Notaris wil onderzoek van justitie in Zeeuwse belastingaffaire

KRIMPEN A-D IJSSEL, 13 AUG. De officier van justitie in Middelburg moet een strafrechtelijk onderzoek instellen naar de "Zeeuwse belastingaffaire'. Dit schrijft notaris R.M. Bos uit Krimpen aan de IJssel vandaag in een brief aan de officier van justitie. De officier zou volgens hem moeten onderzoeken of leden van Gedeputeerde Staten en ambtenaren strafbaar hebben gehandeld bij het declareren van reiskosten, aldus Bos.

Het college van Gedeputeerde Staten van Zeeland heeft tussen 1982 en 1987 naheffingen van de belastingdienst wegens te hoge reiskostendeclaraties van gedeputeerden uit de provinciekas betaald. Het college heeft Provinciale Staten niet gekend in die beslissing. In totaal ging het om een bedrag van 605.000 gulden aan declaraties. Toen dit vorig jaar aan het licht kwam na een onderzoek van een onafhankelijk accountantsbureau, waren de kosten voor de provinciekas inmiddels opgelopen tot twee miljoen gulden.

Ten gevolge van de affaire werden in februari van dit jaar vier van de zes gedeputeerden van Zeeland gedwongen hun functie neer te leggen na een motie van wantrouwen in de Provinciale Staten. In eerste instantie had een onderzoek van de ministeries van binnenlandse zaken en financiën geconcludeerd dat de declaraties niet ten onrechte zijn gemaakt. De Staten concludeerden echter dat de gedeputeerden hadden gehandeld in strijd met artikel 43 van de Provinciewet, waarin de inkomsten van Gedeputeerde Staten worden geregeld.

Commissaris van de koningin C. Boertien, wiens rol in deze zaak ernstig is gekritiseerd, mocht van een meerderheid in de Tweede Kamer aanblijven, zo was de uitkomst van een Kamerdebat in juni. Hij kon niet worden afgezet door Provinciale Staten, omdat hij door de Kroon benoemd is.

Provinciale Staten hadden in februari aangekondigd een onderzoek te zullen doen naar de mogelijkheden van een juridische procedure om het geld van de gedeputeerden terug te vorderen. In een vergadering van 12 juli besloten de Staten echter af te zien van juridische vervolging omdat de kans op terugvordering volgens hen niet groot was. Bos is het daar niet mee eens en schrijft tevens dat geen van de gedeputeerden geld heeft teruggestort in de provinciekas. CDA-gedeputeerde J.B. Ventevogel, die had beloofd 15.000 gulden te zullen terugbetalen, heeft volgens een woordvoerster van het provinciehuis “uit eigen beweging 10.000 gulden terugbetaald”.

Bos heeft gisteren meegedeeld dat hij de officier van justitie slechts wijst op zijn plicht van rechtswege om strafbare zaken die hem onder ogen komen te vervolgen. Hij vraagt de officier van justitie in hoeverre strafbaar is gehandeld door de ambtenaren die het college hebben gedekt en door de leden van het college die inmiddels ontslag hebben genomen. Hij heeft de brief geschreven omdat hij constateert dat de affaire - “voorzover ik heb kunnen nagaan” - geen andere consequentie heeft gehad dan het aftreden van de vier gedeputeerden. “Deze gang van zaken werpt een smet op de zeer vele in dit land aanwezige integere politici”, aldus Bos.