een aan het mondiale groene bewustzijn aangepaste legende.