Top First American stapt op in BCCI-zaak

WASHINGTON, 14 AUG. Een aanzienlijk Washingtons monument, de 84- jarige Clark Clifford, heeft gisteren ontslag genomen als voorzitter van First American Bankshares, een gedeeltelijke dochter van de onlangs wegens fraude en insolventie gesloten Bank of Credit and Commerce International (BCCI). De president van de bank, Cliffords 44-jarige beschermeling en partneradvocaat Robert Alyman, is gisteren eveneens afgetreden.

“Terwijl de BCCI-zaak controverse heeft geschapen over First American, ging veel van de publiciteit rond BCCI over Robert Altman en mij vaak was het onjuist”, verklaarde Clifford gisteren. “Altman en ik moeten ons ervan verzekeren dat deze publieke belangstelling het bedrijf niet aantast. De belangen van de werknemers, klanten en rekeninghouders blijven onze hoogste prioriteit. Daarom hebben we besloten om ons ontslag in te dienen.”

Aan het ontslag is overleg met Amerikaanse toezichthouders over het bankwezen voorafgegaan. Clifford en Altman stonden onder druk van federale toezichthouders en van de raad van commissarissen. De Amerikaanse Federal Reserve (centrale bank) wil een boete van 200 miljoen dollar opleggen aan BCCI.

Topfunctionarissen van de in Abu Dhabi door Pakistanen opgerichte BCCI-bank hebben onder andere geld van de drugshandel witgewassen, via omkoping geld van centrale banken van arme landen afgetroggeld, terroristen gesteund en grote ongedekte leningen verstrekt.

Door gebruik te maken van de grote naam van Clifford in Washington is de BCCI erin geslaagd in het geheim tweederde van First American Bankshares in het bezit te krijgen.

Pag. 17:

Presidentieel adviseur valt van hoog voetstuk

Superadvocaat Clifford is adviseur geweest van alle Democratische presidenten sinds Harry Truman. In 1968 was hij minister van Defensie. Deze gedistingeerde figuur die er op zijn 84-ste nog knap en rozig uitziet, deed als superadvocaat veel lobbywerk. “Ik denk niet dat deze firma wat voor invloed dan ook heeft in Washington”, placht hij altijd met theatrale bescheidenheid te zeggen aan nieuwe cliënten. “Als u invloed wilt hebbben, moet u overwegen om naar elders te gaan. Wat we u kunnen bieden, is uitgebreide kennis van de omgang met de overheid voor uw problemen.”

Clifford had de Federal Reserve er in 1981 van weten te overtuigen dat de moedermaatschappij van First American Bankshares, Credit and Commerce American holdings, ondanks de naamgelijkenis geen band had met de BCCI. De holding van First American Bank heeft een zetel in de Nederlandse Antillen.

Een door Clifford gesteunde poging van BCCI om First American Bank direct te kopen was aanvankelijk mislukt. BCCI mag geen Amerikaanse bank bezitten omdat het geen opening van boeken wilde geven aan Amerikaanse banktoezichthouders. Later wilden onafhankelijke personen uit het Midden-Oosten First American kopen en ook zij werden door advocaat Clark Clifford vertegenwoordigd bij de Federal Reserve. Toen de Federal Reserve vroeg of de kopers geen stromannen waren van BCCI, antwoordde Clifford dat dit niet het geval was. BCCI zou alleen hun financiële adviseur kunnen zijn omdat ze bij die bank rekeningen hadden staan.

Dit jaar kwam uit dat BCCI controlerende belangen heeft in First American, Georgia National Bank en een Californische bank. De onafhankelijke investeerders hadden hun aankoop gefinancierd met leningen van BCCI. Toen ze naar verwachting hun leningen niet konden afbetalen, werd BCCI eigenaar van de aandelen. “Ik heb de keuze tussen stom te schijnen of omkoopbaar”, zei Clifford over deze coup van BCCI. Hij heeft gekozen om stom te zijn en zegt dat hij er niets van wist.

Clifford heeft wel geprofiteerd van zijn voorzitterschap van First American. Samen met Altman heeft hij met van BCCI geleend geld aandelen in First American gekocht. Bijna twee derde van die aandelen verkochten ze door aan een man die voor deze transactie ook geld leende van BCCI. Altman en Clifford maakten met deze verkoop een winst van bijna 10 miljoen dollar. Ze kregen deze winst in plaats van een vorstelijk banksalaris.

Clifford raakte juist deze lente in verlegenheid toen zijn loopbaan bekroond zou worden met de verschijning van zijn memoires: “Counsel to the president”. Daarin worden al zijn adviezen aan de presidenten Truman, Kennedy, Johnson en Carter beschreven. Uitgeverij Random House heeft hem er één miljoen dollar voor betaald. Zijn rol in Washington lijkt nu grotendeels uitgespeeld, omdat hij zijn aanzien heeft verloren. In een recent rapport wijst de Federal Reserve hem aan met de beschuldigende vinger. Zijn rol in het BCCI-schandaal wordt nu minutieus onderzocht.

Clifford wordt vervangen door de advocaat Nicholas Katzenbach, voormalig minister van justitie onder president Johnson en vice-president van IBM. Er wordt nu met goedvinden van de Federal Reserve en de grootaandeelhouders in Abu Dhabi een speciale "trust' voor de aandelen van First American Holdings geschapen. Zo moet First American worden gescheiden van BCCI. Uiteindelijk moet First American, met acht banken in zes deelstaten, worden verkocht voor een geschatte waarde van tegen een miljard dollar. Het geschatte vermogen is 11 miljard dollar. Moody's Investors Service heeft de waarde van verscheidene soorten schuld aan First Americans banken in Washington, Maryland en Virginia verlaagd wegens de ingezakte prijzen voor onroerend goed.