Akkoord van islamitische republieken Sovjet-Unie

TASJKENT, 15 AUG. De vijf Centraalaziatische Sovjet-republieken hebben gisteren in Tasjkent een economisch samenwerkingsakkoord ondertekend. De islamitische Sovjet-republieken beogen een gemeenschappelijke markt te stichten, niet alleen onafhankelijk van het centrum in Moskou maar zelfs met het doel, samen sterker te staan ten opzichte van het centrum.

De presidenten van Kazachstan, Oezbekistan, Tadzjikistan, Kirgizië en Toerkmenië hadden in juni vorig jaar al een akkoord getekend ter versterking van de onderlinge banden. In het gisteren getekende akkoord wordt die samenwerking uitgediept en wordt bovendien Azerbajdzjan, de islamitische republiek in de Kaukasus, er als waarnemer bij betrokken. Het voorziet in de vorming van een permanente adviserende raad, die de sociale en economische politiek van de zes republieken moet coördineren. In een verklaring heette het gisteren dat “de gebieden van Centraal-Azië en Azerbajdzjan hun krachten willen bundelen om hun economie te verbeteren en aan de vooravond van de invoering van de markteconomie uit de crisis te raken”. Tot nu toe is het de islamitische republieken niet toegestaan bilaterale economische contracten af te sluiten; alle beslissingen over de produktie, bestemming en verdeling van goederen zijn de afgelopen decennia door Moskou genomen.

De Oezbeekse president Islam Karimov zei na de ondertekening dat tot dusverre de relaties tussen de republieken veel te wensen over hebben gelaten omdat “de beslissingen van het centrum de ongelijkheid in de hand heeft gewerkt”. Het levenspeil in Centraal-Azië is de helft van dat in Rusland en eenderde van dat in de Baltische landen.

De Kazachse president Nazarbajev tekende aan dat de Centraalaziatische republieken de afgelopen zestig jaar zijn behandeld als wingewesten en als leveranciers van goedkope grondstoffen, zonder daar zelf van te kunnen profiteren. Kazachstan leverde op grote schaal metalen aan republieken als Wit-Rusland, waar ze werden verwerkt; van een verwerkingsindustrie in Kazachstan is geen sprake. Hetzelfde geldt voor de rijke bodemschatten en natuurlijke hulpbronnen van de andere republieken, zoals de katoen.

Daarnaast zijn de islamitische republieken ontevreden over een aantal hervormingsmaatregelen die in Moskou zijn genomen, zoals de privatiseringswet, die naar het oordeel van Nazarbajev voorziet in een “privatisering die vanuit het centrum wordt gecontroleerd”. In Kirgizië is het privatiseringsproces al bevroren tot de problemen van deze republiek met Moskou zijn opgehelderd. (Reuter, AFP, AP)