Hoop verflauwt op snel einde van gijzelaarszaak

GENÈVE, 15 AUG. De hoop op een spoedige regeling voor de internationale gijzelaarskwestie is gisteren verflauwd nadat duidelijk was geworden dat de onderhandelingen van de afgelopen dagen niet tot onmiddellijk resultaten hadden geleid.

Niettemin verklaarde de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Javier Perez de Cuellar, die vanmorgen voor enkele dagen op vakantie ging, dat hij optimistisch bleef over een goede afloop van het gijzelaarsvraagstuk. “Ik ben werkelijk hoopvol dat we overeenstemming kunnen bereiken”. Hij zei dat het “misschien een beetje naïef” was om de komende dagen al iets te verwachten. In de afwezigheid van Perez de Cuellar zullen lagere diplomaten de bemiddeling van de VN de komende dagen voortzetten.

Over de tijd die is benodigd voor een oplossing wilde Perez zich niet nader uitlaten. “We beginnen nu met enige stille diplomatie”, aldus Perez de Cuellar. “We zullen veel in contact met de Israeliërs staan en met de Iraniërs om zo in contact te komen met de groeperingen die de gijzelaars vasthouden. Ik hoop zeer dat dan de zaken vooruit zullen gaan”, stelde hij.

De secretaris-generaal van de VN maakte gisteren duidelijk dat de Libanezen en Palestijnen die wegens terroristische aanslagen in verschillende Westeuropese landen gevangen zitten, geen deel kunnen uitmaken van de voorgestelde ruil. Hij antwoordde dit op een vraag over de status van twee Libanese broers die in Duitsland gevangen zitten. Volgens hem behoren deze gevangenen, die een proces hebben gehad, tot een andere categorie.

Gistermiddag voerde de VN-secretaris-generaal voor de tweede keer binnen drie dagen overleg met een Israelische delegatie over de mogelijkheden van een grootscheepse ruil van Westerse gijzelaars en Israelische soldaten tegen Libanese shi'ieten en Palestijnen die door medestanders van Israel worden vastgehouden. De Israeliërs maakten duidelijk niets te voelen voor enigerlei concessie alvorens zij betrouwbare informatie krijgen over het lot van zeven Israelische militairen die in Libanon vermist zijn geraakt. Perez de Cuellar noemde dit verlangen gisteren redelijk. “Ik zie geen enkele reden voor de andere kant om niet aan dit verlangen te voldoen”, verklaarde hij. Na het anderhalf uur durende overleg met de Israeliërs nam Perez de Cuellar meteen contact op met de Iraanse ambassadeur bij de Verenigde Naties over de gijzelaarskwestie.

Een gebaar van goede wil van Israelische zijde in de vorm van de vrijlating van enkele gevangenen, waarom Libanese fundamentalisten uitdrukkelijk hebben verzocht, sloot Israel vanmorgen vooralsnog uit. De Israelische autoriteiten staan erop dat ze eerst de door hen verlangde informatie krijgen.

Ook Israel verklaarde evenwel vanmorgen dat de bemiddelingspogingen van de VN de beste kans op een regeling voor het gijzelaarsvraagstuk vormde die er geweest is. Maar een oplossing vergt volgens de Israeliërs wel meer tijd. Eerder waren er berichten geweest dat Israel zich al akkoord had verklaard met een oplossing in twee stadia. Dit werd evenwel door Israelische woordvoerders ontkend.

Intussen viel in Libanese veiligheidskringen gisteren te horen dat de enige Italiaanse gijzelaar in Libanon, Alberto Molinari, al kort na zijn ontvoering in september 1985 is gedood. Molinari, een zakenman die al twintig jaar in Libanon woonde, zou per vergissing zijn doodgeschoten omdat zijn ontvoerders in de veronderstelling zouden hebben verkeerd dat hij een Amerikaan of een Brit was. Het aantal overgebleven Westerse gijzelaars zou hiermee op negen staan. (Reuter, AP, UPI)