Het dorp C. is geen dorp voor reisgidsen die op ...

Het dorp C. is geen dorp voor reisgidsen die op luxe en spektakel gericht zijn.

Toch is er geen plek zo ongerieflijk en sensatieloos in de wereld of er passeert wel een vreemdeling. Zelfs in het diepst van de jungle zullen aap en krokodil op een dag een afgezant van het onafzienbare en onvermoeibare mensengeslacht zien opduiken, aan een parachute desnoods of op een watertrapfiets. Waarschijnlijk een Nederlander op de koop toe. Zelfs voor dat slag zijn er reisgidsen.

Gidsen die pretenderen toeristen met een oog voor de zogenaamde schoonheid van het geringe een voorsmaak van het onverwachte te bieden. Zelfs daarin zal men C. zelden tegenkomen, hoogstens in een korte, wegwuivende zin. Probeer hier niet voor het vallen van de nacht te stranden, zegt de ene reisgids. Het dorp maakt niet bepaald een toeschietelijke indruk, zegt de andere.

Niettemin is er aan de lange kuststrook van de noordoostelijke top van Yucatan maar weinig keus aan dorpen. Niettemin ziet C. uit over de baai van Mexico, met exotische associaties als Havana en Miami ergens in de verte. Hoe kan in een paradijs van zoveel blauw, zon, palmen en veelkleurige vogels een dorp zo verdoemd zijn?

Ik zit op het terras met uitzicht op zee. Terras is een groot woord. Het is de met grauwe golfplaten overdekte opslagruimte van het enige café van C. Uitzicht is een groot woord. Door een betonnen muur die tot de schouders reikt wordt de zee aan het zicht onttrokken.

Zelfs café is een groot woord. Het is een donkere ruimte waar iemand staande uit zijn fles kan drinken, voor het geval hij niet op het terras uit zijn fles wil drinken. Zo'n geval doet zich kennelijk nooit voor.

Ik kijk door het deurgat naar binnen. Een presentatrice op de televisie kondigt de verkiezing van de Politieman van het Jaar aan. Er wandelen vrouwen in baljurken over het scherm. Er verschijnen mannenhoofden in close-up, hoofden die door hun gewichtigheid alleen die van politici kunnen zijn. De winnaar van de verkiezingen is een agent die tijdens een vuurgevecht zijn gezichtsvermogen heeft verloren. Hij krijgt een trofee en als extra beloning mag de blinde agent dansen met de presentatrice.

De mannen in het café moedigen hem aan. Ze hebben gouden tanden of bijna helemaal geen tanden. Ze grijpen zichzelf in het kruis of anderen in hun haardos. Een paar jongere vissers leunen tegen de muur, de hoge, slanke bierfles tussen hun benen geklemd. Om de zoveel tijd slaan ze hun hand om de hals van de fles, wachten even, tillen hem op en nemen een slok.

Staande op een leeg bierkrat zie ik over de manshoge muur nog nét het eind van de verwaarloosde pier waar eenmaal per dag de veerboot naar Holbox vertrekt, het eiland dat aan de horizon opdoemt. Eiland is een groot woord. Het is een langgerekte molshoop met een ontluikend toerisme. Toerisme is een groot woord. Het trekt dagelijks wel een paar waaghalzen uit den vreemde of jongeren die, mits tijdelijk, van ontberingen willen genieten. Die aantrekkingskracht zal de reden zijn dat C. in sommige reisgidsen wordt genoemd. In C. is de aanlegsteiger. C. bestaat omdat men er doorheen moet. Groot was de verbazing op de gezichten toen ik bij aankomst hier vertelde dat ik niet meteen wilde doorreizen naar het eiland Holbox.

“Niet naar Olbòsj?” drong een jongen aan die rondhing bij het hok waar de kaartjes werden verkocht. “Maar in C. blijft niemand!” Vertwijfeld hief hij zijn handen ten hemel.

“Daarom juist!” zei ik ferm en alsof ik voor heel wat hetere vuren had gestaan. De snotneus - of hij me liever meteen zag vertrekken.

“Niet naar Olbòsj?” vroeg me meteen daarna een visser die me met een blik vol ongeloof naar het café had zien toelopen.

Ik begrijp van hieruit zijn ongeloof. Alle doorgaande reizigers kijken met hun rug naar C. Ze stappen uit de bus of een overjarige taxi en begeven zich, alsof ze op eieren lopen die elk moment kunnen ontploffen, rechtstreeks naar het hok aan de pier waar de kaartjes worden verkocht. De roestige veerboot vertrekt min of meer op het voorgeschreven uur, ronkt en rammelt nog geruime tijd na, en de stilte valt opnieuw in. Ik heb nog niet gezien dat er op het plein één vreemdeling nieuwsgierig om zich heen keek. Ik heb nog niet gezien dat er aan dek één reiziger zijn gezicht naar C. wendde. Ze moeten hun reisgidsen goed hebben bestudeerd.