Lubbers: misverstand in kwestie ereschulden

DEN HAAG, 13 AUG. Minister-president Lubbers heeft naar eigen zeggen nooit beweerd dat wat betreft de kwestie van de Japanse ereschulden voor hem de kous af is. Hij schrijft dat in een vanochtend verstuurde brief aan de Stichting Herdenking 15 augustus 1945.

Lubbers had gisteren een gesprek met de oud-generaals Boekholt en Huijser van de stichting naar aanleiding van de commotie die in de Indische gemeenschap is ontstaan tijdens en na het bezoek op 19 juli van de Japanse premier Kaifu aan Nederland. Resultaat van het onderhoud is dat Lubbers nog deze maand een "open gesprek' wil met een brede delegatie van de Indische gemeenschap om een aantal misverstanden uit de wereld te helpen. In zijn brief aan de stichting neemt Lubbers alvast een voorschot op dat overleg. “Hoezeer ik ook op 19 juli vastgesteld heb dat de officiële en publiek gemaakte spijtbetuiging van premier Kaifu gekenmerkt werd door "zeer helder taalgebruik', de formulering "daarmee is de kous af' is niet van mij afkomstig. Sterker, waar een journalist deze formulering gebruikte, heb ik opgemerkt "Je kunt niet zeggen: de kous is af, dat je de geschiedenis wegwist. Die blijft natuurlijk staan in al zijn verdriet en pijnlijkheid. Dat staat natuurlijk vast'.”

Ondanks grote bezwaren van een groot deel van de Indische gemeenschap zal Lubbers donderdag in Den Haag een krans leggen bij het Indisch monument, waar elk jaar op 15 augustus de Nederlandse en Indisch-Nederlandse slachtoffers van de Japanse overheersing in de Tweede Wereldoorlog worden herdacht.

Traditiegetrouw wonen premier Lubbers en minister d'Ancona (WVC) de dodenherdenking bij. Een groot deel van de Indische gemeenschap en voormalige krijgsgevangenen en ex-geïnterneerden van Nederlandse afkomst hebben te kennen gegeven dat zij er geen prijs op stellen dat Lubbers zich bij het Indisch monument vertoont.

Boekholt en Huijser hebben Lubbers gisteren op de hoogte gesteld van de gevoelens binnen de Indische gemeenschap. Tijdens een bijeenkomst in Den Haag voorafgaand aan het onderhoud met Lubbers bleek dat 16 van de 28 organisaties die zijn aangesloten bij de Stichting Herdenking 15 augustus 1945 de aanwezigheid van Lubbers niet op prijs stellen.

Pag.2:

"Geen protest bij Indisch monument'

Ook de weduwe van de toenmalige bevelhebber in Nederlands-Indië, mevrouw M. Spoor-Dijkema, heeft Lubbers afgeraden de dodenherdenking bij te wonen. Boekholt en Huijser hebben Lubbers gisteren echter niet afgeraden een krans bij het monument te leggen. Boekholt: “Zonder alle emoties te bagatelliseren, vinden we dat premier Lubbers namens het Nederlandse volk in staat moet worden gesteld een krans te leggen voor alle gevallenen. Het Indisch monument is op die dag niet de plaats voor een demonstratie of andere actie. Als dat op het Binnenhof gebeurt, is dat prima, maar niet bij het monument. Uit respect voor alle slachtoffers van de Japanse bezetting moeten we die bijeenkomst niet laten ontsieren of ontsporen.”

Lubbers wordt er door een deel van de Indische gemeenschap verantwoordelijk voor gehouden dat demonstranten op 19 juli geen petitie mochten aanbieden aan Kaifu en dat deze bij het Catshuis een andere ingang nam dan de bedoeling was. Bovendien zijn zij gegriefd door uitlatingen van Lubbers waaruit zij concluderen dat voor hem de kwestie van de Japanse ereschulden tot het verleden behoort. Dat berust echter op een misverstand, aldus Lubbers in zijn brief aan de Stichting Herdenking 15 augustus 1945. Hij schrijft ook “pijnlijk getroffen te zijn” door de “voortdurende suggesties” over zijn opvattingen.

De Stichting Japanse Ereschulden verwacht van Lubbers dat hij op 29 augustus in de Kamer zijn verontschuldigingen uitspreekt over de gebeurtenissen tijdens en na het bezoek van Kaifu. De stichting wil de Staat aansprakelijk stellen voor “de schade en het nadeel” die het gevolg kunnen zijn van uitspraken van Lubbers. In een brief wordt de premier verweten niet “de in het maatschappelijk verkeer betamende zorgvuldigheid” in acht te hebben genomen, “waartoe hij jegens Nederlandse slachtoffers verplicht was”.