Aanpassing rente Bundesbank onzeker

AMSTERDAM, 14 AUG. Kees Schilperoort was de man die ooit het radioprogramma "Raden maar' populair maakte.

Op dit moment lijkt zijn plaats te zijn ingenomen door de president van de Deutsche Bundesbank Helmut Schlesinger. Het is immers nog altijd onzeker of de Duitse centrale bank zal overgaan tot aanpassing van haar officiële tarieven. Verschillende opties zijn denkbaar. De eerste is dat de officiële tarieven ongewijzigd blijven. De tweede optie is dat zowel het disconto als het Lombard-tarief verhoogd kunnen worden. In dat geval zal het disconto naar verwachting meer stijgen dan het Lombardtarief. Als derde optie is ook een verandering van alleen het disconto mogelijk.

Uit de rentevorming op de geldmarkt blijkt dat de markt de tweede optie het meest waarschijnlijk acht. Deze verwachting wordt met name gedragen door opmerkingen van Schlesinger. Hij heeft aangegeven niet te geloven in een significante groeivertraging van de Duitse economie. Met andere woorden, de inflatoire druk, die in het bijzonder veroorzaakt wordt door een stijging van de loonkosten, zal nauwelijks worden afgezwakt door een tragere bestedingsgroei. Voorts wijst het excessieve gebruik van de Lombardfaciliteit in de richting van de tweede optie.

De Lombardfaciliteit is namelijk bedoeld als noodfaciliteit voor de banken.

De verwachting die is verwoord in de derde optie - alleen een discontoverhoging - kan ook met argumenten worden ondersteund. Allereerst is de inflatie van 4,5 procent in juli naar verwachting een eenmalige piek. Op basis hiervan kan worden verondersteld dat de druk onder de rente in de nabije toekomst enigszins verlicht gaat worden. Een tweede argument is dat Schlesinger juist ten aanzien van het disconto het meest concreet was. Hij zei namelijk dat het discontotarief in het afgelopen jaar is achter gebleven bij de stijging van de lombard en van de markttarieven. Tenslotte werkt de behoefte van de markt aan een signaal ook hier door, zij het in beperkte mate.

De eerstgenoemde optie - niets doen - wordt vooral ondersteund door hen, die juist wel verwachten in een significante groeivertraging in de loop van dit jaar.

Onder hen minister van Economische Zaken Jürgen Möllemann, die met name wees op de gevolgen voor de economische ontwikkeling in de voormalige DDR. Tevens pleit voor deze optie dat de recente koersstijging van de D-mark, met name ten opzichte van de dollar, de importinflatie afremt. Overigens houdt "niets doen' wel in dat de discrepantie tussen disconto en lombard wordt gehandhaafd.

Indien de Duitse rente wordt aangepast, zal De Nederlandsche Bank volgen. Gezien de ontwikkeling van de Nederlandse inflatie hoeft hierover geen discussie te ontstaan. De Nederlandse geldmarkt brengt de sterke binding met Duitsland tot uitdrukking in de tarieven. De interbancaire rente op driemaands deposito's bedroeg gisteren 9,45 procent. Aan het begin van de verslagweek was dit tarief nog 9,28 procent. De relatieve krapte op de geldmarkt, welke af te lezen is uit de weekstaat van De Nederlandsche Bank, had hierop nauwelijks invloed.

Bron: NMB Postbank Groep