De grote volksosmose

De Albanese vluchtelingen krijgen van de Italiaanse regering veertig dollar als ze vrijwillig teruggaan naar Albanië. In Nederland bestaat voor zo'n subsidie een modern woord dat bij uitzondering geen eufemisme is: oprotpremie, dat wil zeggen de beloning die wij buitenlandse arbeiders geven als ze na een paar welbestede jaren voorgoed naar huis gaan. Nieuw Nederlands is plat of eufemistisch. De Albanezen verkeren in andere omstandigheden. Hun geweldloze terugkeer wordt bevorderd door een instant-oprotpremie. Het zou interessant zijn te weten hoe de Italianen het noemen.

Tussen Albanië en Italië voltrekt zich een volksverhuizing in miniatuur. Een beweging van twintigduizend tot dertigduizend mensen, bovendien overzichtelijk op schepen bij elkaar, is een geringe gebeurtenis vergeleken bij wat in Europa in de Tweede Wereldoorlog is begonnen, wat in het westelijk deel daarna geweldloos is voortgezet en wat sinds 1989 zich op grote schaal in het hele werelddeel voltrekt.

Volksverhuizing is er geen goed woord voor: teveel verbonden met de vroege Middeleeuwen zoals men zich daarvan op school een voorstelling heeft gemaakt, met de Vandalen die tienduizenden weerlozen voor zich uit dreven en Attila wiens bloeddorst geen grenzen kende. De volksverhuizingen die wij misschien voor onze ogen zich zien voltrekken, beginnen met kleine symptomen die we ons pas herinneren als ze tot grotere bewijzen zijn samengesmolten.

De Amerikanen hebben er al langer en dus ingrijpender ervaring mee. Tientallen jaren van mensensmokkel aan de grens met Mexico hebben pas de laatste tijd de subway in New York tweetalig gemaakt: waarschuwingen tegen Aids in het Spaans, adressen en telefoonnemers van de instellingen die hulp bieden bij discriminatie, en het duidelijkste signaal: de commerciële reclame. Het bestanddeel Hispanics in de bevolking is dusdanig geworteld, heeft de mate van welvaart bereikt die nodig is om er geld aan te verdienen. In dat stadium valt er iets voor te zeggen, het woord volksverhuizing te gebruiken, misschien niet in de wetenschappelijke of de letterlijke zin, want er is geen "volk' verhuisd, maar wel in de praktische omdat het straatbeeld, het dagelijks leven, de omgangsvormen en de economie erdoor zijn veranderd. Volksosmose geeft het beter weer.

De Amerikaanse overheid probeert veel om de mensensmokkel, de handel in valse identiteitsbewijzen en werkvergunningen tegen te houden. Bovendien, zou men zeggen, moet het vooruitzicht voor de aanstaande immigrant om in de Verenigde Staten tot de onderklasse te gaan horen, op zichzelf al afschrikwekkend zijn. Men zou hem kunnen vertellen dat een handleiding voor het plegen van zelfmoord al weken op de top tien van The New York Times staat. Maar het helpt niet. Het bruggehoofd is al lang geleden gevormd, het is veel te groot geworden voor die naam, en "Amerika' is voor de Latijnsamerikaan een begrip dat in zijn eigen land niet binnen zijn bereik is: hoop.

West-Europa heeft voor de Oosteuropeanen een paar eigenschappen die de Verenigde-Staten voor Latijns Amerika hebben. Vanzelfsprekend zijn er ook grote verschillen, maar het valt in ieder geval in overweging te nemen, men zou er rekening mee moeten houden dat die door de politieke en economische betekenis van de hoop in de schaduw zullen worden gesteld. Het Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties heeft bekend gemaakt dat het vorig jaar 1.3 miljoen mensen van Oost naar West zijn verhuisd. Dit jaar worden er minder verwacht omdat het eerste effect van de Duitse vereniging achter de rug is.

Maar wil men een prognose maken dan tellen daarin de uitzonderlijke factoren altijd minder zwaar dan de duurzame. Twee jaar na de omwenteling hebben de Europeanen één zekerheid: de economieën in het Oosten zullen er nog in geen jaren bovenop komen, dat wil zeggen zelf weer zoveel hoop produceren dan men die niet meer in het Westen hoeft te zoeken. Drie jaar praten over hulp aan de Sovjet-Unie heeft nu een beperkt plan van de G-7 opgeleverd. De Duitsers die de direct belanghebbenden zijn, doen zelf meer maar worden overbelast door de bestrijding van de langdurige crisis in de vroegere DDR. De grote, groeiende permanente factor zonder welke geen Europese prognose deugt, is de gestage vermindering van de hoop in het Oosten. Men kan daar democratiseren wat men wil, maar als de levensstandaard blijft dalen neemt de drang naar het Westen toe, en de grens tussen Mexico en de Verenigde Staten is even lek als die tussen Oost en West in Europa, en zo blijft het.

President Kennedy heeft geen tijd van leven gehad om te bewijzen dat zijn daden even goed waren als zijn woorden. Hij heeft de Alliance for Progress ontworpen, bedoeld om via verhoging van de welvaart het communisme in Latijns Amerika te verslaan. Deze alliantie is op de conferentietafel gestorven, het communisme heeft veel later zichzelf verslagen, alles gebeurde niet of te laat en zo komt het dat New York tweetalig wordt. Niet alleen daardoor natuurlijk. Er is veel meer: van de lage omzetbelasting tot het feit dat je er 24 uur per dag je winkeltje mag openhouden. Maar aan de basis ligt het verschil in hoop, en dat is de overeenkomst in beide verhoudingen: tussen Latijns- en Noord- Amerika, en tussen Oost- en West-Europa. Grensbewaking helpt niet.

Een volksverhuizing van het soort dat ons is bijgebleven uit de schooltijd, is een grote, zich snel voltrekkende gebeurtenis. Een volksosmose is een groot traag drama dat tien jaar nodig heeft voor men goed gewaar wordt dat het onomkeerbaar is. Wie nu goed oplet, heeft dan in ieder geval het voordeel straks niet meer verrast te zijn. De "alliantie voor de Europese vooruitgang' heeft onder de hoede van de G-7 in Londen vorige maand de eerste en laatste adem uitgeblazen.