Kampslachtoffers willen veel te veel

“Ik vertegenwoordig misschien niet het Nederlandse volk, maar wel de gevoelens van de Jappenkampslachtoffers, van de hele Indische gemeenschap”, zo citeert Het Parool van 10 augustus A.L. van Maarseveen, degene die met enkele gelijkgestemden de krans verwijderde en in het water gooide die door de Japanse premier Kaifu bij het Indische monument was gelegd.

Het zou misschien beter zijn als die Van Maarseveen gewoon voor zichzelf sprak; uit mijn naam spreekt hij in ieder geval niet. In mijn ogen was het een onbehoorlijke handeling, waarover Lubbers terecht bij de Japanse premier zijn leedwezen heeft betuigd. De motivering die Van Maarseveen gaf (“Lubbers kan dat gevoel niet begrijpen: hij heeft nog nooit een klap van een Japanner gehad”) zoals trouwens ook die van de stichting Japanse Ereschulden, ervaar ik als beschamend.

Het is geloof ik vooral een kwestie van trots, die die mensen niet lijken te hebben. Dat is, geef ik toe, misschien een kwestie van smaak. Het is niet dat ik niet vind dat Japan, nu het één van de rijkste landen van de wereld is geworden, niet eens flink in de beurs zou mogen tasten; Japan zou daarmee, zoals J.M.G. Jaquet in deze krant schreef, “het voorbeeld van Duitsland volgen dat aan zijn oorlogsslachtoffers vrijwillig ongeveer 100 miljard mark betaalde”. Wat mij dwars zit, is dat Nederlanders, zelf burgers van een rijk land, als haantje de voorste staan te dringen om een groot bedrag te incasseren, in plaats van de oorlogsslachtoffers in veel armere Aziatische landen, die niet alleen meer prioriteit maar ook nogal wat meer recht kunnen laten gelden. Wanneer E. Stolk, de oprichter van de stichting Japanse Ereschuld, zegt dat er 26.233 slachtoffers waren, dan is dat eigenlijk een beschamende manier van rekenen; als Nederlanders het dan beslist over zoiets als een Japanse Ereschuld willen hebben, dan geldt dat in de eerste plaats voor de Indonesiërs en Chinezen in Nederlands-Indië, onder wie honderdduizenden slachtoffers zijn gevallen en die Nederlands onderdaan waren op het moment dat Nederlands-Indië Japan de oorlog heeft verklaard - iets dat alleen al onze verantwoordelijkheid engageert, maar daar hoor je mensen als Stolk, Van Maarseveen en Boekholt niet over.

Het is zoals ik al zo vaak heb geschreven: de hele kwestie, al die "hoog oplopende gevoelens' bij de Indische gemeenschap en dat zonderlinge bittere gevecht om "erkenning', het is allemaal niet los te maken van het koloniale verleden, van de verhoudingen die in Nederlands-Indië bestonden.

Het pijnlijke is dat de mensen die zich nu zo weren in al die herdenkingscomité's en stichtingen vaak juist de oud-strijders zijn die voor de oorlog de wind eronder hielden bij de bevolking (maar op Java werd het Nederlands-Indische leger van 140.000 man in negen dagen verslagen door 40.000 Japanners), de mensen die zulke grote taal konden spreken tegen de Indonesiërs, en als die wat terug zeiden werden ze opgesloten in gevangenissen en geïnterneerd. Hebben wij die soms ooit enige compensatie betaald? Als voorbeeld mag gelden I.F.M. (Chalid) Salim, die geen drie-en-een-half jaar maar vijftien jaar geïnterneerd is geweest in Boven Digoel. Na de oorlog kwam hij om gezondheidsredenen naar Nederland, waar hij werkte bij Indonesische ambassade. Salim heeft jarenlang geprobeerd om van de Nederlandse regering een schadeloosstelling te krijgen. In mei 1977 kreeg hij te horen dat daar "afwijzend op was beschikt'. Bij het beëindigen van zijn werk bij de Indonesische ambassade, zo kreeg hij te horen, zou hij in aanmerking kunnen komen voor een uitkering van de Algemene Bijstandswet “mits hij aan de bepalingen van die wet voldeed”. Toen ik Salim een paar jaar voor zijn dood ontmoette, wachtte hij nog steeds op een beslissing; ik weet niet of er daarna nog iets van is terechtgekomen; hij overleed in 1985.

Dan is er de grootte van het bedrag. De overlevenden van de Duitse kampen kregen Wiedergutmachung; dat willen de Indisch ex-geïnterneerden ook, maar ze willen meer. Ze willen twintig keer zoveel. Joodse oorlogsslachtoffers in Nederland hebben van Duitsland gemiddeld 2000 gulden gekregen. Door de meergenoemde stichting wordt nu voor de Indische oorlogsslachtoffers 40.000 gulden ( 20.000 dollar) geclaimd. Over de implicaties daarvan heeft Michel Korzec al geschreven in de Volkskrant van 27 Juli; het was mij uit het hart gegrepen; ik zal er verder niets aan toevoegen en me bepalen tot de manier waarop er door leden van de Indische gemeenschap op is gereageerd.

Er bestaat bij de Indische ex-geïnterneerden een onloochenbare wedijver met de overlevenden van Duitse kampen (ik heb er over de jaren verschillende expliciete staaltjes van geciteerd; ook de bekende klacht "dat niemand wilde luisteren' naar de verhalen van de Indische gerepatrieerden heeft er mee te maken). Maar als iemand er voorzichtig op wijst dat wat de laatsten hebben doorgemaakt niet van dezelfde orde was, dan komt steevast het argument dat je zulke dingen "niet mag vergelijken', dat er dan "concurrentie tussen de oorlogslachtoffers wordt aangewakkerd' en wat dies meer zij. In de reacties op het artikel van Korzec was het weer raak: “Wie meet dat en zo het al te meten is, wie maakt dat uit? Wat is het verschil tussen mijn kiespijn en de uwe?”

Kiespijn! Hoe over deze dingen gedacht wordt, blijkt ook uit de opmerking van F.D. Scheepers, secretaris van de stichting Japanse Ereschulden: “Het steekt de vroegere (Indische) gevangenen dat aan de Duitse bezetting een veel grotere betekenis wordt gegeven" (NRC Handelsblad 23 Juli); hij argumenteert dat er 26233 Nederlandse doden zijn gevallen tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië, “drie keer zoveel als door de Duitse bezetting van Nederland zelf”. Later bleek dat Scheepers alleen militaire slachtoffers bedoelde, hetgeen een wel bijzonder scheve vergelijking oplevert. De slachtoffers van de deportaties had hij kennelijk niet meegeteld.

Zo is er nog veel meer, zoals het latente anti-Japanse racisme dat vaak op onmiskenbare wijze uit de uitspraken van deze door zichzelf uitgeroepen vertegenwoordigers van de Indische gemeenschap blijkt; maar daar heb ik het al zo vaak over gehad. Zoveel is zeker: deze mensen spreken niet namens alle ex-geïnterneerden uit Indië.