Vluchtelingen als geslagen honden terug

TIRANA, 14 AUG. Als geslagen honden kwamen ze de vliegtuigen uit, de Albanezen die vorige week naar Italië ontkwamen en de afgelopen dagen door Alitalia en de Italiaanse luchtmacht naar Albanië zijn teruggevlogen. De aankomst en afhandeling was telkens een zaak van minuten.

Elk kwartier landde een toestel op de ene start- en landingsbaan die Rinas Airport rijk is. Het taxiede naar het ene bescheiden gebouwtje waar aankomst- en vertrekhal en de kantoren zijn ondergebracht. Daar stapten de vluchtelingen uit. Terwijl ze in een groep bijeen werden gezet, omsingeld door Albanese soldaten, taxiede het Italiaanse toestel alweer weg. Tegen de tijd dat de vluchtelingen tussen een dubbele rij van soldaten en politiemannen het aankomstgebouw hadden bereikt, was het Italiaanse toestel alweer brullend achter de oleanders verdwenen.

De vluchtelingen werden vervolgens bij een officier geroepen, die de nodige gegevens noteerde, en in bussen geladen - diverse bussen, bestemd voor de diverse streken vanwaar de vluchtelingen afkomstig waren. Recalcitrante repatrianten werden weinig zachtzinnig in een speciale bus gezet, die in de brandende zon urenlang bleef wachten tot hij vol was. De bestemming van die bus was niet duidelijk. Zoals alle bussen in Albanië, was dit exemplaar tweedehands in het Westen gekocht en niet ontdaan van de oorspronkelijke opschriften en reclameteksten: waar de stadsbussen in Tirana vaak nog opschriften hebben als Service Spécial, droeg dit exemplaar op Rinas aan de voorzijde het opschrift Einzelfahrt.

In normale tijden is Rinas de rust zelve: het ademt de sfeer van een Siciliaans dorpsstation, uren voor de volgende trein. Er komen per dag niet meer dan gemiddeld twee vliegtuigen aan - dubbel zoveel overigens als nog maar een jaar geleden. Van serieuze beveiliging is nergens sprake: men kan zonder probleem om het gebouw heenlopen en in het café, waar de vertrekkende passagiers na alle paspoort-, vliegbiljet- en bagagecontroles wachten op het vertrek van hun toestel, een kopje koffie drinken.

De afgelopen week was anders: in twee grote tenten naast de startbaan was een fors aantal militairen gelegerd om de terugkeer van de vluchtelingen in ordelijke banen te leiden. Aan de voorzijde van het gebouw was met krijt een streep getrokken: achter die streep hebben dagenlang ongeruste ouders gewacht, in de hoop onder de vluchtelingen een glimp van hun kind te ontdekken. Soms was sprake van heftige emoties, als ze hun kind ontdekten, of een van zijn vrienden: “Agim, heb je Leo gezien?” “Leo is veilig, hij maakt het goed!” - en weg was Agim. Over de krijtstreep mocht echter niemand: dat werd door soldaten belet, en de discipline mag in Albanië sinds de introductie van de democratie danig zijn afgenomen, voor de soldaten op Rinas Airport bestond nog genoeg respect om het verbod te gehoorzamen.

De behandeling van de vluchtelingen in Italië heeft in Albanië grote irritatie gewekt. Niet alleen op hun eigen televisie, ook op de Italiaanse, die in Albanië goed te ontvangen is, hebben de Albanezen gezien hoe op de vluchtelingen is ingeslagen als ze trachtten te ontsnappen, hoe in het stadion in Bari water en voedsel uit helikopters werd neergelaten en hoe Italiaanse politiemannen voedselpakketten over het hek gooiden naar de grijpende handen van de vluchtelingen. Het heeft op de Albanezen de associatie met de voedering van wilde beesten in een dierentuin gewekt. Italië werd tot dusverre algemeen beschouwd als de belangrijkste vriend en bondgenoot van Albanië in het Westen. Dat gevoel werd vorig jaar en in maart van dit jaar versterkt toen het duizenden Albanese vluchtelingen opnam, van wie de meesten in Italië inmiddels behoorlijk werk hebben gevonden. Dat de nieuwe vluchtelingen in Bari als wilde beesten zijn behandeld, heeft de reputatie van Italië echter danig aangetast. De bijna dagelijkse komst van Italiaanse politici naar Tirana en de aanwezigheid van grote aantallen Italiaanse zakenlieden in Albanië kunnen daar weinig aan veranderen.