Beleid Haarlemmerliede tergt Amsterdam

HAARLEMMERLIEDE, 15 AUG. Haarlemmerliede frustreert de komst van nieuwe bedrijven naar Amsterdam. De hoofdstad gedraagt zich als “een verongelijkt kind dat zijn zin wil doordrijven”. Ziedaar de controverse die de ralaties tussen beide buurgemeenten al geruime tijd verziekt.

De inzet betreft een stuk grond van 400 hectare in het Westelijk Havengebied van Amsterdam. Het perceel is eigendom van het Gemeentelijk Havenbedrijf van Amsterdam, maar ligt in de gemeente Haarlemmerliede (ongeveer 5.000 inwoners). Amsterdam (700.000 inwoners) wil het terrein gebruiken voor havenindustrie. Haarlemmerliede juicht dat toe maar wil voorkomen dat aan de westelijke rand, die grenst aan het recreatiegebied Spaarnwoude, stankoverlast ontstaat. Die opstelling schrikt potentiële investeerders af, beweert Amsterdam. Ons niets van bekend, repliceert Haarlemmerliede.

Adjunct-directeur ir. J. Koster van het Havenbedrijf zegt dat vier Amerikaanse bedrijven en “een reeks” Nederlandse bedrijven dreigen af te zien van vestiging in het havengebied omdat Haarlemmerliede onnodig moeilijk zou doen. Het zou gaan om bedrijven in de chemie, voedingsmiddelen, medicijnen en cosmetica. Hun komst zou 2.000 arbeidsplaatsen opleveren. “Het is van nationaal belang dat die bedrijven zich in dit gebied kunnen vestigen”, aldus Koster.

Het planologische conflict speelt al tientallen jaren. De Amsterdamse haven kon nieuwe bedrijven tot nu toe een alternatieve lokatie aanbieden. Maar de ruimte begint “te knellen”. Het Havenbedrijf heeft nu het braakliggende terrein ten westen van de Amerikahaven hard nodig, zegt Koster.

En “de bevoegde autoriteit Haarlemmerliede doet zijn huiswerk niet”, want er is nog steeds geen bestemmingsplan over de invulling van het al jaren geleden opgespoten terrein, dat in de jaren tachtig als bestemming "havengebied' kreeg. Volgens Koster denkt Amsterdam daarbij aan vestiging van opslagloodsen, distributiecentra en stuwadoorsbedrijven.

Deze behoren niet tot het type havenbedrijven waarvan de burgemeester drs. F.J.A. IJsselmuiden van Haarlemmerliede wakker ligt. Hij vreest echter de komst van “steenkolencentrales”, wat hij wil voorkomen door voor de rand van het terrein “enkele beperkingen” op te leggen, zodat recreanten niet hoeven vluchten voor stof en stank. “Wij doen echt niet moeilijk als zich een opslag- of distributiebedrijf aan de rand van het terrein wil vestigen”, zegt IJsselmuiden.

De burgemeester kwalificeert de opmerkingen van Koster als “stemmingmakerij” en “misleiding van de publieke opinie”. “Het gaat alleen om die rand; in de rest van het gebied zijn wij veel soepeler.” Een andere beperking die Haarlemmerliede wil stellen is aan de grootte van de geplande Afrikahaven, die veel minder ver landinwaarts mag steken dan het Havenbedrijf voor ogen heeft.

Niet bekend

De grond in Haarlemmerliede werd in de jaren zestig opgekocht door Amsterdam. Aanvankelijk was men van plan de haven door te trekken tot aan Zijkanaal C, ter hoogte van Spaarndam (dat samen met Haarlemmerliede één gemeente vormt). Hiertegen heeft Haarlemmerliede zich met succes verzet. Toen de Amsterdamse haven de afgelopen jaren door de economische groei steeds meer opschoof naar het westen werd de vraag opnieuw actueel wat er met het terrein moest gebeuren.

Tot begin dit jaar waren beide gemeenten on speaking terms, maar in februari stapte Haarlemmerliede uit het “harmoniemodel”, zegt Koster. “Het Gemeentelijk Havenbedrijf wilde geen beperkende maatregelen voor de industrie aanvaarden”, motiveert burgemeester IJsselmuiden deze stap. “In ons ontwerp-bestemmingsplan staat dat er ruimte is voor industrie, dus Amsterdam heeft geen enkele reden als een verongelijkt kind tekeer te gaan.”

Gisteren hebben B en W van Haarlemmerliede aan hun Amsterdamse collega's opheldering gevraagd over de uitspraak van Koster (in De Telegraaf van gisteren), dat “als niet snel aan de wensen van Amsterdam wordt voldaan”, een Amerikaanse medicijnenfabrikant zal uitwijken naar het buitenland. Haarlemmerliede zegt niet op de hoogte te zijn van de belangstelling van het bedrijf, zodat over een eventuele vestiging op het terrein geen oordeel kon worden gegeven. Maar een bedrijf voor produktie en distributie van medicijnen behoeft “niet op onoverkomelijke milieu-hygiënische bezwaren te stuiten”, aldus Haarlemmerliede.