Turkse operatie "succes', 35 Koerden gedood

ISTANBUL, 13 AUG. Het Turkse ministerie van defensie heeft gisteravond bekendgemaakt dat de operatie aan de Iraakse kant van de grens - in de Turkse pers al "Operatie Tang' genoemd, in het voetspoor van de operatie "Opgeheven Hamer' - succesvol is afgesloten. Er zouden aan Koerdische kant 35 en aan Turkse kant twee doden zijn gevallen. Het hele gebied zou nu van "bandieten' zijn gezuiverd.

Er blijven enkele vraagtekens. Zullen de Turkse troepen nu uit deze tien kilometer diepe zone worden teruggetrokken? Het lijkt niet waarschijnlijk, omdat aan de Iraakse kant van de grens het "machtsvacuüm', zoals de Turken het noemen, zal blijven bestaan. Aangenomen moet worden dat hier voorlopig een niemandsland - premier Yilmaz heeft deze term al gebruikt - zal liggen dat in feite door het Turkse leger wordt bestreken, zo niet bezet. Bagdad zal met geveinsde verbazing kunnen blijven vragen waarom de bezetting van Koeweit vorig jaar zoveel meer stof deed opwaaien dan de "bezetting' van deze strook Irak.

De tweede vraag geldt het betrekkelijk geringe aantal doden aan Koerdische zijde, in aanmerking genomen dat de Turkse autoriteiten aanvankelijk de indruk wekten dat er duizenden "bandieten' in de strook waren. Zijn die allemaal naar Iran uitgeweken? De Turks-Koerdische guerrilla-organisatie PKK van haar kant maakte bekend dat de zeven Turkse militairen die als krijgsgevangenen werden meegenomen na het urenlange gevecht bij Semdinli, waarbij tien Turkse doden vielen en dat de aanleiding vormde tot de Operatie Tang, in goede welstand verkeren en spoedig zullen worden vrijgelaten.

Nog een andere vraag betreft het aantal civiele slachtoffers dat bij de operatie is gevallen. Een hoge Turkse militaire functionaris zei dat er geen burgers in het gebied waren geweest - anders waren die wel met witte vlaggen voor de dag gekomen. Iraaks-Koerdische leiders kwamen meteen met aantijgingen dat er tientallen doden onder de burgerbevolking waren gevallen in enkele met name genoemde nederzettingen. Een Turkse fotograaf meldde uit het Iraakse dorp Khayre Zonk, op acht kilometer van de plek in Turkije waar het urenlange gevecht tussen PKK en Turkse eenheden had plaatsgehad, dat daar bomschade was en dat de bevolking gewaagde van twaalf doden.

Op grond van deze meldingen kwam de Duitse minister van buitenlandse zaken, Genscher, met zijn aanklacht dat Turkije de rechten van de mens had geschonden. De leider van de Patriottische Unie Koerdistan, Jalal Talabani, die nog steeds in Turkije is in de hoop alsnog door president Özal te worden ontvangen, en die aanvankelijk de operatie ook had gekritiseerd, distantieerde zich daarvan en gooide zijn roer opnieuw om op de koers van de Turks-Koerdische vriendschap.

Volgens velen zijn hij en andere Iraaks-Koerdische leiders in feite geheel afhankelijk van Turkije, al was het alleen wat de voedselvoorziening betreft. Deze is, bij het wegtrekken van de meeste hulporganisaties, in het door peshmerga's bestuurde gebied opnieuw hoogst zorgelijk, vooral als men in aanmerking neemt dat de winter met zijn daarbij behorende onbegaanbare wegen in dit hooggebergte alweer in aantocht is.

De rigoreuze wijze waarop de Albanezen uit Italië worden geweerd, inspireert de Turkse pers tot verzuchtingen tegen het Westen, dat eerder dit jaar de euvele moed had te protesteren tegen de manier waarop Turkije de Koerden opving en elke daarbij uitgedeelde klap registreerde. Maar de woede concentreert zich nu op Duitsland.

Gesuggereerd wordt dat Genschers stap het resultaat was van pressie van de PKK - hij kwam er pas mee vlak nadat deze organisatie de tien ontvoerde Duitse toeristen had vrijgelaten - en voorts wordt honend de vraag gesteld waarom andere Westeuropese landen zich niet bij Genscher aansloten.

Het antwoord daarop lijkt nogal voor de hand te liggen. De meeste van deze landen nemen, anders dan Duitsland, deel aan de "Operatie Poised Hammer' die in Turkije al genoeg kwaad bloed heeft gezet. Zij willen hun positie aldaar niet nog delicater maken dan zij al is.

In de Turkse oppositie en in de pers ontbreekt het niet aan geluiden als zou de operatie Poised Hammer niet zozeer bedoeld zijn om de Iraakse Koerden te beschermen alswel de Turkse Koerden. Het zou een interventiemacht zijn die uit is op de verdeling van Turkije, kan men horen van mensen als de sociaal-democratische oud-premier Ecevit, maar ook van fundamentalistische leiders als prof. Erbakan.

De PKK verkondigt juist het tegenovergestelde: Poised Hammer is bij uitstek tegen deze organisatie gericht en de operatie die Turkije nu in Irak uitvoert, past helemaal in de strategie van de Poised Hammer-landen die Ankara spoedig daadwerkelijk te hulp zullen komen in deze strijd.

Het is opmerkelijk dat het tot nu toe niet is gekomen tot een militaire confrontatie tussen PKK en Poised Hammer. Hier en daar wordt de vrees geuit dat dit deze week zou kunnen gaan gebeuren bij een nieuw offensief dat de PKK zou kunnen openen ter gelegenheid van de zevende herdenking van het begin van haar guerrillaoorlog, op 15 augustus 1984.

Noch de argwanende Turkse nationalisten, noch de PKK intussen ziet de Poised Hammer-macht voor wat zij waarschijnlijk is: een troepenmacht die een beetje hulpeloos en uitzichtloos in een stelling is gebracht waarvan niet duidelijk is hoe zij ten gunste van de belaagde Iraakse Koerden kan worden aangewend, en op het grondgebied van een land dat door steeds meer Koerden - niet Koerdenleiders - wordt gezien als in feite even vijandelijk als Saddam Hussein.

Misschien dat Poised Hammer het kan uitzingen tot 30 september, de datum waarop de internationale troepenmacht volgens premier Yilmaz moet verdwijnen. Het lijkt niet onwaarschijnlijk dat Yilmaz aan die datum zal vasthouden, vooral nu hij duidelijk is gaan aansturen op vervroegde parlementsverkiezingen in november, waarbij hij hoopt te kunnen profiteren van zijn voortvarende optreden in de Operatie Tang.