Een Kameroense aan de Amstel; Angèle Etoundi Essamba: "Ik zou als fotografe niet meer in Kameroen kunnen wonen'

De Kameroense fotografe Angèle Etoundi Essamba wordt in Nederland tot nu toe vooral gekoesterd in het feministische circuit en in de kringen die zich met de derde wereld bezig houden. Zelf vindt ze echter dat haar thema's dieper gaan. “Veel mensen zien op mijn foto's alleen maar de zwarten die er op voorkomen, maar het is juist het contrast tussen zwart en blank dat mij boeit.” In de zomerserie komen dit jaar buitenlandse kunstenaars aan het woord die in Nederland wonen en werken. Dit is de achtste aflevering.

De meest succesvolle tentoonstelling die de in Nederland wonende Kameroense Angèle Etoundi Essamba tot nu toe heeft gehouden vond enkele maanden geleden plaats. Voor het eerst sinds bijna twintig jaar was de 29-jarige fotografe teruggegaan naar haar geboorteland. De Nederlandse ambassade had voor die gelegenheid een presentatie van haar werk georganiseerd in het Hilton-hotel van de Kameroense hoofdstad Yaoundé. Ze wist niet wat haar overkwam. “Ik schrok. In Nederland was ik gewend aan openingen waar voornamelijk vrienden en collega's komen, maar hier liepen plotseling zo veel mensen rond die je anders nooit ziet, ministers en ambassadeurs, alleen maar mensen die gewend zijn om kunst te kopen.” En kopen deden ze. “Ik dacht: ik werk nu al zoveel jaar in Nederland, maar ik moet kennelijk teruggaan naar mijn eigen land om dit mee te maken.”

Angèle Essamba heeft het grootste deel van haar leven buiten Kameroen gewoond. Ze werd in 1962 geboren in Douala, het economische centrum van het land, maar al op haar tiende ging zij met haar familie naar Frankrijk waar haar vader werk vond in een vliegtuigfabriek. In een voorstad van Parijs volgde ze de talenkant van het Lyceum en ze was eigenlijk voorbestemd om later filosofie te gaan studeren, toen ze kort voor haar eindexamen haar man ontmoette, een Nederlander die haar vroeg mee naar Amsterdam te gaan.

Ze hoefde niet lang na te denken. Zo zat ze op haar twintigste, zonder één woord Nederlands te kennen, op een huuretage in de Pijp.

Wat te doen? Door de taalbarrière was het voorlopig uitgesloten dat ze wat met haar belangstelling voor filosofie zou kunnen doen. Na een jaar rondkijken schreef ze zich daarom in voor een fotografie-cursus aan de Haagse Fotovakschool. Ze had nog nooit een camera in handen gehad, maar ze wist dat ze geobsedeerd werd door beelden en gebaren, en daar kwam bij dat de fotografie internationaal is. In korte tijd wist ze alles wat ze weten moest van de technische kanten van het vak.

Na twee jaar waarin ze ook lessen volgde bij een fotograaf aan huis, had ze het gevoel voldoende te weten om de foto's te kunnen maken die ze wilde maken. Ze richtte in een hoek van de huiskamer een studiootje in en begon te exposeren. Samen met haar man zette ze Essamba Arts op, een bedrijfje gespecialiseerd in de uitgave van fotokaarten.

Haar eerste grote succes had ze in in 1989, met de verschijning van Passion, een buitengewoon fraai boek met foto's van witte en zwarte vrouwen, vaak in vergevorderde zwangerschap. Het boek werd op de markt gebracht door de feministische uitgeverij An Dekker en wordt tot op de dag vandaag goed verkocht.

Het meeste aftrek vindt het werk van Angéle Etoundi Essamba tot nu toe in kringen die een politiek of ethisch standpunt in haar werk denken te vinden. “Zo is het nu eenmaal in Nederland. Als je vrouw bent en donker, word je al gauw in een vrouwenhoek of in een "donkere hoek' geplaatst. In Italië waar ik nu net twee exposities heb gehad, letten ze veel meer op het werk zelf.”

De tachtig kaarten die ze op dit moment in de handel heeft worden door vrijwel alle Nederlandse vrouwenboekhandels verkocht met het gevolg dat sommige het inmiddels tot bestsellers hebben gebracht.

Essamba vindt dat ze het zich op dit moment niet kan permitteren om zich aan dit soort aandacht te ontrekken. Ze voelt zich in de eerst plaats fotografe, maar ze kan de aandacht van de vrouwenbeweging en het derde-wereldcircuit niet missen. “Het feminisme staat heel ver van mij af. Dat neemt niet weg dat leuk is om af en toe een opdracht te krijgen. De vrouwenbeweging hier heeft me ook erg geholpen.”

De keuze voor vrouwenuitgeverij An Dekker komt dan ook vooral uit pragmatische overwegingen voort. “Het is niet zo makkelijk een uitgever te vinden voor een fotoboek en An Dekker was als enige meteen enthousiast. Vervolgens heeft ze er het mooiste boek van gemaakt dat ze ooit heeft uitgegeven.”

Voor zichzelf weet Angèle Essamba dat ze alleen maar maakt wat haar echt bezig houdt. Daarbij speelt haar hele geschiedenis een rol: het moederschap, haar jeugd in Afrika, haar komst naar Frankrijk en haar huwelijk met een Nederlander.

Toen ze aan de foto's voor het fotoboek werkte was ze zelf net zwanger, net als een van haar vaste modellen, en dat bepaalde het thema. Ook de foto's die ze heeft gemaakt van blanke en donkere modellen hebben in de eerste plaats te maken met haar eigen leven. “Veel mensen zien op mijn foto's alleen maar de zwarten die er op voorkomen, maar het is juist het contrast tussen zwart en blank dat mij boeit.”

Essamba voelt zich voorlopig goed in de verschillende circuits die haar omringen. “Ik weet zelf wel hoever ik gaan kan.” Op een gegeven moment heeft ze samen met een vriend een jaar lang alleen maar foto's van mannen gemaakt, juist om te laten zien dat ze ook van mannen houdt. Mensen mogen bij haar foto's denken wat ze willen, maar ze zou niet willen dat een foto van twee vrouwen wordt gebruikt als een illustratie bij een artikel over lesbiënnes. “Mijn werk is absoluut niet lesbisch, alsjeblieft niet!”

Ook haar succes in de "donkere hoek' hindert haar niet. Toen een tijdschrift haar vorig jaar vroeg een portret te maken van de zwarte schrijfster Alice Walker, wist ze meteen wat de reden was, maar ze vond het niet vervelend. Ook Alice Walker bleek het leuk te vinden. “ Ze kon het eerst niet geloven: een zwarte vrouw die foto's maakte. Ze wilde meteen alles van me zien en ze heeft na afloop werk van me gekocht.”

Toen Angèle Essamba in december terug ging naar Kameroen, was dat in opdracht van het Afrikamuseum in Berg en Dal. Ze heeft op verschillende plaatsen een reportage gemaakt over oud zijn in een Afrikaans land. Het is niet in haar opgekomen zoiets te weigeren omdat het voor het Afrikamuseum was. “Ik ben trots dat ik het heb gedaan. Ik wilde al langer terug naar Kameroen, en doordat het museum mijn ticket voor mij en mijn jongens betaalde, kon ik eindelijk gaan.” Naast het werk aan haar opdracht kon ze haar familie bezoeken en ze kon ook nog tijd vrij maken voor vrij werk, dat vorige maand in De Melkweg werd geëxposeerd.

De foto's die ze van ouderen maakte zullen in september in Berg en Dal te zien zijn, in het kader van een groot project over ouderdom. Hun functie is om duidelijk te maken hoe er op verschillende plaatsen op de wereld met bejaarden wordt omgegaan. Terwijl het in Nederland gebruikelijk is om oude mensen te isoleren in bejaardentehuizen, bestaat in Afrika nog steeds de grootfamilie, een verband waarin mensen uit verschillende generaties samenwonen en waarin de jongeren de ouderen eren en verzorgen.

Voor Angèle Etoundi Essamba is dit geen reden om voorgoed naar Kameroen terug te gaan. “Ik zou er niet meer kunnen wonen. De middelen om er als fotograaf te werken zijn er te gering. Ik zou één keer per jaar terug willen gaan, om inspiratie op te doen en mijn mensen te zien. Er is nog zoveel vast te leggen.”