Larve dansmug geeft inzicht in bodemvervuiling

De "dansmug' leeft maar drie dagen, maar heeft een bijzondere larve. Gisteren begon een internationaal symposium over het insect aan de Universiteit van Amsterdam. Drie dagen lang buigen 120 deskundigen zich over het beestje, dat van belang is voor onderzoek naar bodemvervuiling.

AMSTERDAM, 13 AUG. Op zomeravonden zwermen ze in grote wolken langs polderdijken en in natte gebieden. De dansmug, waarvan in Nederland driehonderd soorten bestaan en over de hele wereld duizend, is op zichzelf niet zo interessant. Het insect leeft hooguit drie dagen.

De larve van de dansmug is daarentegen een bijzonder beestje. De larven leven in de bodem van voornamelijk zoet water en kunnen het daar drie weken tot een jaar uithouden. Hun aanwezigheid en gedrag geven beter inzicht in de mate van vervuiling van de waterbodem dan chemische analyse.

“Een chemische test naar bijvoorbeeld pcb's en zware metalen geeft geen informatie over hoe giftig de bodem is”, zegt F. Heinis, secretaris van het symposium. “Sommige pcb's zijn giftiger dan andere. Er zijn ook pcb's die in zo'n staat verkeren dat ze geen effect hebben op het leven in de bodem.” De onbetrouwbare chemische analyse maakt de keuze welke bodem moet worden gesaneerd moeilijk. Rijkswaterstaat maakt volgens Heinis bij die keuze dan ook steeds vaker gebruik van onderzoek naar de samenstelling en het gedrag van larven van dansmuggen.

Heinis: “De muggelarven zijn een soortenrijke familie. In een voedselrijke omgeving leven heel andere soorten dan in een voedselarme. In het slib van het Ketelmeer zijn larven gevonden met afwijkende monddelen. Dat duidt op de aanwezigheid van bepaalde stoffen, al is nog niet helemaal duidelijk welke.”

Tijdens het congres demonstreert Heinis aan de deelnemers een nieuw apparaat dat het gedrag van larven kan registreren. Heinis, nu verbonden aan een milieu-adviesbureau, ontwikkelde het apparaat tijdens haar promotie-onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam.

Net als vissen reageren larven op de aanwezigheid van giftige stoffen. In de waterbodem leeft de larve, een halve millimeter tot twee centimeter groot, in een kokertje. Met speeksel verstevigt de larve de wanden van het kokertje zodat het niet in elkaar klapt. Als de hoeveelheid zuurstof in het water daalt gaat de larve in het kokertje golfvormige bewegingen maken om meer water langs het lichaam te laten stromen. Het apparaat zet die bewegingen om in een elektronisch signaal, zodat op een computerscherm golfjes te zien zijn. “Dat is een van de eerste reacties van larven bij hoge concentraties gif”, zegt Heinis. “Het apparaat kan die heel nauwkeurig meten. In opdracht van Rijkswaterstaat onderzoeken we zo de invloed van bestrijdingsmiddelen.”

Op het computerscherm zijn de golfvormige bewegingen goed te onderscheiden van ander gedrag. Als de concentratie gif nog hoger wordt, raakt de larve versuft. Vertoont het scherm springerige signalen, dan is de larve aan het eten of verricht reparatiewerkzaamheden aan haar huisje. Heinis wil het apparaat op de markt brengen, maar de financiering levert nog problemen op. Waterbeheerbedrijven en Rijkswaterstaat hebben belangstelling getoond, maar vinden de machine vooralsnog te duur.