Een op vier doden VS in Golf door "eigen vuur'

WASHINGTON, 14 AUG. Van de 148 Amerikanen die bij krijgshandelingen tijdens de oorlog in de Golf zijn omgekomen, vielen er 35 ten gevolge van "eigen vuur'. Dat heeft het Amerikaanse ministerie van defensie gisteren bekendgemaakt.

Dit is meer dan driemaal zo veel als het aantal dat oorspronkelijk werd geraamd. Het is tevens het hoogste percentage dodelijke slachtoffers door "eigen vuur' dat ooit is vastgesteld. Door "eigen vuur' raakten 72 Amerikanen gewond; bijna vijfmaal meer dan de eerste tellingen aangaven. In 28 gevallen is nu definitief vastgesteld dat onder Amerikaanse troepen doden zijn gevallen toen deze onder vuur kwamen te liggen van eigen tanks, artillerie, vliegtuigen of schepen. Het Pentagon sluit niet uit dat de nu bekendgemaakte aantallen nog kunnen stijgen.

De leider van het onderzoek, luitenant-generaal Martin Brandtner van de Amerikaanse mariniers, weet het relatief hoge aantal slachtoffers door "friendly fire' onder meer aan de snelheid van de militaire operaties en aan het slechte zicht door stof, rook en het weer. Hierdoor zouden Amerikaanse troepen zeer moeilijk vriend en vijand hebben kunnen onderscheiden. Volgens Brandtner hebben diezelfde omstandigheden het totale aantal doden echter relatief zeer klein gehouden. “Als we behoedzaam en conservatief waren opgerukt in plaats van agressief en razendsnel, zou het aantal doden door vijandelijk vuur belangrijk hoger zijn geweest”, aldus Brandtner.

Hoewel het Amerikaanse leger niet altijd statistieken heeft bijgehouden over het aantal doden door "eigen vuur', gaat men er van uit dat het nu gemeten aantal vijftien maal hoger is dan van enige andere oorlog in deze eeuw. Een studie van het Amerikaanse leger uit 1986 over de Vietnam-oorlog noemt het aantal doden door eigen vuur “waarschijnlijk kleiner dan twee procent”, een percentage dat ten opzichte van het totale aantal doden en gewonden “statistisch niet van betekenis” is.

Pag.5:

Onzichtbare V-tekens

Het nieuwe aantal Amerikaanse "slagvelddoden' in de Golfoorlog is vastgesteld na een uitgebreid onderzoek, waarbij logboeken van betrokken eenheden onderling werden vergeleken en waarbij getroffen voertuigen en materieel aan chemische analyse werden onderworpen.

Zo kon een treffer door een Amerikaanse tankgranaat worden afgeleid uit een geringe hoeveelheid radioactieve straling die in het getroffen voertuig werd gemeten, omdat Amerikaanse tanks granaten van afgewerkt uranium gebruiken (wegens het doordringend vermogen van dit zware metaal).

De meeste van deze incidenten deden zich voor tijdens de snelle manoeuvres van het slotoffensief van operatie Desert Storm, toen Amerikaanse gepantserde eenheden zich in en achter de Iraakse linies bevonden. Niet meer dan één procent van alle gepantserde voertuigen (1.847 tanks en 1.682 pantserwagens) raakte in het Golfgebied bij gevechten ernstig beschadigd, maar 77 procent daarvan kwam voor rekening van "eigen vuur'.

Militairen noemden dit aantal gisteren “te hoog”, maar “gezien de omstandigheden onvermijdelijk”. Als oorzaak werd vooral genoemd de “positieve identificatie”: de aanvaller moest uitmaken of hij met vriend of vijand had te maken. Eigen troepen waren echter als zodanig moeilijk herkenbaar, omdat hun herkenningstekens - ontworpen voor gebruik in Europa - niet voldeden in de woestijn. Zo gebruikten Amerikaanse voertuigen aanvankelijk uitsluitend een V-vormig teken van lichtgekleurd plakband. Door het stof waren die vaak niet zichtbaar.

Het Pentagon heeft inmiddels 10.000 infraroodbakens besteld die op militaire voertuigen gemonteerd kunnen worden. De eerste exemplaren werden toegepast tijdens de slotfase van de Golfoorlog. Deze zogeheten AFID's - van Anti Fratricide Infrared Device - zijn steeds zichtbaar voor helikopterpiloten met infraroodviziers.

Zo'n baken is ook zichtbaar voor vijandelijke troepen, maar door het luchtoverwicht van de geallieerden zou dat in de Golf geen probleem geweest zijn. In de toekomst wil het Pentagon echter gebruik maken van een baken dat alleen oplicht wanneer het daartoe door een potentiële aanvaller wordt opgeroepen.

Ook zou een herziening van tactieken nodig zijn, evenals meer internationale samenwerking. Kortgeleden werd bekend dat negen Britse militairen door Amerikaans vuur waren omgekomen.

Het Pentagon zegt geen nader onderzoek te overwegen naar “individuele verantwoordelijken voor eigen vuur-incidenten”. Bovendien wilden nabestaanden vaak niet op de hoogte gebracht worden van de precieze omstandigheden.