Gastvrijheid en eigenbelang

DE EUROPESE GEMEENSCHAP worstelt met het asielprobleem. Dat wil zeggen: de lid-staten van de EG doen dat, want een gemeenschappelijke aanpak die deze naam verdient blijft nog uit.

De vluchtelingenvloot uit Albanië vormt een hardhandige herinnering dat de druk toeneemt, niet alleen voor Italië. Over één ding lijken de leden van de Gemeenschap het trouwens wel eens: ze zijn geen immigratieland. Dat is een ritueel geloofsartikel in de meest uiteenlopende beleidsdocumenten. Europese staten onderscheiden zich daarin wezenlijk van de Verenigde Staten, die van oudsher de armen hebben geopend voor de “huddled masses” zoals in de voet van het Vrijheidsbeeld staat gegrift. Dat heeft Amerika niet verhinderd immigratiebeperkingen aan te leggen, maar de invalshoek is toch duidelijk anders.

Hoe lang kan de EG als Gemeenschap echter nog doorgaan een verzameling weinig ontvankelijke binnenlanden als hoogste maatstaf te hanteren? De ironie wil dat juist landen van Europa in hun koloniale verleden de nodige geulen hebben gegraven waardoor nu een wassende stroom verschoppelingen uit de hele wereld onze kusten weet te vinden. Deze omstandigheid vormt tegelijk een belangrijk obstakel voor de harmonisatie van het asielbeleid; ieder land heeft zijn eigen speciale banden, zijn eigen erfenis die doorwerkt in het toelatingsbeleid.

DE SOM VAN deze speciale relaties dreigt groter te worden dan het geheel der delen wanneer de vervolmaking van de Interne Markt - het befaamde Europa 1992 - aanbreekt. Onderdeel daarvan vormt het slechten van binnengrenzen. De controle verschuift naar de buitengrens met als gevolg dat nationale verschillen in toelatingsbeleid binnen de gehele Gemeenschap doorwerken. Men kan een eind komen met de oude stelregel dat de opvang van grote groepen uitgewekenen in de eerste plaats dient te geschieden in de betreffende regio zelf en dat verdergaande verplaatsing zoveel mogelijk dient te worden vermeden door hulp ter plaatse. Volgens deze redenering staat de Gemeenschap dan nu in elk geval voor de opgave een behoorlijk antwoord te formuleren op de aandrang uit het voormalige Oostblok.

Er bestaat een sterke neiging dit antwoord primair te zoeken in beperkte juridische termen. Zo wordt er de nadruk op gelegd dat slechts politieke (en niet economische) asielzoekers worden toegelaten op grond van een zorgvuldige, individuele beoordeling. De staten staan met name traditioneel zeer sceptisch tegen een beroep op groepsvervolging. Maar het is een sociaal en economisch groepsprobleem dat zich aandient en het asiel is een onvolkomen beleidsinstrument. Typerend is de recente brief van de Duitse minister van buitenlandse zaken, Genscher, aan zijn collega van justitie (en asielzaken) waarin hij als zijn oordeel geeft dat de verhoudingen in Polen, Hongarije, Tsjechoslowakije, Bulgarije en Roemenië zodanig zijn veranderd dat daarin eigenlijk geen politieke vervolging meer plaatsheeft, zodat asielzoekers uit die landen direct kunnen worden teruggestuurd.

ZIJN DAARMEE de problemen uit de wereld? Genscher zelf weet wel beter. In een andere brief, aan zijn Italiaanse ambtgenoot De Michelis, erkent hij dat het Albanezenprobleem “niet door Rome alleen gedragen kan worden” en roept hij op tot actie door de EG en de OESO. Daarin ligt de erkenning besloten dat het Westeuropese immigratiebeleid ten aanzien van het oosten niet valt te scheiden van de manier waarop met name de EG de economische ontwikkeling van de voormalige Oostbloklanden benadert. Ook dan zullen immigratiebeperkingen onontkoombaar zijn; niemand schiet er iets mee op wanneer de economische en sociale ontreddering uit het oosten alleen maar wordt geëxporteerd.

De afstemming van deze beperkingen binnen Europa vormt niet in de laatste plaats een test voor het democratisch gehalte van de vervolmaakte interne markt. De afspraken van Schengen als voorproefje voor een Europees asielbeleid, en de afspraken van Dublin als eerste aanzet daartoe, zijn op dit punt gekritiseerd. Het debat wordt te veel gehouden tussen regeringen en ambtenaren. Er is bijvoorbeeld alle reden voor een serie non-gouvernementele conferenties om dit complexe vraagstuk van gastvrijheid en eigenbelang dichter bij de Europese burgers te brengen.