Migranten

Op de opiniepagina in NRC Handelsblad van 2 augustus wijt Ton Triesscheijn de beroerde positie van migranten in de Nederlandse samenleving aan de voortdurende benadrukking van hun achterstanden. De overheid heeft willens en wetens meegewerkt aan deze beeldvorming en treft blaam.

Helaas hebben veel migranten inderdaad een te grote achterstand om te kunnen functioneren in de Nederlandse maatschappij. Dat de auteur dit ook wel weet, blijkt uit de alinea waarin hij aangeeft dat het “natuurlijk kan (...) zijn, dat mensen in bepaalde culturen, willen ze staande blijven, meer kennis moeten verwerven dan in andere”.

Dat hij niettemin volhoudt dat de werkloosheid van migranten voortkomt uit de stigmatisering als "achterstandsgroep' is een drogreden. Hij stelt de beeldvorming verantwoordelijk voor de problemen die migranten hebben, terwijl in feite de problemen de beeldvorming bepalen. Met zijn stelling vertroebelt Triesscheijn de discussie terwijl deze erop gericht moet zijn een goed minderhedenbeleid te ontwikkelen.

Triesscheijn geeft terecht aan dat het onderwijs (nog) weinig doet voor kinderen met taal- en-of leerachterstanden als gevolg van migratie. Dit wordt veroorzaakt door falend onderwijsbeleid en heeft niets met bewust opgeroepen beeldvorming te maken.

De schrijver meent dat er geen enkel teken is dat er langzaam maar zeker een succesvol minderhedenbeleid wordt ontwikkeld. Hij geeft zelfs aan dat de ideeën slechts krankzinniger worden. In Amsterdam is echter bij ons weten geen politiewacht om burgers tegen allochtone criminelen te beschermen, noch is er sprake van een politieke hetze om de positie van migranten te bestempelen als uitlopend op criminaliteit. En inderdaad, er zijn ook autochtone criminelen. Maar dat neemt niet weg dat er sprake is van een relatief groot aantal allochtone criminelen. Dat is juist een indicatie dat allochtonen met grote problemen hebben te kampen. Door de criminaliteitscijfers te bagatelliseren worden deze problemen niet opgelost, noch wordt de criminaliteit erdoor verminderd.

Dat er niets van belang uit de politieke koker komt, lijkt ons wat overdreven. De opleidingsinstituten en de politiek zijn (eindelijk) bezig hun verantwoordelijkheden op te nemen. In september beginnen in Amsterdam vier LBO-opleidingen die zijn aangepast aan leerlingen met (taal-)achterstand. Het Centrum voor Beroepseducatie heeft één toelatingstoets ontwikkeld voor alle opleidingen in Amsterdam waardoor een eindeloze tocht langs scholingsinstellingen verleden tijd wordt. Deze test wordt straks waarschijnlijk ook landelijk gebruikt. En sinds enige weken weten we dat ook de schooltijden op de helling gaan. Taallessen, creativiteitscursussen en huiswerkbegeleiding zullen een extra anderhalf uur per dag opeisen van leerlingen met achterstand.