Onbehagen in Frankrijk over het Duitse monetair egoïsme

De Europese financiële autoriteiten stemmen morgen hun beeldschermen opnieuw af op Duitsland. Hoeveel zal de Bundesbank de rente verhogen? Vooral in Frankrijk wordt daar met spanning op gewacht: in dat land groeit het onbehagen over "het Duitse egoïsme'.

Een continent begint met het aftellen, schreef de Financial Times gisteren boven zijn Europese beursoverzicht. Morgen komt het bestuur van de Duitse Bundesbank bijeen, voor het eerst onder leiding van de nieuwe president Helmut Schlesinger. Gevreesd wordt dat de Duitse centrale bank de rente zal verhogen. Gegeven de economische en monetaire verhoudingen in Europa zullen de andere centrale banken in Europa de Bundesbank moeten volgen en het lenen van geld duurder moeten maken.

Handelaren op de beurs in Frankfurt verwachten volgens de Financial Times dat de Bundesbank het zogenoemde Lombard-tarief - de bovengrens van de daggeldrente - met een half procentpunt zal verhogen tot 9,5 procent en dat het Duitse disconto - de ondergrens voor de daggeldrente - met een vol procentpunt tot 7,5 procent zal worden opgetrokken. Dat zou slecht nieuws zijn voor Frankrijk, waar het aftellen al lang gaande is en gepaard gaat met een debat over het monetaire en economische beleid waarin af en toe scherpe nationalistische tonen opklinken.

De Franse economie stagneert. De economische groei blijft dit jaar beperkt tot 1,5 procent en misschien zelfs minder. Het aantal werklozen groeit gestadig: er zijn nu 2,7 miljoen mesen zonder werk en volgens sombere prognoses zal dit cijfer begin volgend jaar tot 3 miljoen zijn gestegen. Het geld is duur: de rente bedraagt 9 procent ( 9,16 procent voor langlopende kredieten in midden juli). Ondernemingen zijn voorzichtig met investeringen. Vooral kleine en middelgrote bedrijven, die de meeste werkgelegenheid scheppen, stellen investeringen uit in afwachting van betere tijden.

Als de Duitse rente omhoog gaat, zal de Franse nationale bank het geld in overeenkomstige mate duurder maken, zo is de verwachting in Parijs. Want minister van financiën en economie Piere Bérégovoy houdt onverkort vast aan zijn beleid dat de franc "hard' moet blijven. Maar de prijs is al hoog: gegeven de lage inflatie - met ongeveer 3,3 procent lager dan de Duitse - bedraagt de reële rente 6 procent, de hoogste in Europa. Deze paradoxale situatie heeft tot kritiek geleid, niet alleen op de politiek om de franc "hard' te houden, maar ook op het functioneren van het Europees Monetair Stelsel (EMS).

De Franse economie gaat het immers niet slechter dan die van andere grote landen. Zoals gezegd behoort het inflatiecijfer tot de laagste in Europa (ook lager dan in Nederland). Weliswaar heeft Frankrijk traditioneel tekorten op de handels- en betalingsbalans (40,9 miljard franc in 1990, ongeveer 13,6 miljard gulden), maar die zijn kleiner dan die van Groot-Brittannië, Spanje of Italië. Het begrotingstekort (80 miljard francs, 26,5 miljard gulden) is percentueel het kleinste in Europa en minister Bérégovoy spant zich in om de overschrijding van dit tekort als gevolg van de tegenvallende conjunctuur in 1991 zoveel mogelijk beperkt te houden. Het Franse begrotingstekort is bovendien klein in vergelijking tot het Duitse tekort van omgerekend 27 miljard francs (8,9 miljard gulden) in de laatste twee maanden.

Pag.16:

"Niet onze fout dat inflatie in Duitsland uit de hand loopt'; Waarom wordt Frankrijk gestraft met de hoogste reële rente in Europa?

Waarom wordt Frankrijk dan gestraft met de hoogste reële rente in Europa, die donderdag, de dag van Maria's Hemelvaart, een feestdag in Frankrijk, waarschijnlijk nog hoger zal worden? In het debat over deze vraag wordt de beschuldigende vinger uitgestoken naar het Europees Monetair Stelsel. Gegeven de in het EMS vastgelegde waarden van de nationale munten van de deelnemende landen, zijn de rentetarieven bepalend voor het geldverkeer: kapitaal stroomt naar de plaats waar het hoogste rendement beschikbaar is. Zo zag de Franse nationale bank zich gedurende de eerste helft van het jaar gedwongen de waarde van de franc te verdedigen tegenover de Spaanse peseta omdat Madrid met hoge rente-tarieven (volgens Franse kranten "gevechtstarieven') de inflatie probeerde te beteugelen.

Nu dreigt zich hetzelfde te herhalen met de Duitse Mark en dat leidt in de polemieken tot nationalistische ondertonen. In Le Monde werd onlangs vastgesteld “dat het niet de fout van ons land is dat de Duitse salarissen dit jaar met 7 procent zijn gestegen en de inflatie aan de overkant van de Rijn uit de hand loopt”. “Moeten wij nu”, zo vervolgt de auteur, “onze kleine en middelgrote bedrijven (die meer dan 50 procent van de Franse economie uitmaken) straffen en onze werkloosheid wanhopig laten klimmen om het nieuwe grote Duitsland in staat te stellen om over drie jaar machtiger dan ooit te worden, met het weinig verheugende vooruitzicht dat het zwaartepunt van Europa zich onweerstaanbaar naar het oosten verplaatst?”

Er is een andere oplossing mogelijk, meent de schrijver in Le Monde. We laten de koers van de franc rustig zakken tot de ondergrens die in het EMS is vastgesteld. De Bundesbank moet volgens de EMS-regels deze laagste koers verdedigigen door francs te kopen - en dat stelt de Banque de France in staat een onafhankelijke en dus soepeler rentepolitiek te voeren.

Op de tegenwerping dat een dergelijk beleid strijdig zou zijn met de regels van het EMS heeft de schrijver ook een antwoord: “Het systeem heeft zijn grenzen bereikt”. Want “als Helmut Schlesinger zich wil bewijzen als de strenge bewaker van de orthodoxie, laat hij dan zijn bittere drank aan Frankrijk voorbij laten gaan of de franc verdedigen, die kunstmatig verzwakt is door een politiek die in Frankfurt wordt bepaald en die een naam heeft: het heilige egoïsme.”

Le Monde staat niet alleen met deze bittere oprisping. Ook in Le Figaro, het orgaan van de Franse bourgeoisie, wordt vastgesteld dat “Frankrijk voor zijn deugden wordt gestraft” en dat er “iets verrots” kleeft aan het EMS dat leidt tot harmonisering van rentetarieven en “de ondertekenaars verplicht tot toenadering tot landen die koploper zijn, ook al worden ze het slechtst bestuurd”. Minister Bérégovoy moet zich zelf volgens de Figaro maar eens afvragen waarom Parijs “passief blijft in het licht van de Europese egoïsmen”.

Dat heeft Bérégovoy natuurlijk al lang gedaan, zoals overigens in hetzelfde blad te lezen was. En de minister is vastbesloten om koers te houden, omdat zijn doelstelling ambitieuzer is dan de klagende auteurs die hierboven aan het woord kwamen, mischien vermoeden. Voortgaan op de weg van lagere inflatie en profiteren van de Duitse zwaktes, dat is in het kort het beleid van Bérégovoy. Anders gezegd: de franc moet - op de langere duur - niet even goed, even hard zijn als de Duitse mark, maar beter, harder. Dat is volgens de experts op het Franse ministerie van financiën de enige prealabele voor een duurzame verlaging van de Franse rentetarieven.

Deze doelstelling, die enkele jaren geleden nog als een illusie zou zijn afgedaan, is niet zo irreëel als het misschien wel lijkt. Acht jaar geleden bedroeg het netto-verschil tussen de Franse en Duitse rentetarieven 6 procentpunten. Het verschil is de afgelopen jaren geleidelijk verminderd tot 0,5 procentpunt nu. Dat Frankrijk zijn rentetarieven nu niet kan verlagen, is volgens het Parijse ministerie van financiën dus niet te wijten aan het EMS-mechanisme, maar aan het feit dat “de franc nog niet als beter dan de Mark wordt beschouwd”. Reden: “Men heeft een lang geheugen voor onze inflatoire traditie”.

In een afgeleide van deze discussie over het Franse rente-beleid en het Europees Monetair Stelsel wordt kritiek geoefend op de Franse regering die, evenals Italië en de Europese Commissie, vasthoudt aan een precieze kalender voor de vorming van een economische en monetaire unie (EMU) in de Europese Gemeenschap. Alle EG-landen zijn het erover eens dat de EMU pas verwezenlijkt kan worden als er sprake is van convergentie van het economische beleid en dus van de conjunctuur. Maar de werkelijkheid is dat de economische ontwikkeling steeds verder uit elkaar loopt.

De prijsstijgingen en dus de inflatie in de EG-landen lopen sterk uiteen. Duitsland - alweer Duitsland - kent als enige een sterke economische groei (waarvan onder andere de Franse autoindustrie profiteert), terwijl Groot-Brittannië nog in een recessie verkeert en een land als Zweden, dat aan de deur van de EG klopt, in een diepe recessie terecht lijkt te zijn gekomen. Italië met zijn almaar stijgende staatsschuld lijkt zichzelf “als serieus land” te hebben afgeschreven. Als men deze toren van Babel van de Europese conjuctuur overziet, kan men zich dan nog serieus een voorstelling maken over een gemeenschappelijk economisch en monetair beleid, zo vroeg een commentator in het economisch dagblad La Tribune de l'Expansion zich dezer dagen af.

De vraag is relevant omdat de intergouvermentele conferentie van de EG-landen over de EMU - die vorig jaar december in Rome werd geopend en die eind dit jaar onder Nederlands voorzitterschap moet worden afgerond - in alle zomerse rust voortgaat. In het licht van alle fraaie voornemens - onder andere de eis van minister Béregovoy dat alle potentiële EMU-landen zich moeten vastleggen op een strikte kalender - is men geneigd terug te denken aan generaal De Gaulle, meent de commentator in La Tribune.

Van De Gaulle stamt de uitspraak: “Men kan als een klein geitje op zijn stoel springen en Europa, Europa, Europa roepen.” De parafrase ligt voor de hand: EMU, EMU, EMU. Maar het ideaal van de EMU lijkt achter de horizon te verdwijnen voor die Fransen die vrezen dat Helmut Schlesinger morgen zal handelen in de geest van zijn voorganger Pöhl die in januari zei: “Wat goed is voor Duitsland en de Duitse Mark, is ook goed voor Europa”. De prijs wordt voor hen te hoog. Minister Bérégovoy kan zijn borst nat maken.