Europese auto's verliezen strijd om markt VS

NEW YORK, 15 AUG. Europese autofabrikanten leggen het af tegen Amerikaanse en Japanse merken in de Amerikaanse markt, de meest vrije ter wereld.

Vorige week werd bekend dat zowel Peugeot als Sterling - dat in de Verenigde Staten de Rover 825 verkoopt - afscheid hebben genomen van de Amerikaanse markt. Dat betekent dat van de 14 Europese merken voor de massamarkt - specialisten als Porsche, Ferrari, Lotus, Maserati en dergelijke niet meegerekend - er nu nog maar acht in Amerika te krijgen zijn. Twee daarvan, Saab en Jaguar, zijn zwaar verliesgevende bedrijven die afhankelijk zijn van het geld van hun Amerikaanse eigenaren, GM en Ford.

Na het vertrek van Peugeot, dat al sinds 1961 in de VS auto's verkocht, is er nu niet één Franse auto meer in de VS te koop. Renault sloot in 1987. Van de Italianen is alleen Alfa Romeo (dochter van Fiat) over; Fiat en Lancia hielden het al in 1984 voor gezien.

Uit Engeland zijn alleen Jaguars en Range Rovers te koop. Saab en Volvo uit Zweden handhaven zich, hoewel Saab kampt met een gebrek aan nieuwe modellen en Volvo net als andere makers van duurdere auto's kampt met tegenvallende verkopen (21 procent minder tot nu toe dit jaar). BMW en Mercedes-Benz, lange tijd de succesverhalen, hebben de afgelopen zes maanden hun verkopen zien terugvallen met respectievelijk 18 en 20 procent. De enige uitzonderingen in deze malaise zijn Volkswagen en Alfa Romeo, wier verkopen in de afgelopen anderhalf jaar een stijgende lijn vertoonden.

Wie de reclamecampagnes van Sterling en Peugeot scherp had gevolgd, had al kunnen weten dat de twee importeurs wanhopig waren. Sterling is de naam waaronder in 1987 de Rover 825 hier op de markt werd gebracht. "Rover' mocht niet meer genoemd worden, die naam riep te veel slechte herinneringen op onder Amerikaanse autokopers. Maar ook Sterling leed onder de Britse fabricage-methoden. Zelfs het autoblad Car & Driver kreeg een defect model toegestuurd. De laatste maanden adverteerde Sterling met de leus: “Als U een auto voor dezelfde prijs kunt vinden die evenveel biedt, dan kopen we hem voor U.” Later werd dat: “... dan kopen we een Engels kasteel voor U.”

Peugeot adverteerde zijn 405 niet door te wijzen op specifieke pluspunten, maar slechts door te zeggen dat de auto "anders' is. Van de 505-serie werd alleen de stationwagon geïmporteerd; de 605 is hier nooit aangekomen. De Amerikaanse pers speculeert nu begrijpelijkerwijs over het volgende slachtoffer. Verschillende bladen noemden Porsche en Audi, op basis van hun verkoopcijfers.

Porsche-verkopen zaten vorig jaar op ongeveer 9000 (tegen 20-30.000 in de topjaren 1984-1987), en in de eerste zes maanden van dit jaar zijn er nog maar 2853 verkocht. Ook Audi heeft het zwaar: de afgelopen drie jaar verkocht het merk krap meer dan 20.000 auto's per jaar (tegen 40-70.000 in voorgaande jaren), en in de eerste helft van 1991 slechts 7015 stuks.

Toch lijkt het onwaarschijnlijk dat juist deze fabrikanten zullen opgeven. Voor Porsche is de VS een te belangrijke markt en Audi is eigendom van het goed draaiende Volkswagen. Bovendien staan voor Audi nieuwe modellen op stapel: de vernieuwde 100, de cabriolet, en de 200.

Joe Bennett, de persman van de importeur, is ziedend op de Amerikaanse pers die hem niet eens heeft gebeld. “Ze weten niet waar ze over praten,” zegt hij. “Volkswagen AG is een wereldbedrijf, en ze hebben de Amerikaanse markt nodig om een wereldbedrijf te blijven.”