Twijfels over plan voor nieuw theaterinstituut

AMSTERDAM, 13 AUG. Het Nederlands Theater Instituut (NThI) pleit voor samenvoeging van een groot aantal activiteiten van vier instituten, die naast elkaar aan de Herengracht in Amsterdam vijf zeventiende-eeuwse herenhuizen bewonen. De afdelingen collectievorming, internationale zaken en administratie van het Nederlands Instituut voor de Dans, het Nederlands Mime Centrum, het Nederlands Poppenspel Instituut en het NThI zouden moeten worden geïntegreerd in één groot, nieuw theaterinstituut met extra ruimte en een verdubbeld budget (van 5,6 naar 10,6 miljoen gulden per jaar). Bij de andere instituten heerst twijfel over de voorstellen die het NThI heeft gedaan.

In een beleidsnota, gericht aan het ministerie van WVC, stelt het Theater Instituut dat verdere integratie van de werkzaamheden wenselijk en onvermijdelijk is: “Als het aan het NThI ligt, ontstaat er in de periode vanaf 1993 één solide en efficiënt opererend Theaterinstituut.” Nu al bestaat er intensief overleg over fondsenwerving, internationaal beleid en investeringen in administratieve mechanisatie. De samengevoegde afdelingen collectie, internationale zaken en administratie zouden volgens de nota moeten worden ondergebracht bij het NThI. De programmatische afdelingen (tentoonstellingen, congressen, publikaties) zouden pas in een later stadium kunnen samengaan, omdat daarin de grootste en de meest principiële verschillen bestaan. De nota pleit ervoor dat de samenvoeging op vrijwillige basis tot stand komt, omdat “een van bovenaf opgelegde integratie niet het meest effectieve middel is om de doelstellingen te bereiken.”

De instituten voor dans, mime en poppenspel zijn voornamelijk opgericht om service te verlenen aan hun eigen theaterdiscipline en aan individuele beoefenaren, terwijl het NThI een veel bredere publiekstaak heeft. “Deze gedeeltelijke ongelijksoortigheid heeft altijd fricties opgeleverd,” aldus de nota. “De kern ervan ligt in de begrijpelijke angst van de sector-instellingen om hun specifiekheid te verliezen.” Toch hebben ook ambtenaren van WVC al laten doorschemeren, dat samenvoeging van de vier instituten een goed - en kostenbesparend - idee zou kunnen zijn.

Bert Janmaat, directeur van het Nederlands Instituut voor de Dans, is voorstander van de oprichting van één gezamenlijk instituut. “Maar niet op de manier die hier wordt voorgesteld, waarbij alle taken onder de paraplu van het huidige NThI komen. Dan zitten wij straks met een soort uitgekleed huis.” Ide van Heiningen, directeur van het Nederlands Mime Centrum, zegt daarentegen “geen enkele behoefte” te hebben aan verdere integratie. “Het zou van stom nabuurschap getuigen als je niet gebruik maakt van elkaars sterkste punten. Dat doen we dan ook. Ik ben zeer content over de manier waarop we omgaan met de informatica en het buitenlandbeleid. Maar verder moet het niet gaan. Een fusie zou een rampzalige ontwikkeling zijn, laat ons maar small, clean and beautiful blijven.”

Ook directeur Frans Scharf van het Nederlands Poppenspel Instituut wijst integratie af. “We zijn niet voor niets twee jaar geleden als afzonderlijke instelling door WVC opgericht. Het gevaar is dat je bij samengaan een groot deel van je autoriteit verliest en wij zijn nu juist bezig om die nog op te bouwen. Laat ons eerst nog maar wat ontwikkelingswerk doen alvorens we onze huid alweer verkopen.”

Van Heiningen vreest dat in één instituut “de koppeling naar het mime-veld” verloren zou gaan. Hij is het bovendien oneens met de conclusie van de NThI-nota, dat samenvoeging tot besparingen zou leiden: “Het is een technocratische optelsom om te zeggen dat je geld bespaart als je van vier directies één directie maakt. Niemand staat erbij stil, dat ik hier het salaris verdien van een beleidsmedewerker van het NThI. Je bespaart dus niets.”

Janmaat pleit voor het op gang brengen van gesprekken tussen “een of twee bestuursleden per instelling, met de benen op tafel”. In het bestaande directie-overleg van de instituten is, zegt hij, de klad gekomen door de directie-problemen bij het NThI, waar de huidige directrice Annemiek Hagens twee jaar na haar komst alweer haar vertrek heeft aangekondigd.